New York : Verkeer |
| Beelden Verenigde Staten |
|
Naast het bestuur vormen het vervoer en het verkeer een zeer essentieel probleem van de New Yorkse agglomeratie. Kolossale verkeersstromen, vnl. het gevolg van de afstand tussen woon- en werklokatie van de bevolking, moeten dagelijks worden verwerkt. De belangrijkste verkeersstromen zijn die binnen Manhattan en die gericht op (resp. uitgaande van) Manhattan, dat behalve pendel en vrachtvervoer ook als winkel- en cultureel en recreatief centrum zeer veel verkeer te verwerken heeft. Minder intensieve verkeersstromen zijn die binnen de Inner en Outer Rings. Ondanks het enorme overwicht van het openbaar vervoer naar Manhattan gedurende werktijden liggen nagenoeg alle sinds 1945 tot stand gekomen verbeteringen in de toegang tot Manhattan in de sector van het particuliere vervoer. |
Het gevolg hiervan is dat de toegang tot Manhattan over de weg beter is dan die tot het centrum van vele kleine Amerikaanse steden, hoewel Manhattan ongetwijfeld de meest samengeperste zakenwijk van het land heeft. De oorzaak hiervan is dat het stratennet in Manhattan wordt onderhouden door het gemeentebestuur en dat het vrij toegankelijk is voor iedereen; de belangrijkste toegangswegen zijn echter gebouwd en worden onderhouden door autonome publiekrechtelijke organen, die zich laten betalen voor de diensten die zij verlenen. Het verkeer veroorzaakt een groot deel van de luchtverontreiniging in de stad. Veruit het snelste en goedkoopste vervoermiddel is de metro (subway). Het net omvat meer dan 1000 km. Tijdens de spitsuren rijden de treinen op de hoofdtrajecten om de minuut. Buiten Manhattan loopt de metro ook gedeeltelijk boven de grond. Er zijn drie hoofdlijnen, die nog de naam dragen van de vroegere particuliere vervoersondernemingen, |
![]() |
|
Straat in New York. Beeld E. Buchot |
||
nl. de Interborough Rapid Transit Corporation (IRT) met twee lijnen van Broadway naar Seventh Avenue en Lexington Avenue, met zijlijnen, de Brooklyn-Manhattan Transit Corporation (BMT), die Lower Manhattan met Brooklyn verbindt en eveneens zijlijnen heeft, en de Independent (IND), die in Manhattan langs Sixth en Eighth Avenue loopt, ook met zijlijnen. Bussen onderhouden in alle delen van de agglomeratie verbindingen. In Manhattan rijden ze in alle belangrijke noord–zuid- en oost–weststraten (crosstown-bussen). De bovengrondse spoorwegen brengen verbindingen tussen New York en alle delen van het land tot stand. Twee transcontinentale spoorwegen, de New York Central en de Pennsylvania Railroad, hebben stations in Manhattan, die ook door andere spoorwegmaatschappijen worden gebruikt. Het wegverkeer kan gebruik maken van twee stelsels grote snelverkeerswegen. Het ene, aangelegd voor 1960, bestaat uit radiaalwegen met daarin opgenomen talrijke bruggen en tunnels die vaak alleen door tolbetaling toegankelijk zijn. Het andere, aangelegd na 1960, bestaat uit wegen die door meer dan een staat lopen, de zgn. |
||
Interstate Highways, en het overvolle centrum vermijden, zoals bijv. de Garden State Parkway in New Jersey, de Cross-Bronx Highway van de George Washington-brug naar de Throgs Neck-brug (over de East River) en de Cross-Westchester Highway naar het noorden; de Interstate 287 loopt rond het gehele westelijke deel van de periferie van de agglomeratie van Perth Amboy aan de Atlantische kust in het midden, tot de Tappan Sea-brug van de snelweg in het noorden. Een belangrijke schakel in deze randverbindingen vormt ook de Verrazano-Narrows-brug (1964), waardoor een belangrijke dwarsverbinding is ontstaan in het zuiden bij de kust tussen Staten Island en Long Island. De belangrijkste luchthaven van de New Yorkse agglomeratie is de John F. Kennedy International Airport (JFK) op Long Island. Andere vliegvelden zijn La Guardia Airport (Flushing), Newark International Airport en Teterboro Airport. Op Manhattan zijn verschillende helikopterhavens. "New York" © Schriftelijke door Emmanuel BUCHOT en Encarta |