Nederland : Politieke partijen en vakbonden |
Foto's van Nederland |
Van groot belang voor het Nederlands politiek bestel zijn de politieke partijen. Alle in de Staten Generaal vertegenwoordigde partijen dateren van na de Tweede Wereldoorlog. De meeste zijn echter een voortzetting van de vooroorlogse politieke partijen of stromingen. Tot medio jaren zeventig waren de drie belangrijkste levensbeschouwelijke stromingen in Nederland: de confessionele, de socialistische en de liberale (zie ook verzuiling). Als gevolg van een complex van oorzaken verloren deze levensbeschouwingen aan inspiratiekracht, maar de erop gebaseerde politieke partijen wisten zich door samenvoegingen en koersveranderingen grotendeels te handhaven. |
|||||||||||||||||
Het Christen-Democratisch Appèl (CDA), sedert 1977 een samenvoeging van Katholieke Volkspartij (KVP), Anti-Revolutionaire Partij (ARP) en Christelijk-Historische Unie (CHU), trok aanvankelijk de kiezers van confessionele huize, maar sinds de tweede helft van de jaren tachtig wist de partij ook niet kerkelijk gebonden kiezers aan te trekken doordat zij meer afstand nam van de kerken en de confessionele organisaties en positie koos ter rechterzijde van het politieke midden. In 1994 belandden de confessionelen in de oppositie, na decennialange deelname aan de regering. De sociaal-democratische Partij van de Arbeid (PvdA), sedert de Tweede Wereldoorlog meer malen de coalitiepartner van de confessionelen, smeedde in 1994 voor het eerst sinds 1919 een niet-confessionele, zgn. ‘Paarse’, coalitie met de liberale Volkspartij voor Vrijheid en Democratie (VVD) en Democraten 66 (D66). |
Deze laatste partij, in 1966 opgericht om het bestaande politieke bestel op te blazen, ontwikkelde zich in de loop van de tijd steeds meer tot een gevestigde partij en maakte vooral in de tweede helft van de jaren tachtig een spectaculaire groei door. Eind jaren tachtig ontstond een nieuwe groepering, Groen Links; zij was het resultaat van een samengaan van een aantal kleine linkse partijen, t.w. Communistische Partij van Nederland (CPN), Pacifistisch-Socialistische Partij (PSP), Evangelische Volkspartij (EVP) en de Politieke Partij Radikalen (PPR). Los daarvan staat, eveneens ter linkerzijde, de Socialistische Partij (SP). Daarnaast zijn enkele kleine politieke partijen ter rechterzijde van het politieke midden blijven bestaan t.w. de Staatkundig Gereformeerde Partij (SGP), het Gereformeerd Politiek |
![]() |
sociaal-democratische Partij |
Verbond (GPV) en de Reformatorische Politieke Federatie (RPF). De laatste twee partijen fuseerden in 2000 tot ChristenUnie. |
Naast de landelijk opererende partijen zijn met name op gemeentelijk niveau veel lokale partijen en belangenbehartigingsorganisaties actief. In de jaren negentig ontstond hierbinnen een aparte categorie, de ‘leefbaren’, die zich veelal op een omstreden lokaal onderwerp richtten en zich in het algemeen afzetten tegen de gevestigde partijen. De eerste hiervan, Leefbaar Utrecht, behaalde onmiddellijk een groot aantal raadszetels, in 2002 gevolgd door o.a. Leefbaar Rotterdam en Leefbaar Almere. Vanuit deze lokale partijen werd in 2001 Leefbaar Nederland opgericht, waarvan de beoogd lijsttrekker (Pim Fortuyn) in 2002 opstapte en een eigen partij oprichtte voor de Kamerverkiezingen: de Lijst Pim Fortuyn. |
![]() |
Leefbaar Nederland. |
Na de verkiezingen van 22 januari 2003 waren de in totaal 150 zetels in de Tweede Kamer als volgt verdeeld: Christen-Democratisch Appèl (CDA) 44, Partij van de Arbeid (PvdA) 42, Volkspartij voor Vrijheid en Democratie (VVD) 28, Socialistische Partij (SP) 9, Lijst Pim Fortuyn (LPF) 8, GroenLinks 8, Democraten 66 (D66) 6, ChristenUnie 3, Staatkundig Gereformeerde Partij (SGP) 2. "Nederland," © Schriftelijke door Emmanuel BUCHOT en Encarta |
Tilpasset søgning
|