Geschiedenis van Zuid-Afrika : Boerenoorlogen (1814–1902) |
| Foto's van Zuid-Afrika |
10/08/11
|
Intussen hadden zich aan de grenzen voortdurend conflicten voorgedaan tussen de Boeren, die, op zoek naar voedsel voor hun vee, naar het oosten waren getrokken en daar verschillende inheemse stammen tegenkwamen die met hetzelfde doel naar het zuiden en westen trokken. In een poging de vrede te bewaren trachtten eerst de VOC en daarna de Britten blanken en zwarten te scheiden en onder de Britse gouverneur Lord Charles Somerset (1814–1828) werd zelfs een neutrale zone ingesteld. Erg effectief was deze maatregel niet en het optreden van de Britten veroorzaakte in de komende jaren ernstige grieven bij de Boeren. Hun bezwaren golden: a. de proclamatie van het Engels tot enige officiële taal en tot enige voertaal bij het onderwijs; b. de benoeming in de kerken van Schotse predikanten; c. de vestiging van ca. 5000 Britse emigranten in de Kaapkolonie; d. bepalingen krachtens welke Bantoe en Hottentotten volledige bewegingsvrijheid verkregen (onder invloed van de ideeën van de zendeling John Philip); e. de afschaffing van de slavernij (1833). |
De liberaal-humanitaire politiek van de Britten ten opzichte van de gekleurde volken (Afrikanen) bleek voorts uit de annulering van een door de Wetgevende Raad van de Kaapkolonie uitgevaardigde wet die een einde moest maken aan de wettelijke bescherming van niet-Europeanen, en uit de teruggave van door de Boeren geannexeerd land aan de Bantoe. Tegen de het Boerengebied binnenvallende stammen traden de Britten aanvankelijk militair op, later trachtten ze met hun leiders tot overeenstemming te komen. Al deze factoren brachten de Boeren tot de Grote Trek (sedert 1835), waarbij zij zich buiten Britse jurisdictie vestigden op gebied ten noorden van de Oranjerivier, ten oosten en ten westen van de Drakensberge. Hier stichtten deze Voortrekkers de republiek Natalia, geregeerd door een gekozen Volksraad. |
Sedert 1842 begon Groot-Brittannië die republiek op te breken: in 1842 door de verovering van de streek ten oosten van de Drakensberge (Kwazulu-Natal) en in 1846 door de annexatie van de streek ten zuiden van de Vaalrivier onder de naam ‘Orange River Sovereignity’. Een poging, in 1848 door de Boeren gedaan om hun gezag over dat gebied met geweld opnieuw te vestigen, werd in hetzelfde jaar door de Britse gouverneur, Sir Harry Smith, bij Boomplaats verijdeld. Moeilijkheden met de Bantoe in de Kaap en in Basutoland (Lesotho) dwongen de Britse regering echter om het Transvaalse gebied in 1852 als een soevereine republiek te erkennen en te waarborgen en twee jaar later ook de ‘Orange River Sovereignity’. Zo ontstonden naast de twee bestaande Britse kolonies (Natal en Kaapkolonie) twee republieken (Transvaal, ‘Zuid-Afrikaansche Republiek’ genaamd, en de Oranje Vrystaat), waarvan de onafhankelijkheid door Groot-Brittannië gewaarborgd en erkend was in twee traktaten, resp. de Conventie van Zandrivier en de Conventie van Bloemfontein. Kenmerkend voor die twee republieken was de handhaving van een strenge kleurscheidslijn op elk gebied. Geen gelijkstelling werd geduld, noch in de kerk, noch in de staat. Groot-Brittannië eerbiedigde de bepalingen van genoemde traktaten niet, zoals blijkt uit zijn annexatie van Basutoland (1868), van de Transvaalse en vooral Vrystaatse diamantvelden (1871) en uiteindelijk van de Zuid-Afrikaanse Republiek zelf (1877) na de ontdekking van de Lydenburgse goudvelden. Als gevolg daarvan namen de Boeren het initiatief tot de Eerste Boerenoorlog, die begin 1881 beëindigd werd. |
![]() |
Lord Charles Somerset. |
De ontdekking van de rijke goudlagen van Witwatersrand (1884–1886) deed Groot-Brittannië opnieuw pogingen ondernemen om meester te worden van Zuid-Afrika. Elk Bantoegebied aan de Republieken grenzend werd in bezit genomen als kolonie of als protectoraat en daarna werd een binnenlandse opstand tegen de regering van Paul Kruger, de Transvaalse president, aangewakkerd, ondersteund door de imperialisten, met Cecil John Rhodes aan de spits. Dit liep bij de jaarwisseling 1895–1896 uit op de Jameson-raid. Een lange diplomatieke twist hierover liep ten slotte uit op de Tweede Boerenoorlog (1899–1902), waarin de twee Boerenrepublieken, door een traktaat verplicht tot wederzijdse hulp voor het geval van agressie tegen een van beide, ten onder gingen en Britse kolonies werden. Binnen vijf jaar werd hun echter ‘verantwoordelijke regering’ (zelfbestuur) toegekend, een voorrecht dat Natal en de Kaapkolonie al sinds de vorige eeuw genoten. "Zuid-Afrika," © Schriftelijke door Emmanuel BUCHOT en Encarta |
![]() Tilpasset søgning
|