Hongarije : Koningen uit verschillende dynastieën |
| Foto's van Hongarije |
5/08/11
|
Nadat het Huis Arpad met Andreas III in de mannelijke lijn was uitgestorven (1301), laaiden de troontwisten tussen de verschillende afstammelingen in vrouwelijke lijn op. Deze werden door Karel I uit het Huis Anjou (1307–1342), die door de paus op de voorgrond was geschoven, beëindigd. Hij wist de macht van de aristocratie te breken en de eenheid van het rijk te herstellen. Mede door zijn verstandige economische beleid werd Hongarije een van de rijkste landen van Europa. Zijn zoon Lodewijk I de Grote (1342–1382) erfde een gezond rijk. Onder hem werd de Gouden Bul in meer gedetailleerde vorm opnieuw uitgegeven (1351), waarbij ook aan de rechten van de boerenbevolking aandacht werd geschonken. In 1370 werd Lodewijk, op basis van het recht van zijn moeder, ook koning van Polen. Bij de Vrede van Turijn (1381) wist hij Venetië tot erkenning van de Hongaarse soevereiniteit over Dalmatië te verplichten. Onder zijn schoonzoon Sigismund van Luxemburg (1387–1437) wijzigden de machtsverhoudingen zich opnieuw ten gunste van de feodale aristocratie. |
Hij zocht tegenover de aristocratie het bondgenootschap van de lagere adel en tevens van de in betekenis toegenomen steden. In 1405 werden de rechten van de steden, o.a. hun deelneming aan de Rijksdag, bij de wet vastgesteld. Aan het einde van de 14de eeuw bereikte de Turkse veroveringstocht reeds de zuidgrenzen van Hongarije. Sigismund vroeg het Westen om hulp, maar het Bourgondische leger, dat onder bevel van Jan zonder Vrees stond, werd met de Hongaren in 1396 bij Nicopolis door de Turken verslagen. Het Turkse gevaar nam onder de opvolgers van Sigismund toe. In de strijd tegen de Turken trad Johannes Hunyadi naar voren, wiens politieke gezag daardoor en door zijn leiding over de lagere adel zo hoog steeg, dat hij naast de minderjarige koning Ladislaus V tot regent werd gekozen. |
In juli 1456 behaalde Hunyadi bij Belgrado een grote overwinning op sultan Mehmed II. Na de dood van Ladislaus V werd Hunyadi's zoon Matthias door de Rijksdag, met hulp van de lagere adel, tot koning gekozen. Matthias I Corvinus (1458–1490) was een vorst van groot formaat. Hij brak de macht van de feodale aristocratie. In plaats van militaire dienstverlening kwam voortaan voor de adel het betalen van belasting. De koning bracht een van de eerste staande legers van Europa op de been, waarmee hij met succes de Turken, de Duitse keizer en de koning van Bohemen bestreed. Neder-Oostenrijk met Wenen, Stiermarken, Karinthië, Moravië en Silezië werden aan zijn rijk toegevoegd. Tevens trachtte hij de boeren tegen de groeiende onderdrukking door de grootgrondbezitters te beschermen. Zijn hof werd een verzamelplaats van Italiaanse kunstenaars en geleerden, zodat Hongarije het eerste land ten noorden van de Alpen was waar de Italiaanse renaissance ingang vond. Na Matthias’ dood koos de Rijksdag de zwakke koning van Bohemen, Vladislav (als László II koning van Hongarije, 1490–1516) uit het Poolse vorstenhuis Jagiello, tot koning. Onder hem en zijn zoon Lodewijk II (1516–1526) was van het koninklijk gezag niets overgebleven. De hoge en de lage adel betwistten elkaar de macht in de Rijksdag, hetgeen elk verstandig bestuur onmogelijk maakte. |
![]() |
Matthias I Corvinus. |
Om de macht van de magnaten te beperken besloot de Rijksdag in 1498 tot codificatie van het Hongaarse recht, welke na een arbeid van 16 jaar werd voltooid. De soevereiniteit kwam volgens deze codificatie toe aan de Heilige Kroon. De koning was slechts hoofd van de Heilige Kroon en kon zijn bevoegdheden alleen uitoefenen in overeenstemming met de stenden (zie stand), die leden van de Heilige Kroon waren. Alle adellijke personen werden gelijk verklaard, wat – aangezien de lage adel ca. 10% van de bevolking uitmaakte – een aanzienlijke verzwakking van de positie van de magnaten betekende. Het provinciaal bestuur ging in handen van de lage adel over en dit bleef zo tot de afschaffing van het feodale stelsel in 1848 (zie feodaliteit). Ten gevolge van de verslechtering van de positie van de boeren brak in 1514 een boerenopstand uit onder leiding van de edelman Dózsa, die slechts met moeite kon worden onderdrukt. Dit gaf aanleiding tot de volledige ontrechting van de boerenbevolking. "Hongarije," © Schriftelijke door Emmanuel BUCHOT en Encarta |
![]() Tilpasset søgning
|