Moskou

Stad van Moskou : Stadsbeeld

Beelden Moskou
Presentatie van Moskou

In tegenstelling tot Sint-Petersburg met zijn planmatig karakter is Moskou ontstaan als een verzameling van spontaan zich uitbreidende en samengroeiende nederzettingen. Ondanks de vele branden die de oorspronkelijk vrijwel houten stad hebben geteisterd (o.m. in 1812 aangestoken door de troepen van Napoleon) en ondanks de vele stedenbouwkundige reconstructies die later hebben plaatsgevonden, is duidelijk een stadscentrum (bijna 1900 ha) te onderkennen, dat omgrensd wordt door de zgn.

Tuinring (Sadovoje Koltsog), vroeger een cirkelvormige aarden wal, thans een brede boulevard met hier en daar langgerekte plantsoenen tussen de rijbanen. Binnen deze ring bevindt zich het Kremlin (in zijn huidige omvang vnl. 15de-eeuws), van waaruit een aantal grote wegen in verschillende richtingen uitwaaiert: de oorspronkelijke wegen naar Tver en Novgorod, Smolensk en Kiëv, Jaroslavl en Vladimir
Moska rivier
Moska rivier. Beeld opreis.nl

en naar het bossteppegebied in het zuiden en zuidoosten. Ten oosten van het Kremlin, daarvan door het Rode Plein gescheiden, strekt zich, eveneens aan de Moskou, het als een voorstad van ambachts- en kooplieden ontstane Kitajgorod uit, dat in de periode van 1534 tot 1538 ommuurd werd. In het noorden worden deze beide delen ringvormig omgeven door de Witte Stad. Het 16de-eeuwse Moskou werd uitgebreid met het jongste deel van het centrum, de Aarden Stad (1409 ha), geheel gelegen tussen de Boulevardring en de in de periode van 1637 tot 1640 opgerichte aarden vestingwal (nu de Tuinring). In de Aarden Stad is ook opgenomen het langgerekte eiland in de Moskou-bocht en een stadsdeel ten zuiden van de Moskou, het zgn. Zamoskvoretsje (= lett.: aan gene zijde van de Moskou).

Buiten de Tuinring is het niet meer tot een duidelijke functionele geleding gekomen. De aaneengegroeide nederzettingen worden slechts geleed door de uitvalswegen en de in de 19de eeuw aangelegde spoorwegen. De ringspoorbaan vormt via de Boulevardring en de Tuinring de derde concentrische verkeersverbinding tussen de uitgaande spoorlijnen (in elf richtingen) en kwam tot stand in 1908. Buiten de Tuinring ligt een aantal ommuurde kloosters (thans alle musea): het Andronievklooster (14de eeuw; Roebljovmuseum), het Novodjevitsjiklooster (16de eeuw), het Donskojklooster (16de eeuw), het Danilovklooster (14de eeuw, het oudste dat bewaard bleef) en ten slotte het Simonovklooster (16de eeuw).

In de 18de en 19de eeuw vond de voornaamste stadsuitbreiding in oostelijke richting plaats: nederzettingen van o.a. voerlieden en vooral soldaten. Toen Peter de Grote een meer planmatige stadsuitbreiding nastreefde, werden de soldatennederzettingen het stedenbouwkundige oefenterrein. Ook de keizerlijke familie en de adel vestigden zich 's zomers in dit nieuwe stadsdeel en bouwden er zomerverblijven te midden van uitgestrekte parken. In de 19de eeuw vond eveneens de stadsuitbreiding, ditmaal onder invloed van de industrialisatie, voor een groot deel in het oosten plaats. De meeste spoorwegstations kwamen dientengevolge in het zuidoosten, oosten en noordoosten van Moskou. "Moskou"© Schriftelijke door en Encarta