Oostenrijk in het begin van de 20e eeuw |
| Foto's van Oostenrijk |
14/08/11
|
Het optreden van Bismarck en de nederlaag in de zgn. Pruisisch-Oostenrijkse Oorlog van 1866 bezegelden in dat opzicht Oostenrijks uitsluiting uit de interne Duitse politiek. De Duitse Bond werd opgeheven en vervangen door Noord-Duitse Bond onder Pruisische leiding. Aan Italië verloor Oostenrijk bij de Vrede van Wenen van 1866 met Venetië zijn laatste Italiaanse bezit. De nederlaag tegen Pruisen veroorzaakte o.m. een verzwakking van het Duitse element in de multinationale monarchie. De regering in Wenen trok daaruit slechts zeer ten dele de logische conclusie: federalisering van het rijk. Ze stond alleen aan de Hongaren autonomie toe bij de op 8 februari 1867 overeengekomen Ausgleich. Voor de verschillende Slavische volken bleef zo de oude toestand van onderworpenheid bestaan. De nieuwe dubbelmonarchie (of Donaumonarchie) was hierdoor al vanaf het begin danig belast. Met de uit de Ausgleich voortvloeiende kroning van Frans Jozef als koning van Hongarije op 8 juli 1867 kwam de laatste metamorfose van het Habsburgse rijk formeel tot stand. |
Sindsdien waren de twee rijksdelen – Transleithanië (Hongaars) en Cisleithanië (Oostenrijks) – nagenoeg zelfstandige constitutionele monarchieën onder één staatshoofd. De binnenlandse ontwikkeling van Cisleithanië tussen 1866 en 1914 werd in hoge mate beheerst door de spanning tussen Duits en Tsjechisch nationalisme; de Polen in Galicië steunden in het algemeen wel de regering in Wenen, omdat deze hun het Pools als bestuurlijke voertaal toegestaan had en hen in de gelegenheid stelde hun gezag over de Oekraïense plattelandsbevolking te handhaven. Later kwam bij deze problematiek nog de opkomst van politieke massabewegingen en een deels ermee samenhangende radicalisering van het nationalisme. |
Van 1867 tot 1879 regeerden in het algemeen Duits-liberale regeringen. Een van hun eerste activiteiten was erop gericht de na het in 1855 gesloten concordaat met Rome zeer nauw geworden verhouding tussen kerk en staat weer losser te maken. Zo werden het burgerlijk huwelijk en het openbaar onderwijs ingevoerd, terwijl in 1871 het concordaat zelf werd opgezegd. Ten aanzien van het Tsjechisch verzet tegen de bestaande rijksstructuur bleek een oplossing niet bereikbaar. Nadat Bosnië en Hercegovina na het Congres van Berlijn in 1878 onder bestuur van de dubbelmonarchie waren geplaatst, werd de liberale regering door de keizer, die haar verzet tegen deze |
![]() |
Oostenrijk in het begin van de 20e eeuw. chrisvankeulen.nl |
versterking van het Slavische element in het rijk niet accepteerde, naar huis gestuurd. De nieuwe regering-Taaffe, die van 1879 tot 1893 aan de macht was, steunde op een coalitie van Duitse conservatieven, klerikalen en gematigde vertegenwoordigers van het Slavische bevolkingsdeel: de ‘Eiserner Ring’. Zij voerde een politiek die leidde tot een versterking van de kerkelijke invloed op het onderwijs en tot zekere concessies aan de Tsjechen. |
Na een aantal kiesrechthervormingen werd in 1907, mede onder indruk van de Russische revolutie van 1905, het algemeen mannenkiesrecht ingevoerd. Mede hierdoor kwam een drietal grote nieuwe partijen op. Onder de Duitse middenklasse ontstond de extreemnationalistische ‘Deutschnationale Bewegung’ onder Georg von Schönerer, antisemitisch, anti-Slavisch, vóór de ‘kleine man’ en vol ontzag voor de Duitse leider Bismarck. Haar opkomst ging vooral ten koste van de oude liberale partij. Deze verloor ook, evenals de oude klerikale beweging, een deel van haar aanhang aan de Christelijk Sociale Partij onder leiding van Karl Lueger. De derde nieuwe partij was de reformistisch Sociaal-Democratische Partij onder leiding van Viktor Adler en Karl Renner. Na verloop van tijd scheidden in 1897 de Tsjechen zich af van deze partij. |
Na de regering-Taaffe, die tenminste nog een aantal vooruitstrevende maatregelen (spoorwegbouw, industriebevordering, ziekte- en ongevallenverzekeringen) had doorgevoerd, kwamen zwakke regeringen aan het bewind. Door de tegenstellingen tussen Duitsers en Tsjechen was omstreeks de eeuwwisseling het parlementaire bestel vrijwel verlamd geraakt. Daarbij kwam nog dat ook de internationale positie van de dubbelmonarchie sterk verzwakte. In 1873 kwam onder de – Hongaarse – minister van Buitenlandse Zaken Andrassy de verzoening met Duitsland tot stand door de oprichting van de Driekeizerentente, waarin Oostenrijk, Rusland en Duitsland zich aaneensloten en waarvan Bismarck |
![]() |
Congres van Berlijn (1878). |
rugdekking tegen het Franse revanchisme verwachtte. Al tijdens zijn leven zou echter blijken dat de belangentegenstellingen tussen Rusland en Oostenrijk op de Balkan te groot waren, in het bijzonder na het Congres van Berlijn (1878). Door de oprichting van een samenwerkingsverdrag in 1894 raakten Oostenrijk en Duitsland steeds meer geïsoleerd en op elkaar aangewezen. Toen na de revolutie van de Jong-Turken in 1908 de Oostenrijkse regering van de situatie gebruik maakte om Bosnië en Hercegovina geheel in de dubbelmonarchie te incorporeren, dreigde een gewapend conflict met Rusland. "Oostenrijk," © Schriftelijke door Emmanuel BUCHOT en Encarta |
![]() Tilpasset søgning
|