China
Religie in China
Foto's van China

De moderne ontwikkelingen vanaf het midden van de twintigste eeuw hebben een sterk desintegrerend effect gehad op het taoïsme (zie tauïsme) en boeddhisme, de traditionele godsdiensten van China. Met name tijdens en na de Culturele Revolutie werd van staatswege actief campagne gevoerd tegen de godsdienst in het algemeen, alsook tegen het confucianisme; de meeste religieuze instellingen werden gesloten. Na 1977 veranderde deze politiek, in 1982 culminerend in een grondwetswijziging die het recht van de Chinese burger op vrije geloofsbelijdenis vastlegde. Vele kerken, tempels en moskeeën werden heropend.

De met ceremonies omgeven voorouderverering komt – los van de traditionele godsdiensten – nog vrij algemeen voor. Over het aantal aanhangers van de traditionele godsdiensten zijn geen exacte gegevens bekend, maar geschat wordt dat het boeddhisme ca. 100 miljoen aanhangers heeft en het taoïsme ca. 30 miljoen; het confucianisme is wijd verbreid.

Het aantal islamieten wordt geschat op 20 miljoen. Zij zijn het sterkst vertegenwoordigd in de autonome gebieden Ninxia Hui en Xinjiang Uygur.

In 1988 waren er ca. 2 miljoen geregistreerde christenen in het land, van wie ca. 60% lid was van de Nationale Katholieke Kerk (ontstaan in 1958, toen deze zich losmaakte van Rome). De Evangelische Kerk van China heeft een sterk groeiende aanhang (1994: ca. 20 miljoen).In oktober 2000 verklaarde paus Johannes Paulus II 120 martelaren heilig die tussen 1650 en 1930 in China omkwamen. De groep omvatte 87 Chinezen en 33 buitenlandse missionarissen, onder wie de Nederlandse Kaatje Dierkx uit Ossendrecht (1866–1900).

Het Chinese ministerie van Buitenlandse Zaken, de Patriottische Katholieke Vereniging van China en het officieel erkende Bisschoppelijk college haalden fel uit tegen de heiligverklaring. Veel van de heiligverklaarden werden bestempeld als ‘handlangers van het westerse imperialisme die zware misdaden hadden begaan tegen het Chinese volk.’

In 1999 werd de regering in Peking geconfronteerd met een nieuwe vorm van dissidentie, die zoals gebruikelijk door de autoriteiten hardhandig werd aangepakt. Het ging om een nieuwe religieuze beweging, de Falun Gong. De beweging beweerde tientallen miljoenen aanhangers te hebben, onder wie vooraanstaande partijleden en hoge militairen. Uit protest tegen de intimidaties en pesterijen door de autoriteiten hielden 10 000 aanhangers van de Falun Gong op 25 april 1999 in Peking de eerste massademonstratie sinds het bloedbad van 4 juni 1989. In de daarop volgende maanden werden regelmatig demonstratieve bijeenkomsten van Falun Gong-aanhangers verstoord en op 22 juli 1999 verklaarde het ministerie voor Burgerzaken de Falun Gong officieel tot illegale beweging;

Chinese pagode
Chinese pagode. © Beeld Emmanuel Buchot.

in oktober 1999 werd de Falun Gong als ‘sekte’ aangemerkt, waardoor volgens een nieuwe wet de doodstraf kon worden opgelegd aan aanhangers. Amnesty International maakte melding van mishandeling en marteling van Falun Gong-aanhangers.

Taal

De officiële taal is het standaard-Mandarijn (Putonghua of Guoyu), het basisdialect van Noord-China. Deze taal is verstaanbaar voor de meerderheid van de bewoners van de Chinese Volksrepubliek (70%). Elke provincie heeft een eigen 'dialect'; vele daarvan, zoals die bijv. worden gesproken in de provincies Hunan en Guangdong, zouden binnen Europese verhoudingen talen worden genoemd. Alle grote minderheidsvolkeren, met uitzondering van de Hui, hebben een eigen taal. Sinds 1958 wordt via scholen en radio het standaard-Mandarijn als spreektaal voor heel China bevorderd. Ook wordt nog steeds voortgegaan met een vereenvoudiging van de Chinese lettertekens. De vereenvoudigde romanisering of fonetische transcriptie van de Chinese lettertekens

Chinese taal
Chinese taal. © Beeld Emmanuel Buchot.
(de zgn. Hanyu-Pinyen-spelling) werd per 1 januari 1979 officieel geaccepteerd. © Schriftelijke door en Encarta
Tilpasset søgning