Kroatië in de late 20e eeuw |
| Foto's van Kroatië |
6/08/11
|
In 1989 werd een nieuwe kieswet ingevoerd en in december 1990 verklaarde Kroatië zich soeverein. Gelijktijdig met Slovenië werd in juni 1991 de onafhankelijkheid uitgeroepen. De federale regering reageerde met het sturen van troepen. Samen met Kroatische Serviërs werd ongeveer een derde van het Kroatische grondgebied veroverd, waaronder Oost-Slavonië. Steden als Vukovar en Osijek raakten zwaar beschadigd. Bemiddeling door de VN leidde in januari 1992 tot een staakt-het-vuren. Kroatië werd op 15 januari 1992 als een onafhankelijke staat door de EG erkend. Duitsland (dat Kroatië en Slovenië al eerder, nl. op 23 december 1991 had erkend), Hongarije en Italië knoopten als eerste staten diplomatieke betrekkingen aan. Er werd een internationale vredesmacht (UNPROFOR) gestationeerd om de wankele vrede te bewaken. President van de nieuwe republiek werd Franjo Tudjman, leider van de regerende Kroatische nationalistische partij HDZ. |
Na de afkondiging van het bestand raakte Kroatië steeds meer betrokken bij de oorlog in Bosnië-Hercegovina. Kroatische milities streden daar aanvankelijk samen met de moslims tegen de Serviërs, maar keerden zich in 1993 tegen de moslims om in het zicht van een mogelijke regeling nog zoveel mogelijk grondgebied te veroveren. Ondanks het wapenembargo van de VN kreeg Kroatië steun van de VS, in de vorm van militaire adviseurs en moderne wapens. De economische hervormingen en de privatiseringen van bedrijven leidden tot een chaos, gekenmerkt door corruptie, financiële schandalen, hoge inflatie en hoge werkloosheid. Op politiek gebied verbeterden in 1994 de verhoudingen met de Bosnische regering, wat resulteerde in een doeltreffende samenwerking tijdens het herfstoffensief tegen de Bosnische Serviërs. De meeste gebieden die in 1991 door de Serviërs op Kroatië waren veroverd, waren inmiddels heroverd. |
Bij het vredesakkoord voor Bosnië-Hercegovina, dat de presidenten van Bosnië, Kroatië en Servië in november 1995 sloten in het Amerikaanse Dayton, moest Kroatië belangrijke concessies doen in de vorm van teruggave van veroverd gebied aan de Serviërs. In de loop van 1996 vorderde het economisch herstel uiterst moeizaam. Enige verlichting bood de zwarte markt, waarop naar schatting een kwart van de beroepsbevolking actief was. In april 1997 werden tegelijkertijd verkiezingen gehouden voor de Eerste Kamer en de gemeenteraden. De regerende HDZ kwam in beide gevallen als absolute winnaar uit de strijd. De presidentsverkiezingen van juni werden met grote voorsprong gewonnen door de zittende president Tudjman. |
![]() |
President Tudjman |
In januari 1998 werd het mandaat van de Verenigde Naties in Oost-Slavonië beëindigd. Hoewel Oost-Slavonië volgens het Dayton-akkoord van 1995 deel van de Kroatische staat bleef, was het nog twee jaar lang bestuurd door de VN. De officiële overname van het politieke bestuur door de Kroatische regering ging gepaard met nieuwe etnische spanningen. De Kroatische regering wilde dat de Servische vluchtelingen die tijdens de oorlog naar die regio gevlucht waren, binnen acht dagen zouden vertrekken naar hun vooroorlogse woonplaatsen. Veel Kroatische Serviërs zochten asiel in Noord-Europese landen. Op 10 december 1999 overleed president Tudjman. Zijn dood leidde een periode in van ontspanning in de buitenlandse betrekkingen, doordat internationale vervolging van Kroatische oorlogsmisdadigers door hem altijd was tegengewerkt, maar nu mogelijk werd. "Kroatië," © Schriftelijke door Emmanuel BUCHOT en Encarta |
![]() Tilpasset søgning
|