Afbeeldingen

Nederland in de Middeleeuwen


Oostzee
Oostzee

Nederland was tot diep in de 19de eeuw een agrarisch land. Het door Slicher van Bath aangebrachte onderscheid tussen een periode van directe en indirecte agrarische consumptie kan men grofweg ook voor Nederland laten gelden: vanaf de ineenstorting van het Romeinse Rijk in het westen (476) tot in ieder geval de 12de eeuw verliep het contact tussen producent en consument direct, zonder tussenhandel (in de meeste gevallen was de producent dus tevens consument); sinds ca. 1150 kreeg de tussenhandel steeds meer belang. Bij een dergelijk onderscheid dienen allerlei nuanceringen aangebracht te worden. Zo is het waarschijnlijk dat de bewoners van terpdorpen voor een groot deel aangewezen waren op geïmporteerde producten. Zij bezaten niet voldoende land om in eigen behoefte te voorzien. De handelswegen breidden zich waarschijnlijk na de ineenstorting van dit rijk nog uit: de volksverhuizingen gingen aan Noord-Nederland grotendeels voorbij en de Friezen waren in staat het machtsvacuüm op te vullen en een tamelijk intensief handelsnet op te bouwen. Teksten en vondsten wijzen op Friese aanwezigheid langs de gehele Rijn tot Konstanz, in Straatsburg, Parijs, Londen, York, Denemarken en Birka (Zweden). Onder de Karolingen werd dit handelsnet uitgebouwd.

Dorestad groeide al spoedig uit tot centrum hiervan. Ook de invallen van de Noormannen betekenden niet het einde van deze vroege handel. Wèl neemt men aan dat hierdoor een verplaatsing van de handelscentra heeft plaatsgevonden (Tiel, Utrecht, Deventer). Evenals elders in Europa begon in de 11de eeuw een periode van economische groei, die tot in de 14de eeuw aanhield. In de eerste plaats leidde deze economische expansie tot wijzigingen binnen het traditionele hofstelsel. Vooral door ontginningen (op zich al een belangrijk aspect van de groei) werd de druk op de horigen minder. Nieuwe technieken verbeterden de arbeidsomstandigheden, nieuwe gewassen het voedselpakket en nieuwe producten de levensstijl.

Behalve op de veranderingen binnen de kleine eenheden (domeinen) moet ook nadruk gelegd worden op de uitbouw van relaties tussen de domeinen, op het ontstaan van steden (als agrarische centra) en op de groei van handelscontacten over nog grotere afstand. Dit laatste beperkte zich overigens vooral tot de Zuidelijke Nederlanden. In het noorden heeft men alleen een verdichting van het handelsnet binnen kleinere regio's kunnen waarnemen, tot in de loop van de 13de eeuw de IJsselsteden centra van handel over grotere afstand werden (Oostzee, Hanze).

De opkomst van de Hollandse handel kan men in de tweede helft van de 15de eeuw dateren, samenvallend met wijzigingen in de economie van de Zuidelijke Nederlanden en het verval van de Duitse Hanze. Hoewel de Hollandse steden er nog niet in slaagden de internationale marktfunctie van Brugge en Antwerpen over te nemen, lukte het wel (Leiden) een groot deel van de Vlaamse lakennijverheid in handen te krijgen. Het verval van de Duitse Hanze bleek voorlopig belangrijker: volgens tellingen namen de Hollanders al in 1497 70% van de Sontvaart voor hun rekening. Gedurende de 16de eeuw, tot ca. 1580, vonden er geen wezenlijke veranderingen plaats in de economie: Noord-Nederland bleef een agrarisch land. In de kustprovincies vond men nevenwerkzaamheden o.a. in de huisnijverheid, turfwinning, visserij; in de landprovincies verkeerde de economie nog in een ‘vroeger’ stadium: handel was minder intensief, nevenwerkzaamheden ontbraken; de gesloten productiehuishouding was hier nog nauwelijks opengebroken.

