Japan in de 21e eeuw
|
Foto's van Japan |
|
Yoshiro Mori volgde in 2000 Keizo Obuchi op als premier, nadat Obuchi door ziekte zijn werk moest staken. Bij verkiezingen in juni verloor de regerende coalitie weliswaar aanzienlijk, maar Mori kon nog altijd rekenen op een meerderheid in het Lagerhuis (in 2000 werd het aantal zetels van het Lagerhuis vastgesteld op 480). De economie kwakkelde voort; de financiële sector had grote moeite om zichzelf te saneren en zodoende de gevolgen van slechte leningen te overkomen. Mori werd in april 2001 door zijn partij LDP vervangen door Junichiro Koizumi, van wie men meer hervormingen verwachtte. Conservatieve krachten binnen de LDP en de ministeries werkten echter tegen. Zo werd het de minister van Buitenlandse Zaken, Makiko Tanaka, praktisch onmogelijk gemaakt buitenlandse reizen te maken omdat ze voortdurend beschikbaar moest zijn voor overleg met het parlement. |
In 2001 raakte de economie opnieuw in een recessie, ondanks stimuleringspakketten van de overheid. De consumpties en investeringen waren te laag, en de export liep terug. De werkloosheid liep op naar ruim 5%. Er was sprake van een hardnekkige deflatie. Bij verkiezingen in september 2003 boekte de oppositionele Democratische Partij van Japan forse winst. De regerende LDP van premier Koizumi behaalde met de steun van drie voorheen onafhankelijke kandidaten precies de helft van de zetels in het Lagerhuis. De coalitie van LDP, Nieuw Komeito en de Nieuwe Conservatieve Partij werd voortgezet. De winst van de oppositie werd toegewezen aan de gevolgen van de onder Koizumi doorgevoerde economische hervormingen, zoals die van het pensioenstelsel. |
Begin 2004 leefde de economie op, om aan het eind van het jaar weer in een recessie te geraken. De groei was vrijwel geheel toe te schrijven aan overheidsbestedingen; de consumptie van consumenten en investeringen door bedrijven bleven structureel laag. De privatisering van de posterijen werd in 2005 door het Lagerhuis goedgekeurd maar afgewezen door de Senaat. Onder de posterijen viel ook de Postbank, die een kwart van de Japanse spaartegoeden beheerde. De regering hoopte dat de bank door de privatisering actiever zou gaan investeren in de economie. Premier Koizumi schreef vervroegde verkiezingen uit voor het Lagerhuis om de steun van de bevolking te verkrijgen voor zijn hervormingsplannen. De LDP behaalde bij die verkiezingen, in september 2005, voor het eerst sinds vijftien jaar weer een absolute meerderheid, terwijl de oppositie aanzienlijk terrein verloor. Na de verkiezingen ging de Senaat alsnog akkoord met de privatisering van het postbedrijf. Koizumi vormde een nieuwe coalitie met Nieuw Komeito. Vooral door de groei van de handel met China klom de economie in 2005 uit de recessie, ondanks de voor het eerst krimpende bevolking. Ook namen de binnenlandse bestedingen toe en werd de deflatie minder. China was inmiddels de belangrijkste handelspartner geworden. Junichiro Koizumi kon vanaf september 2006 volgens de partijstatuten niet langer voorzitter van de LDP zijn en trad vervolgens ook af als premier. Hij werd opgevolgd door de voormalige regeringswoordvoerder Shinzo Abe. |
![]() |
Junichiro Koizumi. |
Abe kreeg te maken met schandalen en corruptie binnen zijn kabinet en hij verloor veel vertrouwen toen bleek dat de administratie van de pensioenfondsen een grote chaos was. 50 miljoen mensen waren ten onrechte uit het systeem gegooid. In september 2007 trad hij af en werd opgevolgd door Yasuo Fukuda. Diens populariteit nam vervolgens snel af na de invoering van een zorgplan voor ouderen, waarbij mensen boven de 75 jaar meer premies moesten gaan betalen. Fukuda trad af op 1 september 2008 en werd opgevolgd door de voormalige minster van Buitenlandse Zaken Taro Aso. |
Prinses Kiko Kawashima en haar man prins Akishino, de broer van de kroonprins kregen in 2006 een zoon. Voor het eerst sinds 41 jaar was er een jongen geboren in de koninklijke familie. |
Buitenlandse betrekkingen |
Onder premier Mori verbeterde de relatie met zowel Zuid- als Noord-Korea. Aan het laatste land werd in 2000 voedselhulp verleend. De onenigheid met Rusland over de door de Sovjet-Unie bezette Koerilen werd ondanks gesprekken met de Russische president Poetin niet opgelost. Na 11 september 2001 stemde het parlement in met de verruiming van de mogelijkheden voor militaire missies in het buitenland. Het ging daarbij om humanitaire acties, medische ondersteuning en de inzet van transportmiddelen. Premier Koizumi bracht in september 2002 als eerste Japanse regeringsleider een bezoek aan Noord-Korea. Tijdens de besprekingen gaf de Noord-Koreaanse leider Kim Jong Il toe dat zijn veiligheidsdienst in de jaren zeventig en tachtig Japanse burgers had ontvoerd om ze in te zetten als taaldocent voor Noord-Koreaanse spionnen. Vijf gekidnapten konden naar Japan terugkeren. Aan de onenigheid over het Noord-Koreaanse atoomprogramma kwam geen eind. Samen met Zuid-Korea werd in 2002 het wereldkampioenschap voetbal georganiseerd. Koizumi besloot eind 2003 militairen uit te zenden naar Irak om daar humanitaire steun te verlenen, de eerste actie buiten VN-verband. Binnen Japan was er veel protest tegen de missie, maar de regering zag |
![]() |
Kim Jong Il. |
het als een kans om een actievere rol te spelen op het internationale toneel. Met de Verenigde Staten werd in oktober 2005 een intensievere militaire samenwerking aangegaan. Tegelijk zegden de VS toe de omstreden troepenmacht op Okinawa met de helft te reduceren. China was in 2006 de Verenigde Staten gepasseerd als belangrijkste handelspartner van Japan. © Schriftelijke door Emmanuel BUCHOT en Encarta |
Tilpasset søgning
|