Geografie en het landschap van Nederland
|
Foto's van nederland |
In het grootste deel van Nederland bestaat de bodem uit door de zee, de rivieren of de wind aangevoerd materiaal. In het gedeelte dat door het landijs was bedekt, vertoont het landschap op vele plaatsen duidelijk de invloed van het landijs, m.n. in de vorm van stuwwallen (heuvelruggen in Utrecht, Gelderland en Overijssel). Slechts in het zuiden van de provincie Limburg is het landschap sterk beïnvloed door erosie, hoewel een deklaag van löss het erosiekarakter heeft gemaskeerd. De westelijke begrenzing van de Peelhorst, de Peelrandbreuk, is plaatselijk als een trede in het landschap te herkennen, terwijl ook in Zuid-Limburg (waar het hoogste punt van Nederland, de Vaalserberg, 322,5 m, gelegen is) de invloed van tektonische bewegingen op enkele plaatsen in het veld zichtbaar is (o.a. de breuklijntrap van Kunrade en de Feldbiss bij Heerlen). |
||||||||||||||
Het landschapsbeeld is in het Holoceen sterk bepaald door de activiteit van de rivieren en de zee. Met name de zee heeft een stempel op het landschap gedrukt met de vorming van uitgestrekte kleigebieden en van strandwallen en met de afbraak van het veengebied, gevormd achter deze strandwallen (ontstaan van de Zuiderzee, de Biesbosch, enz.). De wind heeft in het Holoceen de duinen en de zandverstuivingen doen ontstaan. Het landschap is ten slotte mede bepaald door menselijke activiteit. Door uitvening en vervolgens drooglegging van meren en plassen zijn diepliggende droogmakerijen ontstaan (laagste punt van Nederland, o.a. in de Prins Alexanderpolder, -6 m). Door afgraving van uitgestrekte veengebieden is de oorspronkelijke zacht golvende zandondergrond aan den dag getreden, terwijl door bedijking vele door kreken doorsneden gebieden deel van het land zijn gaan uitmaken. |
Rivieren, meren en plassen |
De Rijn is zowel gletsjerrivier als regenrivier. De afvoer van de Rijn bedraagt gemiddeld 69 miljard m3, wat overeenkomt met een waterschijf over het gehele land van 1725 mm. De kanalisatie van de Neder-Rijn en de Lek resulteerde in een verbetering van de bevaarbaarheid van de IJssel, het Pannerdens Kanaal, de Neder-Rijn en de Lek; tevens wordt door vergroting van de lage afvoeren van de IJssel onder normale waterstanden een ruimere watervoorziening van het noorden van het land, via het IJsselmeer, gewaarborgd. De Maas is een echte regenrivier. Het verschil tussen de grootste en de kleinste voorgekomen afvoer is veel groter dan die bij de Rijn. De gemiddelde jaarlijkse afvoer bedraagt bij Borgharen 8 miljard m3 (overeenkomend met een waterschijf over het gehele land van 200 mm). |
![]() |
landschap van Nederland. |
Een groot deel van de rivier is gekanaliseerd. Van de Schelde [rivier, West-Europa] ligt alleen de brede mond binnen de Nederlandse grenzen. De kleine rivieren die buiten het Nederlandse grondgebied ontspringen, brengen in totaal slechts gemiddeld 3 miljard m3 water per jaar over de grenzen. Deze hoeveelheid is in het kader van de waterhuishouding van regionale betekenis. De meren en plassen liggen vnl. in het veenlandschap van Nederland. Vrijwel steeds zijn de meren op natuurlijke wijze ontstaan, en wel door afslag van veenoevers nadat bijv. door een inbraak van de zee een aanzet tot de vorming van open water had plaatsgevonden. Vele meren zijn gevormd vanuit oude riviertjes in het veenlandschap. De uitgeveende gebieden worden veelal als plas aangeduid. Een groot aantal meren en plassen is in de loop van eeuwen drooggemalen. Een bijzondere plaats nemen de meren in, ontstaan in het kader van de Zuiderzeewerken (IJsselmeer en zijn randmeren) en de meren, gevormd door de Deltawerken. "Nederland," © Schriftelijke door Emmanuel BUCHOT en Encarta |
Tilpasset søgning
|