Sovjet-Unie : Komsomol, de communistische jeugdbond |
| Beelden Sovjet-Unie | |
Nauw verbonden met de partij was de Komsomol, de communistische jeugdbond. De ruggengraat van de partij werd echter gevormd door het kader; dit waren vooral de personen die een volledige werkkring in dienst van de partij vonden, maar daarnaast ook velen in staatsdienst, want de normale loopbaan van een apparatsjik bestond uit een geregeld wisselen van partij- en staatsfuncties. Het was vooral deze hiërarchisch opgebouwde partij-elite, met het Politburo aan de spits, die alle politieke en sociaal-economische macht in het land bezat. Voor de verschillende lagen van de partij-elite bestonden er afzonderlijke en betere voorzieningen op het gebied van medische verzorging, huisvesting, ontspanning, consumptiegoederen, buitenlandse reizen, enz. Dit uitgebreide netwerk van voorzieningen stond zelf weer langs vele kanalen in verbinding met het zeer omvangrijke illegale economische leven. |
Deze illegale sector was zo groot doordat in de Sovjet-Unie praktisch iedere economische activiteit die buiten de centraal geplande staatseconomie viel, onwettig was. Deze vervlechting van officieel gesanctioneerde bevoorrechting en wettelijk veroordeelde, maar feitelijk toegelaten en economisch onmisbare bedrijvigheid was kenmerkend voor de positie van de Communistische Partij. |
![]() |
|
Komsomol |
||
Formeel was de Sovjet-Unie een federatie van vijftien soevereine staten. In de praktijk was zij echter een eenheidsstaat. De politieke macht berustte bij de strak gecentraliseerde Communistische Partij. Alle beslissende bevoegdheden waren aan de federale overheid toebedeeld. De unierepublieken hadden wel het recht van afscheiding, maar de uitoefening ervan zou onaanvaardbaar zijn geweest; deze zou volgens de communistische leer immers zijn ingegaan tegen de werkelijke belangen van het volk. Het recht op eigen buitenlandse betrekkingen diende alleen als rechtvaardiging voor het afzonderlijke lidmaatschap van de Verenigde Naties van de Oekraïense en Wit-Russische unierepublieken. Alleen op het gebied van de culturele autonomie bood de federale structuur enige waarborgen (officiële status van eigen landstaal, meestal naast het Russisch).
De wetgevende macht berustte in beginsel bij het hoogste staatsorgaan, de Opperste Sovjet van de USSR, bestaande uit twee kamers, de Sovjet van de Unie en de Sovjet van de Nationaliteiten. De Opperste Sovjet werd gekozen voor een periode van vijf jaar en kwam doorgaans tweemaal per jaar bijeen. In de tussentijd werden zijn meeste functies (ook de wetgevende) waargenomen door een door de Opperste Sovjet zelf aangewezen Presidium. |
||
De wetgeving geschiedde in de vorm van decreten (Russ.: oekazen). Alle wetten, met uitzondering van de grondwet, konden bij decreet gewijzigd worden. De Opperste Sovjet benoemde ook de regering: de Raad van Ministers. Tussentijdse benoemingen in de Raad werden door het Presidium gedaan. De Raad omvatte ongeveer honderd leden: een voorzitter, enige eerste vice-voorzitters, een aantal vice-voorzitters, meer dan zestig ministers, een kleine twintig voorzitters van staatscomités en enkele extra leden (de voorzitters van de Staatsbank, het Centraal Bureau voor de Statistiek en het Comité voor de Volkscontrole). De meeste ministers stonden aan het hoofd van een gespecialiseerde bedrijfstak, zoals bijv. de instrumentenbouw of de machinebouw voor de aardolie-industrie. Naast de ministeries stonden de staatscomités. |
Hun taak richtte zich op afzonderlijke aspecten van een aantal bedrijfstakken tegelijk. Veruit het belangrijkste staatscomité was dat voor het staatsplan, meestal aangeduid met de Russische afkorting Gosplan. De ministeries en staatscomités vielen uiteen in twee groepen, de unieministeries (uniestaatscomités) en de unierepublieksministeries (unierepublieksstaatscomités). De eerste stonden aan het hoofd van een stelsel van staatsorganisaties die een bepaalde staatstaak of bedrijfstak behartigden. De federale unierepublieksministeries daarentegen leidden corresponderende ministeries op het niveau van de deelstaten (unierepublieken), die op hun beurt binnen hun respectieve republieken aan het hoofd stonden van een stelsel van organisaties en/of ondernemingen. Staatsrechtelijk was de Raad van Ministers ondergeschikt aan de Opperste Sovjet en het Presidium. © Schriftelijke door Emmanuel BUCHOT en Encarta |