Spanje : Onder de Habsburgers (1504–1700)
|
Beelden Spanje |
De erfenis van de ‘katholieke koningen’ viel na hun dood toe aan Karel I van Habsburg, met voorbijgaan van zijn moeder Johanna de Waanzinnige. Van de kant van zijn vader (Filips de Schone) had hij de Bourgondische landen geërfd en in 1519 werd hij, als Karel V, keizer van het Duitse Rijk. Spanje werd het centrum van het eerste wereldrijk (incl. een deel van Amerika) ‘waarin de zon niet onderging’ en raakte betrokken in een strijd om de hegemonie in Europa, met name met Frankrijk, die twee eeuwen zou duren. Voorts werd het land betrokken in de godsdienstoorlogen die volgden op de Reformatie. Spanje zelf werd niet sterk beroerd door de Hervorming, maar ontwikkelde zich wel tot de grote politieke en geestelijke (jezuïetenorde) kampioen van de Contrareformatie in Europa. Door zijn Italiaanse bezittingen beheerste Spanje de Middellandse Zee en verdedigde deze tegen de Turken. Tegen de niet-Spaanse politiek en adviseurs en tegen de toenemende centrale macht rees verzet onder de adel en de steden. De opstand der Comuneros (1520–1521) werd onderdrukt. |
In Amerika werd een immens koloniaal rijk opgebouwd. De handel hiermee werd gemonopoliseerd (in Sevilla), de goud- en zilverstroom vloeide eveneens rechtstreeks in de staatskas, waardoor Spanje achterbleef in de ontwikkeling van een vrije handel en industrie, waardoor het ontstaan van een moderne bourgeoisie afgeremd werd. Het langzame verval van Spanje als politieke macht begon tijdens de regering van Filips II (1556–1598). Wel veroverde deze Portugal (1580), waarop hij door zijn moeder aanspraak kon maken, maar het verloop van de strijd in de Nederlanden (zie Tachtigjarige Oorlog) verzwakte zijn prestige. |
In de oorlogen tegen de opstandige Nederlandse gewesten, de Turken en tegen Engeland liet Filips zich hoofdzakelijk door zijn geloofsijver leiden (Slag bij Lepanto, 1571; Armada, 1588). In Spanje zelf werd elke ketterij uitgeroeid, elke vorm van tolerantie verdacht. Verbeten werd elk overblijfsel van de islam tegengegaan; ook de marranen (‘bekeerde’ joden) en de Morisco's (‘christelijke’ moslims) werd het leven onmogelijk gemaakt. De vele oorlogen brachten Spanje aan de rand van de financiële afgrond, ondanks de rijkdommen uit Amerika en inkomsten uit de zware belastingen. In 1609, tijdens de regering van Filips III (1598–1621) werden, op aandrang van de geestelijken, alle zich nog in Spanje bevindende Morisco's, naar schatting 800 000 mensen, uit het land verdreven, wat aan de landbouw, de nijverheid en de welvaart nieuwe schade toebracht. Onder Filips IV (1621–1665) – wiens gunsteling, de hertog van Olivarez, jarenlang de feitelijke regeerder was – verslechterde de situatie van het land verder, evenals tijdens Karel II (1655–1700). Oorlogen in Duitsland, Italië, de Nederlanden en tegen Frankrijk teerden Spanje verder uit en leidden tot zware uitbuiting in eigen land. Opstanden waren het antwoord; in Catalonië (1640–1652), Andalusië en (in Italië) Napels, dat sinds 1504 Spaans bezit was. Portugal maakte zich in 1640 los van de Spaanse kroon. |
![]() |
Filips III |
De onafhankelijkheid van de Noordelijke Nederlanden werd definitief erkend bij de Vrede van Munster (1648) en bij de Vrede van de Pyreneeën moest Roussillon aan Frankrijk worden afgestaan; later werden de Franche-Comté en een deel van de Zuidelijke Nederlanden afgestaan. Hof, kerk en adel heersten over een verarmd en onderworpen volk. Spanje had afgedaan als grootmacht. Emmanuel Buchot en Encarta. Meer info op Wikipedia. |
![]() Aangepast zoeken
|