Parijs : Stadsbeeld : Negentiende eeuw |
Beelden Frankrijk |
26/08/11
|
Tijdens het Eerste Keizerrijk volgde men de oudheid na, niet alleen in triomfbogen (Arc de Triomphe de l'Étoile, 1806–1836; Arc de Triomphe du Carrousel, 1808–1810) en erezuilen (Colonne Vendôme, 1806–1810), maar ook met een complete tempel (La Madeleine, 1806–1842), terwijl tempelfronten openbare gebouwen sierden, zoals de huidige Assemblée Nationale (1804–1807). Tijdens de Restauratie kwamen enkele kerkgebouwen tot stand die voorbeelden van de christelijke oudheid imiteerden: dergelijke neobasilica's zijn de Notre Dame-de-Lorette (1823–1836) en de St-Vincent-de-Paul (1824–1844). Tijdens de regering van Lodewijk Filips kwam niet alleen de Colonne de Juillet op de Place de la Bastille tot stand, maar ook werd de Arc de l'Étoile afgebouwd en het graf van Napoleon aangelegd onder de Dôme des Invalides. |
Met de Ste-Clotilde (begonnen 1846 door Gau, voltooid 1856 door Ballu) deed de neogotiek haar intrede, met in haar kielzog de overgang tot de restauratie van o.a. de Sainte-Chapelle en de Notre Dame (vanaf 1837, door Viollet-le-Duc, Lassus en Duban). Het waren Napoleon III en zijn prefect Haussmann die Parijs grondig vernieuwden: Haussmann doorsneed de stad met rechte avenues en boulevards en bouwde talrijke Seinebruggen. De ijzerconstructie werd gemeengoed in de architectuur: Victor Baltard paste haar toe bij de bouw van de in 1971 gesloopte Hallen (1854) en bij de bouw van de kerk St-Augustin (1860–1871). Uiteraard werd zij ook gebezigd voor de overkappingen van spoorwegstations, bijv. de Gare du Nord (1863; door Hittorf). |
Het voornaamste bouwwerk van het Tweede Keizerrijk is zonder twijfel de Opéra (1862–1875; C. Garnier), in- en uitwendig getuigend van de wat decadente luxe van de late 19de eeuw, maar tevens van een originele conceptie. In het laatste kwart van de 19de eeuw verrees o.m. de Sacré-Cœur (1876–1910; Abadie) in romano-Byzantijnse vormen. Ter gelegenheid van de Wereldtentoonstelling van 1889 op het Champs de Mars kwamen als bravourestukjes van metaalconstructie de Eiffeltoren en de nu verdwenen Galerie des Machines (F. Dutert) tot stand; bij die van 1900 bouwde men het Grand Palais en het Petit Palais (C. Girault), evenals de Pont Alexandre III (Résal en Alby) met zijn boogspanning van ruim 107 m en breedte van 40 m. © Schriftelijke door Emmanuel BUCHOT en Encarta. |
![]() |
Pont ALexandre 3 in Parijs. Beeld E. Buchot |
Tilpasset søgning
|