Afbeeldingen

Nederland in de jaren 1960 - 1970


Dries van Agt
Dries van Agt

Bij de verkiezingen van 15 mei 1963 leden de PvdA en de VVD een gevoelig verlies, terwijl de PSP haar zetelaantal verdubbelde. Nieuwkomers in de Kamer waren het Gereformeerd Politiek Verbond (GPV) met 1 zetel en de Boerenpartij met 3 zetels. Deze laatste partij ontwikkelde zich tot een antisysteempartij, die met name bij de Provinciale-Statenverkiezingen van 1966 en de Tweede Kamerverkiezingen van 1967 een zo grote steun van de kiezers kreeg dat het duidelijk werd dat grote ontevredenheid leefde onder de kiezers. Na een formatieperiode van twee maanden, waarin de KVP uiteindelijk toch weer voor de VVD koos, kwam het kabinet-Marijnen tot stand dat van dezelfde politieke signatuur was als het kabinet-De Quay. De belangrijkste problemen waarvoor de regering zich gesteld zag, waren de ontwikkelingen aan het loonfront (loonexplosie van 1964) en de verwikkelingen rond de geloofsovergang en het huwelijk van prinses Irene. Een ander netelig vraagstuk betrof de toekomst van het radio- en televisiebestel, waarbij de meningsverschillen in het kabinet tussen met name de KVP en ARP enerzijds en CHU en VVD anderzijds zo hoog opliepen dat het kabinet in februari 1965 zijn ontslag aanbood.

De hierop volgende kabinetsformatie leidde tot herstel van de rooms-rode samenwerking: van het kabinet-Cals maakten KVP, PvdA en ARP deel uit. Dit kabinet werd in zijn regeringsperiode geconfronteerd met problemen rond het huwelijk van prinses Beatrix en een gezagscrisis in Amsterdam (onder impulsen van Provo). De financiering van het ambitieuze beleid van het kabinet-Cals, dat vooral gericht was op uitbreiding van de collectieve voorzieningen, leidde bij de algemene beschouwingen in 1966 tot hevige kritiek van de oppositiepartijen en de KVP (waartoe ook de premier behoorde). Uiteindelijk werd in de nacht van 13 op 14 oktober (later bekend als de ‘nacht van Schmelzer’) een motie-Schmelzer aangenomen waarin een betere dekking van de overheidsuitgaven werd verlangd; vóór stemden de oppositiepartijen en de grote meerderheid van de KVP-fractie. Het kabinet-Cals diende daarop zijn ontslag in.

Deze ervaringen met de KVP leidden ertoe dat in de PvdA een zeer felle anti-KVP-houding ontstond die de samenwerking tussen beide partijen voortaan zeer zou bemoeilijken.

Voor het uitschrijven van vervroegde verkiezingen werd het kabinet-Zijlstra geformeerd, dat geheel bestond uit KVP- en ARP-ministers. Bij de verkiezingen van 15 februari 1967 waren PvdA en KVP de grote verliezers en de nieuw opgerichte partij Democraten 66 deed met zeven zetels haar intree in de Kamer. D’66 (vanaf 1985 D66) was opgericht met het doel de bestaande verstarring in het partijstelsel te doorbreken en de oude partijen te laten ‘ontploffen’: de partij was afkerig van ideologieën. De demissionaire minister van Defensie P. de Jong slaagde erin een kabinet te formeren, samengesteld uit KVP, ARP, CHU en VVD. Het kabinet kreeg te maken met een in brede kringen gesteunde roep naar democratisering en vernieuwing. Het nam daartoe een aantal maatregelen: zo werd de Commissie Heroriëntatie Overheidsvoorlichting ingesteld, kreeg de Staatscommissie Cals/Donner de opdracht voorstellen te doen voor een herziening van de Grondwet en bracht minister Veringa de Wet Universitaire Bestuurshervorming door de Kamers. De grootste problemen kreeg het kabinet op sociaal-economisch gebied: zo leidde de invoering van de btw op 1 januari 1969 tot grote prijsstijgingen en tot een algemene prijsstop in april van dat jaar. Tevens leidde de totstandkoming van een nieuwe loonwet tot ernstige problemen met de Tweede Kamer. Ondanks alle problemen zat het kabinet zijn volle zittingsperiode uit.

De samenwerking tussen KVP en VVD had echter wel tot gevolg dat al in februari 1968 4 KVP-kamerleden, de zgn. Christen-Radicalen, in de Tweede Kamer een eigen fractie gingen vormen. Met een aantal afgescheidenen uit de ARP werd in april de Politieke Partij Radikalen (PPR) opgericht. Ook in de PvdA deed zich een splitsing voor: in april 1970 trad een gedeelte van de rechtervleugel uit de partij, in verband met de door hen geconstateerde radicalisering als gevolg van het optreden van Nieuw Links, en stichtte de partij Democratisch Socialisten '70 (DS’70). Deze partij werd met 8 zetels de grote winnaar van de verkiezingen van 28 april 1971. Doordat KVP, ARP, CHU en VVD niet meer de absolute meerderheid in de Kamer hadden, was herstel van de coalitie tussen deze partijen niet meer mogelijk. Samenwerking met een van de partijen van de linkerzijde was uitgesloten omdat PvdA, D’66 en PPR de verkiezingen waren ingegaan met een gezamenlijk program, een ‘schaduwkabinet’ hadden geformeerd en formatie-onderhandelingen na de verkiezingen afwezen. Daarnaast had het PvdA-congres in 1969 een resolutie aangenomen waarin samenwerking met de KVP werd uitgesloten, tenzij deze partij alsnog met het kabinet-De Jong zou breken. © "Nederland" geschrieben von Emmanuel Buchot und Encarta

Foto's van Europese landen

Turkije

Turkije

Foto's Informatie

Fotos Oostenrijk

Oostenrijk

Foto's Informatie

Hongarije

Hongarije

Foto's Informatie

Schotland

Schotland

Foto's Informatie

Kroatien

Kroatië

Foto's Informatie

Foto's van Duitsland

Duitsland

Foto's Informatie

Griekenland

Griekenland

Foto's Informatie

Engeland

Engeland

Foto's Informatie

Niederlande

Nederland

Foto's Informatie

Frankrijk

Frankrijk

Foto's Informatie

Denemarken

Denemarken

Foto's Informatie

Portugal

Portugal

Foto's Informatie

Foto's van Azië

Vietnam

Vietnam

Foto's Informatie

Zuid-Korea

Zuid-Korea

Foto's Informatie

Cambodja

Cambodja

Foto's Informatie

Thailand

Thailand

Foto's Informatie

Foto's van de Amerika's

Verenigde Staten

Verenigde Staten

Foto's Informatie

Website informatie