Sovjet-Unie : Communistische Partij van de Sovjet-Unie |
| Beelden Sovjet-Unie | |
De Communistische Partij van de Sovjet-Unie (CPSU, die in 1919 voor het eerst zo werd genoemd) kreeg een prominentere rol als ‘de leidende en richtinggevende kracht van de sovjetmaatschappij, de kern van haar politieke stelsel en van de organisaties van staat en maatschappij’. De sovjetstaat bezat een officiële, ook in de grondwet genoemde ideologie: het marxisme-leninisme, waarvan de grondslagen gelegen waren in de geschriften van Marx, Friedrich Engels en Lenin en in de geschriften van de partijleider van het moment; de samenvatting ervan, toegespitst op de actuele politieke situatie in binnen- en buitenland, stond in het Programma. Het Statuut bevatte het organisatiereglement van de partij en is daarom als een pendant van de grondwet te zien. De kleinste bouwsteen van de partij was de primaire partijorganisatie. |
Deze was in het algemeen verbonden aan de arbeidsplaats: onderneming, fabriek, kolchozen en sovchozen, school, overheidsinstelling, legeronderdeel, enz. De centrale figuur binnen iedere partijorganisatie was de secretaris, die aan het hoofd van het bureau of secretariaat stond. De primaire partijorganisaties zonden hun afgevaardigden naar een stedelijke |
![]() |
|
Politburo. |
||
(of landelijke) partijconferentie; lagere partijconferenties vaardigden op hun beurt vertegenwoordigers af naar hogere regionale en provinciale partijconferenties, enz., tot de top: het Partijcongres van de Communistische Partij van de Sovjet-Unie. Dit bestond uit ca. 5000 afgevaardigden en was op papier het hoogste gezag binnen de partij. Het kwam eens in de vijf jaar bijeen. In de tussentijd werd de partij geleid door het door het Partijcongres aangewezen Centraal Comité (enkele honderden leden). Dit vergaderde tweemaal per jaar, maar later, onder Gorbatsjov, vaker. Wanneer het niet in zitting was, werden zijn taken waargenomen door het praktisch permanent fungerende Politburo, dat 10 tot 15 leden plus een aantal kandidaat-leden telde. Verder bestond het Secretariaat, met de secretaris-generaal aan het hoofd, dat het partijapparaat leidde. Als organisatiebeginsel van de partij verkondigde het Statuut het democratisch centralisme: verkiezing van alle leidinggevende organen, verantwoording van zulke organen tegenover de kiezers en hogere organen, strikte onderwerping aan besluiten van hogere organen. De praktische uitwerking van dit beginsel had reeds bestaan uit een sterk hiërarchische en centralistische partijopbouw. Op ieder niveau van de partij hadden de partijsecretarissen met het hun ten dienste staande apparaat volledige controle over de selectie van personen. Hierdoor berustte uiteindelijk de hoogste macht in de partij feitelijk bij het Politburo. |
||
Het Centraal Comité werd door het Partijstatuut belast met het leiding geven aan de hoogste staatsorganen. Een aantal sleutelposities aan de top van de staatshiërarchie (de voornaamste posten in het Presidium van de Opperste Sovjet en de belangrijkste ministersposten) werd door leden van het Politburo ingenomen. Dit stelsel herhaalde zich ook op lagere niveaus. Wellicht het meest effectieve beheersingsinstrument in handen van de partijleiding was het nomenclatuursysteem. Op ieder bestuursniveau (stad, regio, provincie, republiek, federatie) bestond een lijst (nomenklatoera) van functies in het overheidsapparaat en het maatschappelijk leven, die alleen bezet mochten worden door een kandidaat die als zodanig de goedkeuring had van de partijorganen van het corresponderende niveau. © Schriftelijke door Emmanuel BUCHOT en Encarta |