Sovjet-Unie met Gorbatsjov |
| Beelden Sovjet-Unie | |
Onder Gorbatsjov werden het programma en het statuut in 1988 bijgesteld. Zo beloofde het een vervolmaking van het kiessysteem (meer dan één kandidaat per zetel) en een verbetering van het werk van de gekozen organen van volksmacht. Maar de partij bleef de leidende kracht in dit proces. In de nieuwe parlementaire structuur keerde men terug naar een Congres van Volksafgevaardigden, zoals het tot 1936 had bestaan. Dit Congres, waar alle belangrijke politieke besluiten werden genomen, bestond uit 2250 afgevaardigden, waarvan tweederde direct en eenderde door maatschappelijke organisaties, w.o. de Communistische Partij, werd gekozen. Het Congres koos de Opperste Sovjet; diens voorzitter werd het staatshoofd. Het referendum, als uiting van directe volksmacht, kreeg meer aandacht en verkiezingen waren relatief vrij: ook oppositionele kandidaten werden gekozen. |
Naast de partij ging dus het parlement de politiek bepalen. Het Politburo begon zijn autoriteit te verliezen en ook werd een begin gemaakt met de ontmanteling van het partij-apparaat. Nieuwe grondwetswijzigingen in 1990, waarbij de functie van president werd ingesteld, hielden tevens het schrappen van art. 6 van de grondwet (van 1977), waarin de leidende rol van de Communistische Partij was vastgelegd. Ondertussen ging een aantal sovjetrepublieken ertoe over de in de grondwet aan de republieken verleende soevereiniteit ook daadwerkelijk uit te roepen. De RSFSR deed dit op 12 juni 1990. Vanaf eind 1990 werd tussen de afzonderlijke republieken en sovjetpresident Gorbatsjov onderhandeld over een nieuwe structuur van de federatie. Onderhandelingen voor zo'n nieuwe Unie-overeenkomst liepen stuk door de mislukte conservatieve coup van 17 augustus 1991. |
Hierna begonnen de republieken met de ontmanteling van de Sovjet-Unie; deze werd formeel opgeheven op 21 december 1991. © Schriftelijke door Emmanuel BUCHOT en Encarta |