Noorwegen

Noorwegen : 1980–2000

Foto's van Noorwegen
25/07/11

In 1981 werd Nordli opgevolgd door Gro Harlem Brundtland, de eerste vrouwelijke minister-president van Noorwegen. De verkiezingen van dat jaar resulteerden in een conservatieve minderheidsregering (de eerste conservatieve regering sinds 1928) onder Kåre Willoch. Deze ging in 1983 een coalitie aan met de centrumrechtse partijen. Na de verkiezingen in 1985 verloor de conservatieve coalitie weliswaar haar meerderheid, maar mocht dankzij de steun van de rechtse Vooruitgangspartij (2 zetels) doorregeren. In 1986 werd Willoch, als gevolg van arbeidsonrust (de ergste sinds 55 jaar) en de veel tegenwerking ondervindende bezuinigingen (noodzakelijk geworden door de daling van de aardolieprijs), genoopt zijn ontslag te nemen. Brundtland vormde een minderheids-Arbeiderspartijregering, die de bezuinigingsmaatregelen wel wist door te zetten. In 1989 verloor de Arbeiderspartij de verkiezingen en gedurende een jaar werd het land door een centrumrechts minderheidskabinet van de conservatief Jan Peder Syse geregeerd.

Zijn regering viel in oktober 1990 op het vraagstuk van Noorwegens eventuele toetreding tot de Europese Unie, een onderwerp waarover al sinds 1970 grote verdeeldheid bestaat. Brundtland, die haar derde minderheidsregering vormde, stond een nauwere band met de EU voor. In oktober 1992 werd het met de overige landen van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA) en de twaalf EU-lidstaten bereikte akkoord over de Europese Economische Ruimte (EER) aanvaard. In 1993 werden de onderhandelingen met de EU over toetreding heropend. Op 17 januari 1991 overleed koning Olaf V. Hij werd opgevolgd door zijn zoon Harald V, die op 23 juni van dat jaar officieel werd ingehuldigd. Grote verliezers bij de parlementsverkiezingen van september 1993 waren de conservatieven en de kleine rechtse Vooruitgangspartij.

De verkiezingswinst was voor premier Brundtland voldoende om haar minderheidsregering te kunnen voortzetten. Het lidmaatschap van de EU werd in november 1994 in een referendum afgewezen: ruim 52% van de kiezers stemde tegen. Economisch ontwikkelde Noorwegen zich in de eerste helft van de jaren negentig bijzonder gunstig. De aanhoudende groei was vooral te danken aan de inkomsten uit olie en aardgas, hetgeen de eenzijdigheid en kwetsbaarheid van de economie onderstreepte. Dit werd merkbaar in 1998, toen de Aziëcrisis en de extreem lage olieprijzen leidden tot een stevige teruggang in de economische groei. De rente moest tot vijf keer toe verhoogd worden om de kroon te stabiliseren.

Brundtland trad eind 1996 af, en werd opgevolgd door haar partijgenoot Thorbjörn Jagland. Bij de parlementsverkiezingen van september 1997 kwamen de Christelijke Volkspartij (CVP) en de populistische Vooruitgangspartij echter als de grootste winnaars naar voren.

Gro Harlem Brundtland
Gro Harlem Brundtland.
CVP-leider Kjell Magne Bondevik smeedde een coalitieregering tussen CVP, Centrumpartij en de liberale Venstre. Met 42 van de 165 zetels had de coalitie zelfs voor Noorse begrippen een erg krappe basis. "Noorwegen," © Schriftelijke door en Encarta.
Tilpasset søgning