Rome : Ontwikkeling van het stadsbeeld |
| Beelden Italië |
31/08/11
|
De 17de- en ook nog de vroeg-19de-eeuwse stad vulde lang niet al de ruimte binnen de Aureliaanse stadsmuur en vooral het oostelijke, hoger gelegen deel (i Monti) was goeddeels onbebouwd, met hier en daar wat huizen rond verspreide kerken en kloosters. Sixtus V toonde zich een stedenbouwer met vooruitziende blik door het ontwerpen van rechtlijnige straten die de belangrijkste punten van de Monti zouden verbinden met het centrum. Op de westelijke oever van de Tiber bevonden zich aanvankelijk slechts twee stadswijken, de Città Leonina, met de St.-Pieter, het Vaticaan en de Borghi, en Trastevere, gelegen aan de voet van de Monte Gianicolo. Pas onder Julius II werd in een rechte lijn op enige afstand van de Tiber de Lungara aangelegd, als antwoord op de door dezelfde paus getraceerde Via Giulia aan gene zijde van de rivier. Aan de Via Giulia ontstonden diverse renaissancepaleizen; de bebouwing van de Lungara bleef vnl. uit kleine kloosters en burgerhuizen bestaan. |
Beide straten waren als sanering van volksbuurten bedoeld: de Via Giulia doorsneed de Regola, een wirwar van smalle pittoreske straatjes, waarvan veel nog bestaat. De 17de eeuw was tevens de tijd van de door uitgestrekte parken omgeven villa's, waarvan er vele verdwenen in de 19de eeuw. In de 18de eeuw verschenen onder invloed van de rococo o.m. de zgn. Spaanse Trappen (1723–1725; Francesco de Sanctis) aan de Piazza di Spagna, de Trevifontein, het Palazzo Doria (15de eeuw vv.) aan de Corso, de façade van de 17de-eeuwse Maddalenakerk en die van de Santa Croce (oorspr. 4de eeuw), maar ook de strakke voorgevel (door Alessandro Galilei) van de San Giovanni in Laterano. In het begin van de 19de eeuw ontwierp Giuseppe Valadier de aanleg van de Piazza del Popolo en van de Pincio. |
Aan het eind van 19de eeuw was het Gaetano Koch, die de ombouwing van de Piazza dell'Esedra (1885) en de bouw van de Banca d'Italia (1886–1892) uitvoerde. Ook ontstonden toen de grote doorbraken door de oude binnenstad (o.m. de Corso Vittorio Emanuele II). De Via Nazionale, al voor 1871 aangelegd, werd bebouwd, evenals de Prati-wijk met haar rechte straten en regelmatige huizenblokken. In 1911 ontstond het controversiële, in witte kalksteen opgetrokken Monument voor Victor Emmanuel II, of Altare della Patria (door Giuseppe Sacconi) aan de Piazza Venezia. Aan de fascistische tijd herinnert een aantal door- en afbraken, ten behoeve van – nimmer aangelegde – monumentale bouwwerken. De afbraak (1931–1933) van de middeleeuwse en renaissance wijk tussen de Piazza Venezia en het Colosseum is de meest omstredene. Niet alleen ging veel kunsthistorisch en cultureel belangrijk materiaal verloren, ook werd verzuimd het afgebrokene te documenteren. Weliswaar kwamen hierbij de keizerfora bloot, maar die werden voor een groot deel weer opgeofferd aan de parade-allee, de Via dei Fori Imperiali. De aanleg van de Via del Mare naar Ostia betekende de afbraak van de wijk rondom S. Nicola in Carcere. Daarbij kwam het theater van Marcellus vrij te staan. De wijk die werd opgeofferd aan de Via della Conciliazone omvatte het sterfhuis van Rafaël (elders herbouwd). In de naoorlogse periode werd het in 1938 in fascistisch monumentale stijl begonnen Stazione Termini op moderne wijze door een groep jonge architecten voltooid (1947–1950). |
![]() |
Fontein van Rome. Beeld E. Buchot |
Voor de Olympische Spelen van 1960 werden door Pier Luigi Nervi o.m. het Palazzo en het Palazetto dello Sport gebouwd (1960). De verbouwing van het EUR-complex dateert van de jaren zestig. Nieuwe projecten (auditorium, wetenschapsmuseum) in Rome verzanden in de bureaucratie, tenzij bedoeld voor prestigieuze doeleinden als het wereldkampioenschap voetballen (1990), waarvoor niet alleen het Olympisch Stadion werd vergroot, maar ook infrastructurele maatregelen konden worden getroffen. "Rome" © Schriftelijke door Emmanuel BUCHOT en Encarta |
Tilpasset søgning
|