Portugal
Politieke instellingen van Portugal
Beelden van Portugal

In 1982 trad een nieuwe grondwet, die de oude van 1976 verving, in werking. Deze schafte de militaire Revolutionaire Raad als bewaker van de ‘geest van de Portugese revolutie van 25 april 1974’ af en beperkte de macht van de president. Voorts werden marxistische en socialistische elementen uit de grondwet verwijderd. De president, die elke vijf jaar bij algemeen kiesrecht gekozen wordt, benoemt de premier en heeft het recht diens regering te ontslaan. De president is tevens opperbevelhebber van het leger. Als raadgever van de president treedt op de Staatsraad, bestaande uit tien, deels ex-officio-, deels door de president benoemde, leden. De regering heeft een relatief zwakke positie, want zij is politieke verantwoording verschuldigd tegenover de president en tegenover het parlement. Het parlement bestaat uit één kamer, de Assembleia da República.

De afgevaardigden, 230, worden om de vier jaar bij algemeen kiesrecht volgens evenredige vertegenwoordiging in een districtenstelsel gekozen. Kiesrecht is er voor alle burgers vanaf 18 jaar. Vier afgevaardigden vertegenwoordigen de Portugezen die in het buitenland wonen. Het parlement kan maximaal driemaal in de vier jaar, op grond van een motie van wantrouwen, een regering naar huis sturen.

Bestuurlijke indeling

Historisch is Portugal verdeeld in elf provincies: Minho, Trás-os-Montes, Alto Douro, Douro Litoral, Beira Alta, Beira Baxia, Estramadura, Ribatejo, Alto Alentejo, Baixo Alentejo en Algarve.

Tegenwoordig is Portugal onderverdeeld in 18 districten en twee autonome regio's (de Azoren en Madeira) met aan het hoofd een benoemde gouverneur. De districten zijn onderverdeeld in concelhos (vergelijkbaar met gemeenten).

Portugal is lid van de Verenigde Naties en een aantal suborganisaties daarvan, van de NAVO, de Europese Unie, de Wereldhandelsorganisatie (WTO), de Raad van Europa en de Organisatie voor Europese Samenwerking en Ontwikkeling (OESO).

Twee partijen bepalen het politieke klimaat: de Partido Social Democrata (PSD; rechtsliberaal, sociaaldemocratisch) en de Partido Socialista (PS).

Portugese regering
Portugese regering : Socrates

Sinds 1976 wisselen zij elkaar af in de regering. Andere, veel kleinere partijen zijn de conservatieve Partido Popular en de Coligaçâo Democrático Unitária (CDU), een linkse coalitie, gedomineerd door de Partido Comunista Português (PCP).

Na de verkiezingen van 20 februari 2005, waren de in totaal 230 parlementszetels als volgt verdeeld: Partido Socialista (PS) 121 [was 96 in 2002], Partido Social Democrata (PSD) 75 [was 105], Coligação Democrática Unitária (CDU) 14 [was12], Partido Popular (PP) 12 [was 14], Bloco de Esquerda (BE) 8 [was 3].

Sedert 1974 bestaat er een vrije vakbeweging. Oudste organisatie is de Confederação dos Trabalhadores Portuguêses-Intersindical Nacional (CGTP). In 1978 werd de União Geral dos Trabalhadores Portuguêses (UGTP) opgericht door socialisten en sociaaldemocraten om de grote communistische invloed in de vakbeweging tegen te gaan. Deze heeft ongeveer de omvang van het CGTP gekregen. Emmanuel Buchot en Encarta

Tilpasset søgning