Nederland : Politieke kwesties (tot en met de 19de eeuw) |
| Foto's van Nederland |
21/07/11
|
Lotharingen, waartoe de – sinds de 8ste eeuw gechristianiseerde – Nederlanden, afgezien van Vlaanderen, aan het eind van de 9de eeuw behoorden, was na de dood van Lodewijk het Kind (911) één van de vijf stamhertogdommen, waarin het Duitse Rijk dreigde uiteen te vallen. Koning Hendrik I, die in Lotharingen gewapenderhand het gezag van de Duitse koning wist te herstellen, zocht naar een manier om de verscheidene, deels zelfstandige territoria in Lotharingen (en elders) bijeen te houden en legde de grondslag voor een politiek die zijn zoon (Otto de Grote) gestalte zou geven: het Rijkskerkenstelsel. Door aanstelling van bisschoppen met wereldlijk gezag probeerde de Duitse koning de macht van lokale heren en de hertog te breken. Dit had tot gevolg dat het bisdom Utrecht tot ca. 1100, gerugsteund door de Duitse koningen/keizers, de belangrijkste macht vormde in de Noordelijke Nederlanden, met Luik en Kamerijk in de Zuidelijke Nederlanden als tegenhanger. Ten gevolge van deze politiek werd het gezag van de Lotharingse hertog uitgehold en moesten tal van kleinere baronnen het bisschoppelijk overwicht erkennen. |
Bovendien wisten de Duitse koningen hiermee het gevaar dat zich in plaats van de oude een nieuwe dynastie zou vestigen, te voorkomen: erfopvolging was bij de bisschoppen immers uitgesloten. In naam betekende dit dat de Utrechtse bisschoppen in het midden van de 11de eeuw hun gezag konden doen gelden in het gebied tussen Groninger Ommelanden en Zeeland, tussen de Rijn en de kop van het huidige Noord-Holland. De uitkomst van de Investituurstrijd echter verminderde de wereldlijke invloed van de bisschoppen in aanzienlijke mate: in het ontstane machtsvacuüm zouden de Noord-Nederlandse ‘leenstaten’ zich weten te vestigen. Het gebied van het Nedersticht (rond Utrecht) werd tussen 1100 en 1300 langzaam door Holland en Gelre verkleind; het Oversticht was al omstreeks 1200 veranderd in een lappendeken van elkaar bestrijdende machten (lokale heren, IJsselsteden, Gelre). De ontwikkeling van de gebieden die nu de zuidelijke provincies van Nederland uitmaken, was globaal genomen dezelfde. |
In Brabant, dat zich uitstrekte van ongeveer Brussel tot 's-Hertogenbosch, begon de groei naar zelfstandigheid al wat eerder; maar ook hier kan men pas in de 12de eeuw van een aanzienlijk, zelfstandig territorium spreken. Het huidige Nederlands en Belgisch Limburg bleef tot het eind van de middeleeuwen een versnipperd gebied. "Nederland," © Schriftelijke door Emmanuel BUCHOT en Encarta |
![]() |
Foto van Nederland |
Tilpasset søgning
|