Geschiedenis van Nederland : Neolithicum (ca. 5300–2100 v.C.) |
| Foto's van Nederland |
21/07/11
|
|
Omstreeks 5300 v.C. worden in Nederland voor het eerst de veranderingen van de neolithische revolutie merkbaar door de bandkeramiek. Deze ontleent de naam aan het typische versierde aardewerk, de vroegste keramiek in Nederland. De bandkeramiekers waren sedentair; zij vestigden zich bij voorkeur op de licht te bewerken löss. Een aantal nederzettingsterreinen is opgegraven in Zuid-Limburg. Boven de grote rivieren bleef de mesolithische bestaanswijze gangbaar. Van de op de bandkeramiek volgende culturen (Rössencultuur ca. 4800–4400 v.C. en Michelsbergcultuur ca. 4300–3600 v.C.) zijn in Zuid-Nederland enige plaatsen bekend. Omstreeks 4400 v.C. werd de neolithische leefwijze in Noord-Nederland geïntroduceerd door mensen van de aan de Deense en Noord-Duitse Ertebølle/Ellerbeckcultuur verwante Swifterbantcultuur. Van deze jagende en vissende boeren zijn veel sporen teruggevonden in de IJsselmeerpolders en in Overijssel, voorts in het Maas- en Rijnmondgebied (resp. Bergschenhoek en Hazendonk) en in Drenthe en Gelderland. |
Omstreeks 3500 v.C. zijn twee ruimtelijk van elkaar gescheiden cultuurgebieden te onderscheiden. De trechterbekercultuur (ca. 3400–2850 v.C.) is dankzij de hunebedden goed bekend. Terzelfder tijd woonden bij de grote rivieren verspreide populaties van de Vlaardingencultuur (ca. 3500–2500 v.C.). In Zuid-Limburg werd al ten tijde van de Michelsbergcultuur aan vuursteenmijnbouw gedaan. Bij Rijckholt-Sint Geertruid werd vuursteen, grondstof voor bijlen en ander gereedschap, gewonnen. Aanvankelijk speelde de winning zich af in dagbouw; later werden ook schachten gedolven; de vuursteenhoudende lagen werden door middel van uitgebreide horizontale gangenstelsels geëxploiteerd. |
Tijdens het laat-neolithicum kwam het begraven onder grafheuvels in zwang. Traditioneel laat men het laat-neolithicum in Nederland beginnen met de opkomst van de zgn. strijdhamer- of strijdbijlculturen (ca. 2900 v.C.). De vroegste Nederlandse representant hiervan is de standvoetbekercultuur (ca. 2900–2450 v.C.), waaruit zich ca. 2500 v.C. een nieuwe culturele eenheid, de klokbekercultuur (ca. 2700–2100 v.C.) ontwikkelde. Deze wordt in vrijwel geheel Nederland gevonden; bekend werd het onderzoek in 1967 op de Schoonrewoerdse stroomrug bij Molenaarsgraaf, waar twee mogelijke huisplattegronden en drie graven met skeletten in hurkhouding blootgelegd werden. In 1991 werden op Schokland (resten van) skeletten van twintig mensen uit ca. 2600 v.C. gevonden, begraven in hurkhouding, de mannen met het hoofd naar het |
![]() |
Heuvellandschap in Zuid Limburg |
westen en de vrouwen met het hoofd naar het oosten. "Nederland," © Schriftelijke door Emmanuel BUCHOT en Encarta |
Tilpasset søgning
|