Landbouw, veehouderij, bosbouw en visserij in Frankrijk
|
Beelden Frankrijk |
Frankrijk bezit met 320 000 km2 cultuurgrond (ca. 60% van de totale landoppervlakte) het grootste landbouwareaal in de EU (eenderde van alle landbouwgrond in de EU). Hiervan is 58% akkerland, ruim 37% blijvend grasland en bijna 5% is bedekt met blijvende gewassen (fruit, olijven, wijngaarden). Teeltverbetering, uitbreiding van de bedrijfsgrootte (o.a. door herverkaveling en coöperaties) en mechanisatie vormen een belangrijke bijdrage tot de productiestijging per ha. Het streven is de gemiddelde bedrijfsgrootte (ca. 30 ha in 1988) verder op te voeren door uitkoop van kleine bedrijfjes (in 1990 waren er 924 000 boerenbedrijven, 600 000 minder dan in 1970). Ruim de helft van alle agrarische bedrijven wordt in eigendom bewerkt. De vruchtbaarste landbouwzones komen voor op de leemplateaus van het Bekken van Parijs en in het noorden (tarwe, suikerbieten, koolzaad, vlas). Ook de Elzas, de grote riviervalleien en de geïrrigeerde zones van het zuiden zijn rijke landbouwgebieden. |
Hop wordt vooral in de Elzas en in Frans-Vlaanderen geteeld. Cultuur van haver en gerst is meer verspreid; behalve in de hierboven genoemde gebieden is zij ook elders in Noord-Frankrijk belangrijk (o.a. plaatselijk in Bretagne). Maïs wordt verbouwd in Languedoc en Aquitanië, rijst (sterk teruggelopen in de jaren zeventig) in de Camargue. Tuinbouw en wijngaarden zijn vooral gelokaliseerd in de valleien van Loire, Garonne, Rhône en langs de Middellandse-Zeekust. Tuinbouw komt bovendien ook voor rond Parijs, in de kuststreken van Bretagne, in de Elzas en Frans-Vlaanderen. De Franse wijnverbouw omvat hoogwaardige wijnen (zie Franse wijnen). Frankrijk neemt een belangrijke plaats in op de wereldranglijst van producenten van tarwe (zesde), gerst (vijfde), suiker (zesde) en wijn (eerste). |
Veehouderij. Frankrijk is de grootste vlees- en zuivelproducent in Europa. Veehouderij is verspreid over het hele land. Runderen vindt men vooral in de Atlantische zone: Normandië, Bretagne, Picardië en Frans-Vlaanderen. Ook de randgebieden van het Massif Central zijn belangrijke rundveestreken. De schapenhouderij, die vooral in het Massif Central, rond de Rhônemonding en in de Pyreneeën beoefend wordt, is belangrijk èn voor het vlees èn voor de kaas. Algemeen is er ook in de veehouderij een sterke tendens tot mechanisatie, uitbreiding der landbouwcoöperaties en herverkaveling, terwijl grootscheepse irrigatiewerken (o.a. de Languedoc, Basse Durance, Rhônevallei) de landbouw van het mediterrane gebied hervormen. |
![]() |
Beeld Franse landbouw |
Bosbouw. De oppervlakte bos neemt geleidelijk toe door bebossing van woeste gronden, verlaten akkers en berggebieden en omvatte in 1995 27% van het totale landoppervlak. Tevens wordt het bestaande bosbestand verbeterd. Ongeveer tweederde deel van het bos bestaat uit loofbomen. De aanplant van naaldbomen wordt snel uitgebreid wegens het hoger rendement. Een derde van de beboste grond staat onder toezicht van de staat; de rest is in handen van particulieren en is als gevolg van verspreide ligging niet geschikt voor exploitatie. Er werken 550 000 mensen in de bosbouw en de houtindustrie. Visserij. Ondanks de uitgestrekte kust vormt de visserij geen belangrijke sector van de economie. Europese richtlijnen (vangstquota) verhinderen een uitbreiding. Visserij geeft slechts aan 0,1% van de totale beroepsbevolking werk. Zij omvat naast kustvisvangst ook, maar in steeds mindere mate, diepzeevangsten. De voornaamste havens zijn voor de Noordzee en Het Kanaal: Boulogne, Fécamp, Dieppe; voor Bretagne: Concarneau, Lorient, Douarnenez-Camaret; voor de Golf van Biskaje: La Rochelle, Bayonne; voor de Middellandse Zee: Sète. De oesterkwekerijen kennen een sterke uitbreiding, o.a. Arcachon, Marennes, Morbihan, Bouzigues. Mosselen in o.a. de Charente-Maritime (Baie de l'Aiguillon). |
![]() Aangepast zoeken
|