India
Politieke instellingen in India
Beelden India

India kent formeel een parlementair-democratisch stelsel en een federale bestuursvorm; kenmerkend is echter de grote macht van de centrale regering. De Indiase grondwet is grotendeels een voortzetting van de Brits-koloniale wetgeving; sinds haar inwerkingtreding in 1950 is zij al 46 keer gewijzigd op uiteenlopende punten. Hoogste regeringsorgaan is de gekozen volksvertegenwoordiging: overeenkomstig het Britse model zijn alle ministers lid van het parlement en daaraan verantwoording schuldig. Het parlement omvat twee Kamers: het rechtstreeks gekozen Lagerhuis of Lok Sabha (maximaal 545 leden, iedere vijf jaar gekozen) en het indirect gekozen Hogerhuis of Rajya Sabha (maximaal 250 leden, vertegenwoordigers van de deelstaten; iedere twee jaar wisselt een derde). Dit Hogerhuis is een permanent orgaan. Het formele staatshoofd is de president, die eens in de vijf jaar gekozen wordt door een kiesmannencollege dat samengesteld is uit het federale parlement en de deelstaatparlementen. De president is herkiesbaar; hij heeft een vnl. ceremoniële en representatieve functie, behalve in tijden van instabiliteit.

Dan kan hij de bestuursmacht aan zich trekken, het parlement ontbinden en tussentijdse verkiezingen uitschrijven. Hierbij heeft hij echter de instemming van de meerderheid van de ministers nodig. Kern van de ministerraad (bestaande uit twintig kabinetsministers, twintig ‘gewone’ ministers en twintig viceministers) vormen het kabinet en vooral de kleine kabinetscommissies (waarvan de premier steeds voorzitter is) die de dagelijkse besluitvorming in handen hebben. De feitelijke sleutelfiguur in het bestel is de premier, die als leider van de parlementsmeerderheid en van de ministerraad optreedt; het parlement kan weinig zelfstandig tegenspel bieden en alleen bij ernstige interne verdeeldheid binnen de regering enige invloed uitoefenen. De bevoegdheden van de deelstaten zijn grondwettelijk vastgelegd in de State list, die van de centrale regering in de Union list;

de Concurrent list vermeldt die terreinen waarop beide niveaus bevoegd zijn; bij geschillen inzake competentie prevaleert vrijwel altijd de centrale overheid.

Het land is bestuurlijk ingedeeld in 28 deelstaten en 7 unieterritoria. Voorts is er een onderverdeling in districten, talugs of tehsils (bestaande uit enige honderden dorpen), steden en dorpen. In 2000 werden drie nieuwe deelstaten gevormd. De 26ste deelstaat van India, het grotendeels tribale Chhattisgarhd, werd losgemaakt uit het grotere Madhya Pradesh in Centraal-India. De nieuwe, bergachtige deelstaat Uttarakhand (tot 2007 Uttaranchal geheten) was voorheen een deel van Uttar Pradesh. Van een andere deelstaat in Noord-India, Bihar, werd het zuidelijke deel, het delfstofrijke Jharkand, de 28ste deelstaat. Grote steden worden bestuurd door corporaties, geleid door een gekozen burgemeester. De unieterritoria worden rechtstreeks vanuit New Delhi bestuurd: de president benoemt voor elk territorium een administrateur. In bepaalde gevallen kan de centrale regering het bestuur van

Indiase premier
Indiase premier.
afzonderlijke deelstaten overnemen (zoals het geval is geweest in Punjab, Jammu en Kashmir, en Assam). Ten slotte zijn op lokaal niveau nieuwe bestuursorganisaties opgezet (community development en panchayati raj), die de bevolking sterker moeten betrekken bij de sociaaleconomische opbouw van het land.
Aangepast zoeken