Rusland
Zweden Geschiedenis : De middeleeuwen
Foto's van Zweden

In de Vikingtijd (800–1050) trokken de bewoners van het zuidelijke deel van het huidige Zweden samen met de Denen en Noren westwaarts. De bewoners van Oost-Zweden trokken langs de grote rivieren in Rusland zuidwaarts tot aan de Zwarte en de Kaspische Zee. Gotland en de stad Birka (thans Björkö in het Mälarmeer) waren belangrijke internationale handels- en cultuurcentra. In 900 veroverden de Zweedse Vikingen het Deense handelscentrum in Sleeswijk, Hedeby. De kerstening van Zweden verliep langzaam. Ansgar bezocht Birka voor het eerst in 829. Pas in 1103 maakt Zweden officieel deel uit van de Rooms-Katholieke Kerk. Erik IX de Heilige stichtte ca. 1150 een nieuwe dynastie (de herhaalde troontwisten schijnen hun oorsprong te hebben in tegenstellingen tussen Gauten en Zweden). Onder zijn regering had de eerste kruistocht naar Finland plaats; de leden van de volgende dynastie, de Folkunger, zetten deze tochten voort. Hun macht belette geruime tijd verzet van adel en clerus.

Een van deze Folkunger, Magnus II Eriksson, werd door de rijksgroten in 1364 van de troon vervallen verklaard en een verwant, de Mecklenburger Albert, werd tot koning verkozen. Toen ook hij veel invloed leek te krijgen, riepen zij de Deens-Noorse koningin Margaretha te hulp, die in 1389 bij Falköping de Mecklenburger versloeg en op straffe voorwaarden tot vorstin werd verheven. Bij de Unie van Kalmar (1397) werd haar opvolging geregeld en werden Noorwegen, Zweden en Denemarken ook wettelijk onder één koning gebracht.

Aan het einde van de middeleeuwen verzetten de lagere standen, vooral de boeren (de burgerstand was bij de toenmalige overmacht van de Hanze nog van weinig betekenis), zich tegen de unie en de koning, Erik van Pommeren.

De hogere standen, grotendeels unionistisch, volgden soms aarzelend. Een Rijksdag te Arboga in 1435 riep de volksleider Engelbrecht Engelbrechtsson tot rijksbestuurder uit, die in het volgend jaar door de edelman Magnus Natt och Dag werd gedood. Een aantal standgenoten verhief nu Karel Knutsson Bonde tot rijksbestuurder, later tot koning Karel VIII, die gedurende drie korte perioden regeerde. Toen zijn macht te groot dreigde te worden, wendden de adel en de geestelijkheid zich tot Christiaan I van Denemarken. Drang tot verzet onder de massa bleef lang geremd door een verdeelde unionistische aristocratie. Na de dood van Karel VIII (1470) traden achtereenvolgens als rijksbestuurders op Sten Sture en zijn verwanten. De oudere Sten versloeg de Deense koning Christiaan I bij Brunkeberg in 1471, de

Traditionele Zweedse huis
Traditionele Zweedse huis. © Beeld Emmanuel Buchot
jongere Sten Sture sneuvelde in 1520 tegen Christiaan II. Deze was nu in Zweden oppermachtig en met hem een meerderheid van adel en clerus. De executie, op 8 november 1520 te Stockholm, op bevel van Christiaan II, van een honderdtal geestelijken en edelen en hun dienaren (het zgn. bloedbad van Stockholm) was aanleiding tot een opstand. Deze werd geleid door Gustaaf Wasa, een jong edelman die werd gesteund door de boeren uit Dalecarlië. De Rijksdag te Strängnäs riep hem in 1523 tot koning uit. "Zweden" © Schriftelijke door en Encarta.
Tilpasset søgning