Denemarken

Geschiedenis van Denemarken : Prehistorie

Foto's van Denemarken
27/07/11

De Deense prehistorie is vermaard om de grote rijkdom en het vaak unieke karakter van het vondstmateriaal. Het is dan ook niet verwonderlijk dat Deense archeologen (Thomsen, Worsaæ) een belangrijke rol hebben gespeeld bij de ontwikkeling van de prehistorie als wetenschap, temeer omdat Romeinse bewoningssporen de aandacht niet afleiden en de ijzertijd doorloopt tot aan de late kerstening in de 9de eeuw.

De oudste bewoningssporen stammen uit het laat-glaciaal, kort na het terugtrekken van het front van het landijs, dat in de Weichsel-ijstijd het grootste deel van het land bedekte. Het hierop volgende mesolithicum is vooral bekend door de Maglemose-cultuur, waarvan op kampplaatsen in venige omgeving ook licht vergankelijk materiaal (benen en houten artefacten) bewaard is gebleven. De neolithische levenswijze (zie neolithicum) werd slechts aarzelend overgenomen.

De semi-sedentaire gemeenschappen van de Ertebølle-cultuur (4000–3000 v.C.), bekend van de schelpafvalhopen (køkkenmøddinger), kenden wél aardewerk en de geslepen bijl, maar leefden uitsluitend van jacht, visserij en verzamelen. Akkerbouw en veeteelt werden eerst ca. 3500 v.C. geïntroduceerd door de dragers van de trechterbekercultuur (3500–2500 v.C.), zeer waarschijnlijk in de vorm van een kolonisatie vanuit het zuidoosten. In deze tijd, m.n. tussen 3200–2900, werden de vele duizenden megalithische grafkelders (zie megalitische monumenten), de dysse en jættestue, gebouwd, waarin de doden werden begraven en ook een vorm van eredienst plaatsvond. De standvoetbekercultuur met zijn afzonderlijke graven onder grafheuvels, gekenmerkt door de bijgifte van een strijdbijl en een beker, drong ca. 2700 v.C. de trechterbekercultuur naar de achtergrond.

Na 2500 v.C. verdwenen zowel trechterbeker- als standvoetbekercultuur. Zij gingen waarschijnlijk op in de over geheel West-Europa voorkomende klokbekercultuur (2500–2100 v.C.).

De Deense bronstijd (1800–500 v.C.) is ongemeen rijk door de ruime bijgiften aan wapens en sieraden in de graven en door de omvangrijke bronsdepots met o.m. lur-hoorns en bronzen en gouden vaatwerk. Bij het ontbreken van ertsen wordt de bron van deze rijkdom m.n. in de barnsteenhandel gezocht. Uit de periode rond 1500 v.C. stammen enkele boomkistgraven, waarin wollen kleding voortreffelijk bewaard is (Egtved, Skydstrup, Borum Eshøj). De rotsgravering van de zonnewagen van Trundholm getuigt van een zonnecultus.

Runensteen in Denemarken
Runensteen in Denemarken

De ijzertijd wordt onderverdeeld in een vroege ijzertijd: voor-Romeinse ijzertijd, 500–0 v.C.; Romeinse ijzertijd, 0–400 na C., en een late ijzertijd: Germaanse ijzertijd, 400–800; Vikingtijd, 800–1050. Uit de voor-Romeinse ijzertijd dateren de akkercomplexen van het type Celtic field, nederzettingen met fraai bewaard gebleven funderingen van drieschepige boerderijen en veenvondsten zoals de boot van Hjortspring, grote bronzen en zilveren bekkens (Brå, Gundestrup), de pronkwagen van Dejberg en de veenlijken (Tollund, Grauballe e.a.).

In de Romeinse tijd vond een levendige handel plaats met het Romeinse Rijk, zeer waarschijnlijk in barnsteen, pelzen en andere typisch Baltische producten, waardoor luxe-artikelen als glaswerk, bronzen en zilveren vaatwerk (de beker van Hoby) naar het noorden kwamen. De late ijzertijd van Zuid-Scandinavië stond naast de Frankische (Merovingische en Karolingische) periode van West-Europa (zie Frankische Rijk). De beginfase werd gekenmerkt door een opvallende rijkdom aan goud, in de vorm van munten, hals- en armringen en de hoorns van Gallehus. De Germaanse ijzertijd is de periode van de Scandinavische dierornamentiek of dierenstijl. De Vikingtijd werd gekenmerkt door krijgersgraven binnen een scheepsvormige steenzetting of in een echt schip (Ladby), vaak ook met bijzetting van een of meer paarden. De eerste steden werden gesticht, zoals Ribe, Århus, Randers, Ålborg en vooral de machtige handelsstad Hedeby (Haithabu) in het huidige Sleeswijk-Holstein. Er was sprake van een sterk centraal koningsschap, waarvan de runenstenen van Jelling getuigen, en ook de vier grote forten (o.a. Trelleborg, Fyrkat). Uit de nauwte van de Roskildefjord werden de resten van vijf Vikingschepen geborgen. "Denemarken" © Schriftelijke door en Encarta.

Tilpasset søgning