Italië in de 20e eeuw
|
Foto's Italië |
Venetië-Lombardije was door tegenwerking van de Franse keizer Napoleon III in 1859 niet door Oostenrijk afgestaan, en in Rome namen Franse troepen paus Pius IX in bescherming, die geen afstand wilde doen van het wereldlijke gezag over de Kerkelijke Staat. De Italianen kregen Venetië in handen door zich in 1866 met Pruisen te verbinden tegen Oostenrijk, ook al moesten de Italiaanse troepen in deze oorlog het onderspit delven. Na het uitbreken van de Frans-Duitse Oorlog in 1870 trok Napoleon III zijn troepen uit Rome terug, zodat met de inlijving van de hoofdstad de territoriale eenheid kon worden voltooid (september 1870). Pius IX weigerde in het verlies van zijn gebied te berusten. Ook onder zijn opvolgers was de verhouding tot de antiklerikale Italiaanse regering dikwijls moeilijk. Pas in 1929 kwam een concordaat tot stand, waarbij het koninkrijk Italië en de pauselijke soevereiniteit over Vaticaanstad werden erkend. |
Italië kreeg een tweekamerstelsel met een door de koning benoemde Senaat en een gekozen Kamer. Gedurende de eerste decennia werd het gezag van de regering ondermijnd door de twisten tussen de politieke partijen – de liberalen en de radicalen – en persoonlijke schandalen van politici. De belangrijkste politieke figuren in deze tijd waren Agostino Depretis en Francesco Crispi. Het financiële beleid liet te wensen over. De economische toestand was slecht. In het noorden kwam de industrie tot ontwikkeling, maar de sociale toestanden waren daar erbarmelijk; in het zuiden van het land schiep het grootgrondbezit een diepe kloof tussen het verarmde volk en de aanzienlijken. De grote werkloosheid deed vele Italianen emigreren. Het socialisme en anarchisme bloeiden. Koning Umberto I, die zijn in 1878 overleden vader Victor Emanuel II was opgevolgd, werd in 1900 door een anarchist vermoord, waarna Victor Emanuel III de troon besteeg. |
In dit tijdperk verwierf Italië ook zijn schamele koloniale bezittingen: Eritrea (1882–1890), Italiaans Somaliland (1899–1905; zie Somalië § Geschiedenis) en na een oorlog tegen Turkije, die het land tevens de Dodekánesos opleverde, Libië. Een poging Abessinië (Ethiopië) te onderwerpen, eindigde in een smadelijke nederlaag bij Adoea (1896). De verhouding tot Frankrijk was de eerste tijd koel. Italië zocht aansluiting bij Oostenrijk en Duitsland en sloot in 1882 met deze landen het Drievoudig Verbond. Nationalistische Italianen waren echter niet tevreden over de bereikte grenzen en maakten aanspraak op enkele ten dele door Italianen bewoonde gebieden: Nizza (Nice) en Savoye, die in 1860 in ruil voor de steun van Napoleon III aan Frankrijk waren afgestaan, alsmede Trente, Istrië met de stad Triëst en Fiume (Rijeka), het Italia irredenta. Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog bleef Italië aanvankelijk neutraal, daar het Drievoudig Verbond met Duitsland en Oostenrijk een defensief karakter had. Nationalisten, irredentisten en republikeinen zagen meer in deelname aan de oorlog aan de zijde van Engeland en Frankrijk. Nadat de geallieerde mogendheden bij het verdrag van Londen royale gebiedsuitbreiding hadden toegezegd, verklaarde Italië in mei 1915 de oorlog aan Oostenrijk en in augustus 1916 ook aan Duitsland. In militair opzicht was de oorlog geen succes, maar bij de vrede werd |
![]() |
Victor Emanuel III. |
Italië beloond met Istrië en Triëst, Zara (Zadar) in Dalmatië en geheel Zuid-Tirol. De kwestie Zuid-Tirol bleef vervolgens de Italiaans-Oostenrijkse betrekkingen belasten. Fiume, dat aanvankelijk tot vrijstaat was verklaard, werd in 1919–1920 eigenmachtig door de dichter Gabriele d'Annunzio voor Italië bezet. © Emmanuel Buchot en Encarta. |
Tilpasset søgning
|