Libië : industrie en handel |
| Foto's van Libië |
21/08/11
|
De regering tracht de industriële bedrijvigheid, van oudsher geconcentreerd in Tripolitanië, over het land te verspreiden en door diversificatie in de eigen levensbehoeften te gaan voorzien. De Libische industrie richt zich thans vnl. op voedingsmiddelen (inclusief tabak en frisdranken) voor binnenlandse consumptie. Verwerkingsindustrieën voor kleding, zeep, glas, kunstmest, cement en ijzer zijn in ontwikkeling en de aardolieverwerkende industrie biedt goede vooruitzichten. |
Veel levensbehoeften moeten worden ingevoerd; de aardolie-export (90% van de totale export) kan de handelsbalans niet herstellen, vanwege de boycot. De import bedraagt $ 4620 miljoen; de export slechts $ 8 miljoen. Dalende olie-inkomsten zorgden in de jaren tachtig voor tekorten, waarop Libië zijn reserves moest aanspreken en bezuinigingen afkondigde. Italië, Duitsland en Spanje zijn de belangrijkste handelspartners, maar ook Frankrijk en Turkije doen veel zaken met Libië, dat uit die landen o.m. vrachtwagens, machines, ijzer, staal, voedingsmiddelen en levend vee importeert. |
Aan de eigen ontwikkelingsplanning worden grote bedragen besteed; deviezenoverschotten worden ook in het buitenland (Fiat in Italië) en in minder fortuinlijke ontwikkelingslanden belegd. Libië doet veelvuldig schenkingen aan revolutionaire bewegingen en bevriende regimes. Het land levert voorts belangrijke bijdragen aan internationale organisaties als suborganisaties van de Verenigde Naties, het Arabisch ontwikkelingsfonds en ontwikkelingsbanken voor Afrika en Azië. Sinds de boycot zijn de buitenlandse tegoeden bevroren.
Centrale bank is de Central Bank of Libya, die vijf concurrerende handelsbanken geheel of gedeeltelijk in bezit heeft. |
![]() |
|
Libische industrie. |
Speciale banken opereren op het terrein van landbouw en van de buitenlandse beleggingen (Libyan Arab Foreign Bank). |
Verkeer |
De belangrijkste wegen lopen langs de Middellandse-Zeekust; door de Sahara is een hoofdroute, die leidt naar Tsjaad en Niger, begaanbaar. Bijna alle steden en dorpen (ook oasen) zijn met motorvoertuigen bereikbaar. Het wegennet is 23 430 km lang. Gepland is een 170 km lange spoorlijn langs de kust. De grootste havensteden zijn Tripoli, Bengasi, Port Brega en Tobroek. Pijpleidingen verbinden de olievelden met de oliehavens: Marsa el-Brega, Marsa Hariga, Tobroek, Zueitina, Ras Loenoef. Luchtverkeer richt zich vnl. op Tripoli en Bengasi, maar er is een aantal kleinere luchthavens (o.a. Misurata en Sebha) en een 20-tal landingsbanen voor oliemaatschappijen. Sinds de internationale boycot is het vliegverkeer grotendeels lam gelegd.
"Libië" © Schriftelijke door Emmanuel BUCHOT en Encarta |
![]() Tilpasset søgning
|