Afbeeldingen

Politiek leven in de 17e eeuw


Willem III
Willem III

Holland was dan ook verreweg de krachtigste tegenstrever van de stadhouderlijke ambities. Het aanhoudend gevecht tussen deze twee had zijn weerslag in de buitenlandse politiek van de Republiek. In het algemeen kan men zeggen dat de Hollandse regenten voorstander waren van een niet-expansieve vredespolitiek en de stadhouders van een dynastieke machtspolitiek. Hollands macht en welvaren waren gebaseerd op commerciële relaties, die bij een expansiepolitiek alleen maar nadeel konden ondervinden; het aanzien van de stadhouders daarentegen stond of viel met hun militaire successen. Frederik Hendrik kon zijn dynastieke politiek nog voor een goed deel verwezenlijken en talrijke ‘steden dwingen’, maar zijn zoon Willem II (die de Vrede van Münster als verraad betitelde) kwam direct scherp tegenover de regenten te staan. Na zijn vroege dood (1650) kon de ‘ware vrijheid’, dwz. een stadhouderloos bestuur (zie Eerste en Tweede Stadhouderloos Tijdperk), pas echt verwezenlijkt worden. Johan de Witt, personificatie van deze twintig jaar durende ‘Ware Republiek’, was echter voortdurend in oorlogen verwikkeld. In de periode dat hij raadpensionaris was, vonden de eerste twee Engels-Nederlandse Oorlogen (1652–1654 en 1665–1667) plaats, mengde de Republiek zich in de Grote Noordse Oorlog (1660–1666) en sloot zij achtereenvolgens een verdrag met Frankrijk (1662) en met Engeland en Zweden (Triple Alliantie).

Van een neutraliteitspolitiek was dus geen sprake. De buitenlandse politiek van de Republiek onder Johan de Witt toonde duidelijk de zwakte van de idee van een neutraliteitspolitiek: wanneer economische belangen bedreigd werden (Akte van navigatie en strijd om de koloniën als achtergrond van de oorlogen met Engeland; de ‘sleutels van de Sont’ als reden van de bemoeienis met de Noordse Oorlogen) of wanneer het staatsgebied gevaar liep, moest en kon oorlog worden gevoerd. In de loop van de jaren zestig werd steeds duidelijker dat het Nederlandse territorium bedreigd werd (vooral door Frankrijk, zie ook Devolutieoorlog) en nu werd het ontbreken van een militair centrum als steeds pijnlijker ervaren.

In dit licht moet men het einde van het Eerste Stadhouderloze Tijdperk zien: het eclatante prestigeherstel van Willem III in 1672 is grotendeels te verklaren uit de zwakte in het militair en buitenlands politiek beleid van de voorvechters van de Ware Vrijheid.

Toen in 1672 een aantal staten de Republiek binnenviel, kon zij met de zeven provinciale legertjes, waarin het leger bij de Grote Vergadering van 1651 opgedeeld was, geen partij voor Lodewijk XIV zijn. Van Willem III kan men niet zeggen dat hij zijn dynastieke ambities boven het ‘staatsbelang’ liet prevaleren. Wél voerde hij een bewuste oorlogspolitiek, maar deze was veeleer defensief dan agressief. Hoe noodzakelijk deze politiek tegen Lodewijk XIV voor de Republiek was, blijkt uit de handelwijze na de dood van Willem III, die overigens voorlopig een einde aan het stadhouderschap in de meeste gewesten maakte: raadpensionaris Heinsius zette – hoewel onder gemor van talrijke regenten – de containment-politiek van de stadhouder ten opzichte van Frankrijk voort.

Was de Republiek tot ca. 1650 zowel te land als ter zee een machtige mogendheid, daarna onder De Witt alleen ter zee sterk en onder koning-stadhouder Willem III een goede organisator van internationaal verzet tegen de opdringende Fransen, de Vrede van Utrecht, die een eind maakte aan de Spaanse Successieoorlog (1713), liet haar vrij hulpeloos achter. De daarna gevolgde neutraliteitspolitiek slaagde, ondanks eindeloos geschipper over de barrièresteden (zie barrièretraktaten) in de Zuidelijke Nederlanden, heel aardig tot Lodewijk XV in 1747 een soort herhaling van 1672 forceerde: onder dreiging van de oprukkende Franse troepen eindigde het Tweede Stadhouderloze Tijdperk.

De nieuw benoemde stadhouder werd in alle provincies en bovendien erfelijk aangesteld. Het zag er naar uit dat onder Willem IV en na diens dood (1751) onder Willem Bentinck de Republiek opnieuw in het spoor van de anti-Franse politiek zou geraken ter bescherming van haar zuidgrenzen en ter ondersteuning van het Oostenrijkse gezag in de Zuidelijke Nederlanden. De ontwikkelingen in de Zevenjarige Oorlog (1756–1763), die een bondgenootschap tussen Oostenrijk en Frankrijk tot stand deden komen, maakten deze politiek zinloos. Er bleef de Republiek maar één mogelijkheid over: neutraliteit ten koste van alles. Dit was vooral ongunstig, omdat Engeland geen rekening hield met deze angstig hooggehouden onafhankelijkheid. Dit bracht de economie onvoorstelbare schade toe en leidde uiteindelijk tot wat men de genadeslag voor het Republikeins bestel zou kunnen noemen: de Vierde Engels-Nederlandse Oorlog. Een zondebok vond men in de hertog van Brunswijk, die ook na zijn regentschap voor Willem (V) een belangrijke politieke machtsfactor was gebleven. De inval van de Fransen maakte een einde aan het oude bestel. © "Nederland" geschrieben von Emmanuel Buchot und Encarta

Foto's van Europese landen

Turkije

Turkije

Foto's Informatie

Fotos Oostenrijk

Oostenrijk

Foto's Informatie

Hongarije

Hongarije

Foto's Informatie

Schotland

Schotland

Foto's Informatie

Kroatien

Kroatië

Foto's Informatie

Foto's van Duitsland

Duitsland

Foto's Informatie

Griekenland

Griekenland

Foto's Informatie

Engeland

Engeland

Foto's Informatie

Niederlande

Nederland

Foto's Informatie

Frankrijk

Frankrijk

Foto's Informatie

Denemarken

Denemarken

Foto's Informatie

Portugal

Portugal

Foto's Informatie

Foto's van Azië

Vietnam

Vietnam

Foto's Informatie

Zuid-Korea

Zuid-Korea

Foto's Informatie

Cambodja

Cambodja

Foto's Informatie

Thailand

Thailand

Foto's Informatie

Foto's van de Amerika's

Verenigde Staten

Verenigde Staten

Foto's Informatie

Website informatie