Sovjet-Unie

Sovjet-Unie : Perestrojka

Beelden Sovjet-Unie
Perestrojka en het uiteenvallen van de Sovjet-Unie

Na de dood van Brezjnev en het intermezzo met Joeri Andropov (november 1982–februari 1984) en Konstantin Tsjernenko (februari 1984–maart 1985), werd Michail Sergejevitsj Gorbatsjov op 11 maart 1985 tot secretaris-generaal van de Communistische Partij benoemd. In december 1984 had hij reeds zijn programma verkondigd: nadruk op de sociale wetenschappen, een zeker bewustzijn van marktverhoudingen en meer openheid als een ‘onlosmakelijk onderdeel van de socialistische democratie’. Het 27ste partijcongres (1986) nam nieuwe redacties aan van statuut en programma, waarin de belofte van het aanbreken van het communisme werd bijgesteld, maar het beloofde ook een vervolmaking van het kiessysteem en verbetering van het werk van de gekozen organen van volksmacht. Wel zou de partij blijven optreden als de leidende kracht van dit proces. Bij tussentijdse verkiezingen voor de Opperste Sovjet werd op 10 januari 1988 geëxperimenteerd met het stellen van twee kandidaten voor één zetel in het kiesdistrict Vorosjilovgrad (nu Loegansk).

Dit was de eerste vrije verkiezing sinds de verkiezingen voor de Constituerende vergadering van november 1917, zij het dat beide kandidaten nog wel lid waren van de Communistische Partij.

Als uitvloeisel van de 19de partijconferentie (medio 1988) volgden in december 1988 grondwetswijzigingen, die vooral betrekking hadden op het kiesrecht, het parlement en de rechterlijke macht. Naast de partij ging het nieuwe parlement – onder leiding van Gorbatsjov, die voorzitter ervan werd en ook partijleider bleef – de politiek bepalen.

Het Politburo begon – mede door interne meningsverschillen – zijn autoriteit te verliezen. Verder was men begonnen met de ontmanteling van het partijapparaat dat de bureaucratie controleerde. Hierdoor verloor de uitvoerende macht, die steeds sterk van de partij afhankelijk was, haar greep op de gebeurtenissen.

Gorbatsjov in Sovjet Unie
Gorbatsjov in Sovjet Unie

Bovendien leidde Gorbatsjovs politiek van openheid (‘glasnost’) mede tot het ontstaan van allerlei nationaal-gerichte stromingen, die begonnen te eisen dat de in de grondwet aan de republieken verleende soevereiniteit daadwerkelijk aan de republieken zou toekomen. Verkiezingen leverden vooral in de Baltische staten overwinningen op voor de sterk nationaal gerichte volksfronten. Het effect hiervan was dat Litouwen eenzijdig de onafhankelijkheid uitriep (11 maart 1990). Het Sovjetparlement reageerde hierop door een aantal wetten aan te nemen waarin de nieuwe contouren van een federatie werden neergelegd, maar ook werd een Wet op de uittreding aangenomen, die uittreding weliswaar niet onmogelijk maakte, maar wel er voor zorgde dat dit een langdurig en hachelijk proces werd. Na Litouwen volgden Estland en Letland met minder vergaande stappen. In de andere republieken volgde men het Baltische voorbeeld; ronduit bedreigend voor het centrum was de situatie in de RSFSR, waar de steeds radicalere Boris Jeltsin er in slaagde een verklaring te laten aannemen waarin de RSFSR zich soeverein verklaarde.

Dit hield in dat de RSFSR in beginsel zelf voortaan zou beslissen of een door de Sovjet-Unie aangenomen wet op haar grondgebied zou gelden. Hiermee werd de ‘wettenoorlog’ geboren tussen het Sovjetcentrum en de republieken, die overigens binnen de republieken een vervolg kreeg omdat de lagere autoriteiten het door het republieksparlement gegeven voorbeeld maar al te graag overnamen. Tegen deze wettenoorlog stond het centrum betrekkelijk machteloos. Inmiddels was ook Gorbatsjov geleidelijk overtuigd door het reeds langer door de republieken verkondigde standpunt dat de unie moest worden vernieuwd en op 24 november 1990 verscheen de eerste tekst van het ontwerp van een nieuwe Unie-Overeenkomst.

In deze periode omringde Gorbatsjov zich steeds meer met behoudende adviseurs en ministers en hij probeerde met machtsmiddelen het centrum te herstellen. Schietpartijen in Vilnius en Riga volgden in januari 1991. Na een voor Gorbatsjov niet ongunstig verlopen referendum over het behoud van de Sovjet-Unie op 17 maart 1991 volgde een periode van redelijk vruchtbare samenwerking tussen Gorbatsjov en Jeltsin en de leiders van acht andere republieken (het Novo-Ogarjovo-overleg), dat op 23 april 1991 resulteerde in de verklaring van negen republieken en Gorbatsjov (de ‘9 + 1’). Dit leidde uiteindelijk tot een nieuwe tekst voor de Unie-Overeenkomst van 23 juli, die op 20 augustus plechtig ondertekend zou worden. Voordat het zover kwam, hadden de door Gorbatsjov zelf benoemde conservatieve leiders hun krachten verenigd ter behoud van de Sovjet-Unie en op 17 augustus besloten zij tot een coup. Door de aarzelende houding van grote delen van het leger, het moedige optreden van Jeltsin en de klungelige organisatie van de putschisten mislukte deze coup.

Het effect ervan was dat de republieken de handen ineen sloegen en zelf de conclusie trokken dat de Sovjet-Unie niet meer bestond. Het Congres van Volksafgevaardigden legde zich op 5 september 1991 hierbij neer. Wel zou de Sovjet-Unie – in gewijzigde vorm – nog voor een overgangstijd blijven gehandhaafd tot er nieuwe structuren zouden zijn vastgesteld voor de opvolger ervan. Verder erkende de Sovjet-Unie de onafhankelijkheid van de drie Baltische staten.

Bij de onderhandelingen over de nieuwe structuren werd men het aanvankelijk eens over de oprichting van een Economische Gemeenschap. Het overleg over het laatste ontwerp van de Unie-Overeenkomst leverde een nieuwe tekst op (over de Unie van Onafhankelijke Staten), die op 25 november werd gepubliceerd. Oekraïne had echter reeds aarzelingen getoond bij de toetreding tot de Economische Gemeenschap en had niet daadwerkelijk deelgenomen aan het overleg over de nieuwe Unie-Overeenkomst. Oekraïne had zich direct na de coup onafhankelijk verklaard en een referendum hierover uitgeschreven voor 1 december. Toen de bevolking de onafhankelijkheidsverklaring breed steunde, verklaarde Oekraïne zich geheel onafhankelijk; dit betekende het einde van het overleg over de Unie-Overeenkomst en daarmee het feitelijk einde van de Sovjet-Unie. © Schriftelijke door en Encarta