Afbeeldingen

Rotsen in Nederland


Landschap in Zuid Limburg
Landschap in Zuid Limburg

De Bontzandsteen (Onder-Trias) is voornamelijk ontwikkeld als een continentaal, fijnklastisch gesteente met zandsteen (plaatselijk gasvoerend) en evaporiet (o.a. zout)-inschakelingen. De Muschelkalk (Midden-Trias) bestaat deels uit dolomitische kalksteen. De Keuper (Boven-Trias), bruinrode en groene schalies met plaatselijk enige dolomiet, anhydriet en gips, is grotendeels continentaal. De Keuper ontbreekt op vele plaatsen ten gevolge van de erosie die volgde op de Vroeg-Kimmerische fase van de Saxonische orogenese. Met het Rhaetien (einde Trias) zette een nieuwe sedimentatiecyclus in die duurde tot in de Malm (Boven-Jura). De Lias (Onder-Jura), alsmede de Dogger (Midden-Jura) zijn in Nederland ontwikkeld in een mariene facies. In de Lias komen bitumineuze schalies voor, die mogelijk aardoliemoedergesteente zijn. Uit de Dogger bezitten kalkhoudende, poreuze zandsteenlagen bekendheid als (potentiële) aardoliereservoirgesteente.

Na enige bodembewegingen op de grens Lias-Dogger volgde tegen het eind van de Onder-Malm de Laat-Kimmerische fase van de Saxonische orogenese, waarbij grote delen van Nederland opgeheven en vervolgens geërodeerd werden. Tijdens de Malm zette de sedimentatie in enkele bekkens weer in, namelijk in het oostelijke of Neder-Saksische Bekken, in het Centraal-Nederlandse Bekken en in het West-Nederlandse Bekken dat zijn voortzetting vond in de Centrale Slenk. In deze bekkens volgden op de afzettingen van Midden- en Boven-Malm de sedimenten uit het Onder-Krijt. In het Valanginien vormde zich in het Oostelijke Bekken een marien zandpakket (Bentheimer zandsteen). In Schoonebeek vormt dit het reservoirgesteente van de aardolie. Ook in het Hauterivien vormden zich zandsteeninschakelingen, zoals de Gildehauser of Losserse zandsteen. In de andere bekkens treft men tussen overwegend kleiige, mariene sedimenten uit het Onder-Krijt eveneens zandsteenpakketten aan welke aardgas- en aardolievoerend zijn (Rijswijk, Wassenaar, de Lier, IJsselmonde-Ridderkerk).

Tijdens het begin van het Boven-Krijt werd het gehele land door de zee overdekt, waarbij vnl. kalkgesteenten werden gevormd, welke in Zuid-Limburg plaatselijk aan de oppervlakte treden. De sedimenten beginnen daar met de Formatie van Aken (overwegend zanden), gevolgd door de Formatie van Vaals (mariene gele tot groene, vaak glauconiethoudende fijne zanden), de Formatie van Gulpen (overwegend fijnkorrelige kalksteen), de Formatie van Maastricht (met het Maastrichts Krijt en de soms harde Kunrader Kalk), plaatselijk gevolgd door de Formatie van Houthem (Onder-Paleoceen). Het Boven-Krijt in Zuid-Limburg is veelvuldig gebruikt als bouwsteen, voor de kalkbranderijen, als kalkmeststof en vooral voor de cementfabricage. Tijdens de Subvariscische en Laramische fasen van de Saxonische orogenese (Boven- en einde-Krijt) werden de genoemde Jura-Krijtbekkens sterk opgeheven, zodat daar het Boven-Krijt geheel of grotendeels ontbreekt, terwijl door bodemdaling het Boven-Krijt op het voormalige Texel-IJsselmeer Hoog een dikte van 1500 m kan bereiken. De Mesozoïsche afzettingen zijn tijdens het Kenozoïcum in grote delen van het land discordant overdekt door Tertiaire afzettingen met een dikte van enkele meters tot meer dan 1000 m.

Veerpont bij Schoonhoven
Veerpont bij Schoonhoven

Tijdens het Paleogeen (Paleoceen, Eoceen, Oligoceen) vond uitsluitend mariene sedimentatie plaats. De grens Eoceen-Oligoceen wordt gekenmerkt door een stratigrafisch hiaat. Eocene en Oligocene mariene kleiafzettingen komen in Oost-Nederland aan of dicht aan de oppervlakte voor en worden aldaar in kleigroeven gewonnen voor steenfabricage. Tijdens het Mioceen vond in het zuidoosten de vorming plaats van continentale afzettingen, nl. van witte kwartszanden en van bruinkool. De regressietendens zette zich voort in het Plioceen, zodat dit in Zuidoost- en Oost-Nederland in continentale facies voorkomt (Kiezeloöliet Formatie en Scheemda Formatie). In het grootste deel van Nederland is het Plioceen ontwikkeld als mariene klei- en zandafzettingen (Formatie van Oosterhout, rustend op de Miocene Formatie van Breda).

De sedimentatie in het Pleistoceen vormde aanvankelijk de voortzetting van die uit het Tertiair. In het westen en noordwesten vormde zich de mariene formatie van Maassluis, in het zuiden de Tegelen Formatie, aangevoerd door Rijn en Maas, en in het oosten de Harderwijk Formatie, welke fluviatiele formaties zich in het Onder-Pleistoceen over vrijwel geheel Nederland uitbreidden. De Rijn en Maas voerden vervolgens de afzettingen van de Formatie van Kedichem en Sterksel aan, de rivieren van oostelijke herkomst achtereenvolgens de Harderwijk en de Enschede Formatie.

