Geschiedenis van Zuid-Afrika : Apartheid (1948–1988) |
| Foto's van Zuid-Afrika |
10/08/11
|
De door de regering-Malan ingezette en onder Verwoerd verder uitgebouwde apartheidspolitiek, de gescheiden ontwikkeling van alle rassen onder leiding van het blanke ras, vormde de grondslag van het beleid. Tegen het apartheidsbeleid werd in de loop van de tijd heftig actie gevoerd, vooral door de zwarten (zie tevens hiervoor apartheid). Tijdens de zgn. ongehoorzaamheidscampagne in 1952 werd verzet tegen de apartheid gevoerd op basis van geweldloosheid. De Congresbeweging African National Congress (ANC), South African Indian Congress, South African Coloured People's Organization, South African Congress of Trade Unions en het Congress of Democrats wilden op basis van het Vrijheidshandvest (dat in 1955 in Kliptown was aangenomen) de blanke minderheid op vreedzame wijze overtuigen van de noodzaak de discriminatie op te heffen. Het militante verzet werd echter sterker. |
Bij het bloedbad dat de politie onder een demonstrerende menigte in Sharpeville aanrichtte, vielen in 1960 ca. 70 doden. De regering verbood het ANC en het PAC. De leider van het PAC, R.M. Sobukwe, werd tot drie jaar gevangenisstraf veroordeeld (zijn detentie werd later jaarlijks verlengd, tot 1969 toen hij huisarrest kreeg). De meest actieve tegenstanders van de apartheidspolitiek werden verbannen, gedeporteerd, onder huisarrest gesteld of gedetineerd zoals Nelson Rolihlala Mandela en Walter Sisulu, de blanke advocaat B. Fischer en Winnie Mandela. Premier Verwoerd werd in 1966 vermoord. Zijn opvolger, J.B. Vorster, was als minister van Justitie verantwoordelijk geweest voor de wetgeving ter bestrijding van de oppositie tegen de apartheid en ging nu de door Verwoerd ontworpen thuislandenpolitiek, die territoriale segregatie vorm moest geven, uitvoeren. In 1976 laaiden de spanningen tussen blank en zwart hoog op. |
In Soweto en andere zwarte woonwijken nabij Johannesburg werd geprotesteerd tegen de verplichte invoering van het Afrikaans op Bantoescholen: bij conflicten met de politie, die zich over het land uitbreidden, kwamen in de maanden juli en augustus meer dan 1000 zwarte Afrikanen om. De diepere oorzaak van de rellen was de algemene onvrede over de apartheid. Een jaar later kwam die onvrede opnieuw tot uiting bij de begrafenis van Steve Biko, de leider van de tot de Black Conscious Movement behorende Black People's Convention, die op 12 september 1977 overleed aan verwondingen opgelopen in een politiecel. Toen de onrust bleef aanhouden, verbood de regering alle nog bestaande zwarte |
![]() |
Apartheid. |
organisaties, samen met zestien andere geweldloze organisaties (bijv. het Christelijk Instituut van Beyers Naudé). In 1978 trad premier Vorster af. Zijn opvolger, P.W. Botha, probeerde door de vorming van een zwarte middenklasse een dam op te werpen tegen het ANC, dat onder de zwarte bevolking steeds meer aanhang verwierf. Ook de regeringen van de zwarte thuislanden, o.m. die van KwaZulu (waar Buthelezi met zijn Inkatha-beweging lange tijd populariteit genoot), werden tot dat doel ingeschakeld. |
Frustratie bij de zwarte bevolking over het uitblijven van hervormingen – ook de nieuwe grondwet van 1984 bracht nauwelijks verbetering voor het zwarte deel van de bevolking – leidde tot rellen die gewelddadig werden neergeslagen door politietroepen. Weliswaar werden het verbod op gemengde huwelijken en de pasjeswet voor zwarten opgeheven, maar in juni 1986 riep de regering de noodtoestand uit voor het hele land, zodat leger, politie en inlichtingendiensten vrij spel kregen. Een belangrijke oppositiegroep vormde vanaf 1985 de nieuwe federatie van 34 vakbonden COSATU, die pleitte voor o.m. de vrijlating van ANC-leider Mandela. "Zuid-Afrika," © Schriftelijke door Emmanuel BUCHOT en Encarta |
![]() Tilpasset søgning
|