Duitse Hanze
Duitse Hanze

In de traditionele verklaringen voor het verval van de Noord-Nederlandse economie in de 18de eeuw wordt gewezen op de laksheid van de ondernemers, die passief hun verdiensten uit de vorige eeuw verteerden, en op de dynastieke politiek die Willem III ten koste van 's lands economie gevoerd had. Latere onderzoekers voeren aan dat er eerder sprake was van ‘structurele verstarring’: het handelskapitalisme, basis van de Nederlandse welvaart in de Gouden Eeuw, had het plafond van zijn mogelijkheden bereikt. Uitbouw van de economische voorsprong vereiste derhalve structurele wijzigingen van het bestel, en juist dit nu was niet mogelijk. Voorts heeft men aangevoerd dat de achteruitgang niet zozeer absoluut als wel relatief was: de 18de eeuw was economisch gezien eerder een periode van stabiliteit dan van verval. Wel heeft men voor bepaalde takken van nijverheid en in de visserij verval aangetoond. Op het financiële vlak was er eerder sprake van expansie. Deze diende niet de eigen markt: de Industriële Revolutie in Engeland werd gedeeltelijk door Hollands kapitaal gefinancierd. In de 19de eeuw was er ook sprake van absolute achteruitgang.

In dit licht wordt het begrijpelijk dat, met uitzondering van de Hollandse regenten, velen voorstander waren van eenwording met België. Zo dient men ook de bekende driedeling van koning-koopman Willem I te verstaan: België diende te produceren, de koloniën moesten de grondstoffen leveren en de producten afnemen en Nederland diende de handel te vervullen.

Pas de jaren vijftig gaven een opleving te zien. De invoering van de vrijhandelspolitiek (zie vrijhandel) door de liberalen (1862) zoog vooral het agrarische bedrijf mee in de gunstige economische conjunctuur; de meeste Nederlandse takken van nijverheid konden nog niet concurreren met het hogere productievermogen van soortgelijke gemechaniseerde ondernemingen in het buitenland. De welvaartsstijging sinds ca. 1850 hield overigens ook verband met de koloniale economische politiek: de opbrengst van het Cultuurstelsel dekte tot het midden van de jaren zestig ongeveer eenvijfde van de staatsbegroting. Een werkelijke structuurverandering vond pas in het laatste kwart van de 19de eeuw plaats. Opvallend was vooral de uitbreiding van de textiel- en metaalindustrie. Andere industrieën (chemie, gloeilampen, suiker, margarine) kwamen op. Ook nu nog bleef het agrarische bedrijf een zeer belangrijk aandeel in de groei houden. De Eerste Wereldoorlog had een desintegratie van de internationale handel tot gevolg. Voor sommige takken van industrie zou dit op de lange duur gunstige gevolgen hebben (chemie, farmaceutica): door het wegvallen van een internationale afzetmarkt en de onbereikbaarheid van grondstoffen was men aangewezen op het eigen land. Zo begon Philips tijdens de Eerste Wereldoorlog een eigen glasblazerij, en zocht – en vond – men in de chemie vervangende producten. Nationaal gaf de oorlog een versmelting van de belangen van de overheid en het bedrijfsleven te zien. De naoorlogse depressie, gevolgd op een korte hausse en met als meest hectische uiting de Duitse inflatie, had in het neutraal gebleven Nederland minder negatieve gevolgen dan elders. Het meest kenmerkende verschijnsel van deze jaren was wellicht de nog steeds groeiende afhankelijkheid van de mondiale economie. In dit licht moet men zowel de hausse tussen 1925 en 1929 als de diepe daling van de jaren dertig zien. Zo worden ook de latere verwijten aan Colijn en diens koppig vasthouden aan de gave gulden begrijpelijk: Nederland kon niet langer een eiland zijn in een wereld, die zich kenmerkte door verstrengeling op alle gebieden. De devaluatie was onontkoombaar. Ook pas nadat de beslissing daartoe genomen was, begon de Nederlandse economie zich in de jaren dertig te herstellen. © "Nederland" geschrieben von Emmanuel Buchot und Encarta

Foto's van Europese landen

Turkije

Turkije

Foto's Informatie

Fotos Oostenrijk

Oostenrijk

Foto's Informatie

Hongarije

Hongarije

Foto's Informatie

Schotland

Schotland

Foto's Informatie

Kroatien

Kroatië

Foto's Informatie

Foto's van Duitsland

Duitsland

Foto's Informatie

Griekenland

Griekenland

Foto's Informatie

Engeland

Engeland

Foto's Informatie

Niederlande

Nederland

Foto's Informatie

Frankrijk

Frankrijk

Foto's Informatie

Denemarken

Denemarken

Foto's Informatie

Portugal

Portugal

Foto's Informatie

Foto's van Azië

Vietnam

Vietnam

Foto's Informatie

Zuid-Korea

Zuid-Korea

Foto's Informatie

Cambodja

Cambodja

Foto's Informatie

Thailand

Thailand

Foto's Informatie

Foto's van de Amerika's

Verenigde Staten

Verenigde Staten

Foto's Informatie

Website informatie