Tijdens het Midden-Pleistoceen werd Nederland tweemaal gedeeltelijk door landijs overdekt, nl. tijdens het Elsterien en het Saalien.

De Rijn voerde intussen de afzettingen van de Formatie van Urk aan, de Maas van de Formatie van Veghel. Tijdens het warme Holsteinien (interglaciaal) was een deel van Nederland door de zee overdekt. Tijdens het Saalien drong het landijs vanaf het noorden Nederland binnen, waarbij de stuwwallen ontstonden en de grondmorene (keileem) werd afgezet. De glaciale afzettingen worden samengevat tot de Formatie van Drenthe, de periglaciale tot de Formatie van Eindhoven. Tijdens het Vroeg- en Midden-Pleistoceen vormden zich in Limburg de verschillende terrasniveaus, voorheen aangeduid als Hoogterras en Middenterras.

Bloembollenvelden in Nederland
Bloembollenvelden in Nederland

Tijdens het Eemien, het interglaciaal dat volgt op het Saalien, vond weer, mede dankzij een zeespiegelstijging, een gedeeltelijke mariene transgressie plaats, terwijl de rivieren de formatie van Kreftenheye aanvoerden. Het mariene Eemien wordt aangeduid als de Eemformatie, het continentale als de Formatie van Asten, naar het veelvuldig voorkomen van leem- en veenafzettingen in de Centrale Slenk. Tijdens het Weichselien, toen het landijs niet tot Nederland reikte, werd de Formatie van Twente gevormd, overwegend uit periglaciale afzettingen bestaande. Hiertoe behoren o.a. de dekzanden, welke in de Pleistocene zandgebieden veelal de bovengrond vormen. Tijdens het laatste gedeelte van het Weichselien (het Laat-Glaciaal) werd de oude rivierklei (rivierleem) afgezet, terwijl zich tevens vele rivierduinen vormden. De oude rivierklei treedt langs de Maas en de Oude IJssel aan de oppervlakte, elders is deze door Holocene rivierklei overdekt. De rivierduinen, die een hoogte van 20 m kunnen bereiken, zijn ook aanwezig in de ondergrond van o.a. de Alblasserwaard en vormen daar de donken. Tijdens het Weichselien vond in Zuid-Limburg de vorming van het lössdek plaats, terwijl in de rest van Nederland de dekzanden ontstonden waarbij m.n. de jongste verantwoordelijk zijn voor het karakteristieke microreliëf (kopjes, ruggen, paraboolduinen).

De geologische ontwikkeling van Nederland tijdens het Holoceen is in hoge mate bepaald door de zeespiegelrijzing, die over de afgelopen 10 000 jaar ongeveer 65 m bedraagt. Omstreeks 8000 voor heden had de zeespiegel een niveau van ca. 20 m beneden het huidige bereikt, waardoor in de laagste delen binnen de huidige kustlijn vorming van mariene afzettingen plaats kon vinden. De mariene afzettingen, veelal rustend op een veenlaag (veen-op-grotere-diepte), behoren tot de Westland Formatie. Beneden het zgn. oppervlakteveen (Hollandveen) spreekt men van de Afzettingen van Calais (4000–1800 v.C.), vroeger veelal aangeduid als oude zeeklei. De jongere mariene afzettingen behoren tot de Afzettingen van Duinkerke (jonge zeeklei). Gelijktijdig kwam in het rivierkleigebied de Betuwe Formatie (stroomruggronden en komgronden) tot afzetting, terwijl in het overgangsgebied tussen de rivieren en de zee (het perimariene gebied) resp. de Afzettingen van Gorkum en de Afzettingen van Tiel werden gevormd. In het pleistocene landschap vormden zich gedurende het Holoceen in de beekdalen de Formatie van Singraven, deels uit veen bestaande, alsmede grote veenkussens in Drenthe-Groningen en in Noord-Brabant, behorend tot de Formatie van Griendtsveen. De stuifzanden uit het Holoceen worden gerekend tot de Formatie van Kootwijk. De strandwallen kwamen tot ontwikkeling tussen ongeveer 3300 en 2000 v.C., de oude duinafzettingen tussen 1800 v.C. en 1200 n.C., de jonge duinafzettingen sedert 1200 n.C. © "Nederland" geschrieben von Emmanuel Buchot und Encarta

Foto's van Europese landen

Turkije

Turkije

Foto's Informatie

Fotos Oostenrijk

Oostenrijk

Foto's Informatie

Hongarije

Hongarije

Foto's Informatie

Schotland

Schotland

Foto's Informatie

Kroatien

Kroatië

Foto's Informatie

Foto's van Duitsland

Duitsland

Foto's Informatie

Griekenland

Griekenland

Foto's Informatie

Engeland

Engeland

Foto's Informatie

Niederlande

Nederland

Foto's Informatie

Frankrijk

Frankrijk

Foto's Informatie

Denemarken

Denemarken

Foto's Informatie

Portugal

Portugal

Foto's Informatie

Foto's van Azië

Vietnam

Vietnam

Foto's Informatie

Zuid-Korea

Zuid-Korea

Foto's Informatie

Cambodja

Cambodja

Foto's Informatie

Thailand

Thailand

Foto's Informatie

Foto's van de Amerika's

Verenigde Staten

Verenigde Staten

Foto's Informatie

Website informatie