Turkije
Politieke instellingen van Turkije
Foto's van Turkije

Volgens de in november 1982 per referendum goedgekeurde grondwet (laatstelijk geamendeerd in 2002) wordt de president voor een periode van zeven jaar gekozen door het parlement. Hij benoemt de ministers en de rechters en is tevens voorzitter van de invloedrijke Nationale Veiligheidsraad. De grondwet voorziet in een parlement bestaande uit één kamer, de Grote Nationale Assemblee, bestaande uit 550 leden, met algemeen kiesrecht (vanaf 18 jaar) gekozen voor een periode van vijf jaar. Politieke partijen die communisme, fascisme of religieus fundamentalisme in hun vaandel schrijven, zijn verboden, evenals de Koerdische partijen PKK en DEP.

Bestuurlijke indeling

Administratief is Turkije verdeeld in 81 provincies (iller), bestuurd door een door de regering benoemde gouverneur. Het lokale bestuur wordt gevormd door ruim 3200 gemeenten, met elk een gekozen raad en burgemeester. De ca. 50 000 kleinere dorpen hebben een Raad van Ouderen en een dorpshoofd.

Turkije is lid van de Verenigde Naties en enkele VN-suborganen, de Islamitische Conferentie, de NAVO (sinds 1952), de Raad van Europa en de organisatie van Zwarte-Zeestaten (1992). Sinds 1963 is Turkije geassocieerd lid van de EU (douane-unie sinds 1 januari 1996).

Politieke partijen en vakbonden

Na de staatsgreep van september 1980 werden de politieke partijen ontbonden. Bij de verkiezingen van 1983 werden nieuwe politieke partijen toegelaten, mits goedgekeurd door de Nationale Veiligheidsraad. Voormalige politici waren tot 1987 van politieke activiteit uitgesloten. In de praktijk keerde een aantal oude politieke partijen onder een nieuwe naam terug. De voornaamste partijen zijn: de Adalet ve Kalkinma Partisi (AKP) of Partij voor Gerechtigheid en Ontwikkeling (gematigd islamitisch, opgericht in 2000, geleid door Recep Tayyip Erdogan), en de in 1923 door Mustafa Kemal (Atatürk) opgerichte Republikeinse Volkspartij (Cumhuriyet Halk Partisi, CHP), die in de jaren zeventig in socialistische richting evolueerde. Andere partijen slaagden er in 2002 niet in de kiesdrempel van 10 procent te halen: de Anavatan Partisi (ANAP) of Moederlandpartij (liberaal-conservatief; in 1983 opgericht door o.a. Turgut Özal), de Do?ru Yol Partisi (DYP) of Partij van het Juiste Pad (centrum-rechts; van ex-premier T. Çiller; voortzetting van de Gerechtigheidspartij [AP]) en de Partij van Democratisch Links (DSP) (centrum-links; voortgekomen uit de CHP. De voornaamste islamitische partij, tot de opkomst van de AKP, wordt geleid door Neçmettin Erbakan en werd vanwege antiseculiere opvattingen enkele malen verboden en ontbonden, om onder een andere naam terug te keren: Partij voor Nationaal Behoud (1970), Partij voor Nationale Redding (1973), Welvaartspartij (Refah, 1981), Partij van de Deugd (1998) en sinds 2001 Gelukzaligheidspartij.

Turkse president
Turkse president
Voorts is van belang de zeer nationalistische Milliyetçi Hareket Partisi (MHP) of Partij van de Nationalistische Actie. Na de verkiezingen van 3 november 2002 waren de in totaal 550 zetels in het parlement als volgt verdeeld: Partij voor Gerechtigheid en Ontwikkeling (AKP) 363, Republikeinse Volkspartij (CHP) 178, niet-partijgebonden 9.
De grondwet van 1982 erkent het recht op vakbondsvorming en het stakingsrecht, maar legt stringente beperkingen op aan de activiteiten van de vakbondsorganisaties, m.n. op politiek terrein. Het grootste overkoepelende vakverbond is Türk-i? (Confederatie van Turkse vakbonden), opgericht in 1952 en lid van de Internationale Federatie van Vakverenigingen. De voornaamste Turkse werkgevers zijn verenigd in TUSIAD (Turkse Associatie van Industriëlen en Zakenlieden). © Emmanuel Buchot en Encarta.
Tilpasset søgning