Japan
Japanse geschiedenis : De introductie van de vastelandsbeschaving
Foto's van Japan

Tien jaar eerder, in 552 (mogelijk echter in 538), had de koning van Paekche (Jap.: Kudara) aan de heerser van Yamato een aantal geschenken gezonden, t.w. een Boeddhabeeld en enige boeddhistische geschriften, en deze nieuwe religie als de grondslag voor een goede en gelukkige regering aangeprezen. Hoewel het boeddhisme zeker eerder in Japan bekend was, betekent deze zending het begin van de ontwikkeling van het boeddhisme aldaar, dat – niet zonder strijd – hoe langer hoe meer aanhangers won en de inheemse godsdienst (zie sjintô) begon te overvleugelen.

Het succes van het boeddhisme moet niet alleen in de verheven leringen gezocht worden, maar ook in het feit dat mét deze religie/filosofie talloze elementen van de Chinese beschaving in Japan geïntroduceerd werden: astronomie, kalenderwetenschap, geneeskunde, beeldende kunsten, muziek.

Het belangrijkst waren de verdere invoering en verbreiding van het Chinese schrift, dat de belangrijkste factor is geweest voor de verbreiding van de Chinese beschaving. Terwijl deze aanvankelijk via Korea Japan bereikte, begon men op den duur hoe langer hoe meer directe contacten met het Rijk van het Midden te zoeken.

In 607 werd voor het eerst een officiële gezant uit Japan naar het Chinese hof gezonden. De overname van Chinees cultuurgoed bereikte haar hoogtepunt tijdens de zgn. Taika-hervorming (taika = grote verandering), tussen 645 en 702. Hierbij werd het administratieve systeem van de Chinese T'ang-dynastie (618–907) in zijn geheel overgenomen.

Zo werd o.a. al het particuliere bezit aan grond en lijfeigenen afgeschaft doordat al het land tot het eigendom van de keizer en het gehele volk tot zijn onderdanen werden verklaard. Een gevolg was dat de keizer als afstammeling van de Zonnegodin niet slechts de hogepriester van het land was doch ook wereldlijk heerser naar Chinees voorbeeld werd. De uji waren niet langer de belangrijkste sociale en politieke eenheden en hun hoofden werden ambtenaren van de keizer.

Het gebied van de nieuwe gecentraliseerde eenheidsstaat was echter nog maar betrekkelijk klein. Het noordelijke deel van Honshu en het huidige Hokkaido maakten er in feite geen deel van uit.

Yomei
Yomei. bertsgeschiedenissite
De in Noord-Honshu wonende Ainoe werden gestadig naar het noorden teruggedrongen, maar pas in de 18de eeuw volledig onderworpen. Gezien de geringe omvang van het nieuwe ‘keizerrijk’ paste het administratieve stelsel van het enorme T'ang-rijk daar heel slecht op en scherpe reacties bleven dan ook niet uit. De leden van de Japanse aristocratie, de afstammelingen van de vroegere clanhoofden, waren geenszins van plan afstand te doen van hun macht en bevoegdheden.

In China was het ambtenaarschap in theorie te bereiken voor een ieder die met goed gevolg de staatsexamens aflegde; in Japan bleef – ondanks de invoering van ambtelijke examens – de ambtenarij in feite beheerst door de adel. Het confucianisme vond in de periode van de Taika-hervorming steeds meer verbreiding, hoewel het pas eeuwen later bepalend zou worden voor de Japanse opvattingen omtrent ethiek. © Emmanuel Buchot en Encarta.

Tilpasset søgning