China
Planten en dieren in China
Foto's van China

Zuidoost-China is van oorsprong bedekt met een subtropisch, bij Achter-Indië aansluitend regenwoud, met tropische, paleoarctische, pacifische en Himalaja-elementen. Het bos is rijk aan bamboe. In de bergen treedt het nog slechts plaatselijk op; hier overwegen coniferen, soorten van de Laurier- en de Theefamilie, eiken en magnolia's. Midden-China kent van oorsprong een gematigd, zeer soortenrijk regenwoud (mei-koe), nu teruggedrongen tot tempelhoven en gebergten, het rijkst op nevelhellingen, met o.a. paardenkastanjes, esdoorns, kers, kornoelje en coniferen.

Hier werd het merkwaardige 'levend fossiel' Metasequoia ontdekt. Een ander, reeds veel langer bekend levend fossiel, Ginkgo biloba, is als cultuurplant (bij tempels) behouden gebleven. Verder noordwaarts strekt zich het eindeloze, bijna geheel in cultuur gebrachte lösslandschap uit (bijv. in het dal van de Huang He), dat oorspronkelijk een gematigd loofverliezend loofwoud droeg.

Resten daarvan zijn in de bergen nog aan te treffen; zij zijn buitengewoon soortenrijk en bevatten behalve vele soorten coniferen en vele soorten esdoorns, berken, paardenkastanjes, elzen, eiken, linden en walnoten ook karakteristiek Chinese bomen en struiken als Paulownia, Gleditschia, Rhododendron, enz.

Naar het noorden en noordwesten (Mantsjoerije, Gobi) strekken zich steppen en woestijnen uit met een karige begroeiing van bijv. alsemsoorten en het kameelvoer Kalidium gracile. Het zuidwestelijke hooggebergte daarentegen behoort tot de floristisch rijkste gebieden der aarde. Van beneden naar boven onderscheidt men hier eerst het subtropische savannenbos tot 1800 (soms 2800) m;

de onderste montane zone (tot 2900 m) met dennenbossen en gemengde dennen-loofbossen (met eiken en kastanjes), altijdgroen bos, doornstruweel, lauriereikenbos en steppe; de bovenste montane zone (in het zuiden tot 4350 m, in het noorden tot 3700 m) met naaldbossen, Rhododendron-struwelen en hoog opschietende graslanden, en ten slotte de uitermate soortenrijke alpine zone, bijv. in Yunnan en Sichuan, waar dwergstruiken tot 4730 m hoog voorkomen en waar bijv. het geslacht Rhododendron 600 soorten, sleutelbloem 300 soorten en kartelblad 210 soorten rijk is.
Dierenwereld in China

De grootte van China heeft een enorme variatie in landschaps- en vegetatietypen tot gevolg; de ligging in Oost-Azië maakt dat de fauna zowel Aziatisch-tropische als Eurosiberische elementen omvat. Overbevolking en landbouw hebben de dierenwereld sterk teruggedrongen, een proces dat overigens al eeuwen lang aan de gang is. In de dichtbevolkte laaglanden zijn nog maar weinig dieren aan te treffen; zelfs vogels zijn over het algemeen zeer schaars geworden. In de bergen en in de dunner bevolkte gebieden treft men nog de resten van een eens zeer rijke fauna aan; men schat het aantal Indische olifanten in China op nog slechts ca. 100.

Van de grote zoogdieren verdienen o.a. vermelding de beroemde reuzenpanda of bamboebeer uit de

Vegetatie in China
Vegetatie in China. © Beeld Emmanuel Buchot.
westelijke provincie Sichuan, het Pater Davidshert, dat men nimmer in het wild gekend heeft, de geweiloze waterree, een merkwaardige zoetwaterdolfijn (Lipotes vexillifer) van het Dongtingmeer en omgeving, en enige merkwaardige apen (geslacht Rhinopithecus). Verder verdient vermelding de lepelsteur van de Yangzi Jiang en de Chinese/Japanse reuzensalamander. In het zuiden sluit de fauna aan bij die van Zuid-Azië met olifanten, tijgers, panters, varkens en herten; in het noorden heeft de fauna meer het karakter van die van Noord-Azië met op de grenzen o.a. het przewalskipaard (in het wild thans vrijwel uitgestorven), de wilde kameel en de Siberische tijger (beide thans nog zeer zeldzaam). De avifauna omvat voor een belangrijk deel Euraziatische elementen. © Schriftelijke door en Encarta
Tilpasset søgning