India
Klimaat van India
Foto's India
Indiase religie

Dit wordt geheel bepaald door de moessoncirculatie. Men onderscheidt de noordoostmoesson en de zuidwestmoesson (ook wel zonder meer moesson genoemd), die elk weer in twee seizoenen uiteenvallen, de eerstgenoemde in het koude jaargetijde en het hete jaargetijde; de tweede in de regentijd en het seizoen van de zich terugtrekkende (zuidwestelijke) moesson. Het koude jaargetijde valt in januari en februari en wordt gekenmerkt door droog, zonnig en fris weer, met in het algemeen zwakke winden. Slechts in het uiterste noorden valt enige neerslag, samenhangend met van west naar oost bewegende zwakke depressies.

India klimaat
Klimaat van India
Klimaat van India. Encarta
Het hete seizoen valt van maart tot ca. midden juni. In het centrum van India beloopt de gemiddelde temperatuur van mei 35 °C, terwijl soms waarden tot boven 50 °C worden waargenomen. In het zuiden is het koeler door het waaien van oplandige winden, die ook wat regens brengen. De hoogste temperaturen vallen in het algemeen juist voordat deze regens een meer algemeen karakter krijgen bij het invallen van de regentijd. Dit gebeurt aan de westkust ca. begin juni en verder landinwaarts geleidelijk later, tot het een maand later ook in het noordwesten regent.

Vooral langs de westkust is de overgang van het tweede naar het derde seizoen abrupt. De wind wordt krachtig en gedurende een week regent het zwaar (burst of the monsoon). Daarna komen ook opklaringen voor. Vooral bij oplandige wind en aan de loefzijde van heuvels en bergen is de neerslag overvloedig, veelal met jaartotalen boven 2000 mm en als extreme waarde de bekende jaarlijkse neerslag van ca. 11 m te Cherrapunji in de noordoostelijke deelstaat Meghalaya. De periode van de terugtrekkende moesson van half september tot eind oktober treedt het eerst in in het noorden en noordwesten, het laatst in het zuiden en Bengalen. Geleidelijk worden de zuidwestelijke winden daarbij vervangen door noordoostelijke. Hoewel de temperatuur na het eindigen van de regens soms eerst nog even stijgt, begint zij al spoedig snel te dalen tot het volgende koude seizoen aanbreekt.

De neerslag varieert sterk van jaar tot jaar. Voor een deel dragen ook tropische cyclonen (ca. tien per jaar) tot de neerslag bij, vooral langs de oostkust. Zij komen hoofdzakelijk voor in de overgangsperiode tussen zuidwest- en noordoostmoesson. "India,"

Aangepast zoeken