Israëlische economie |
| Foto's van Israël |
15/08/11
|
De periode van 1950 tot 1973 werd gekenmerkt door een snelle expansie van de economie: jaarlijks nam het bruto nationaal product (bnp) met ca. 9% toe. Deze ontwikkeling was slechts mogelijk door grote kapitaalimport in de vorm van buitenlandse hulp en leningen, grote giften van joden buiten Israël, betalingen en leveranties in het kader van de Duitse herstelbetalingen en een verhoogde productiviteit. Na 1973 is de economische situatie echter in snel tempo verslechterd: in 1977 bedroeg de economische groei nog slechts 0,5%. Omstreeks 1982 was de economische groei vrijwel tot stilstand gekomen, daarna trad er een geleidelijk herstel in tot een groei van 5,2% in 1987, waarna de groei zakte tot nog maar 1% in 1989. Tot de belangrijkste economische problemen behoorden de hoge inflatie (58% in 1974, 440% in 1984, door een zeer strak bezuinigingsbeleid werd de inflatie |
daarna drastisch teruggedrongen tot 16% in 1987, in 1989 weer opgelopen tot bijna 21% over de periode 1985 tot 1994 gemiddeld 18%, over 1995–1996 8,3%, in 2002 5,7%), het chronische en grote tekort op de betalingsbalans (in 1995 ruim $ 11 miljard, in 2002 gedaald tot $ 3 miljard), de hoge defensielasten, de sterk gestegen schuld aan het buitenland (in 2001 opgelopen tot $ 42,8 miljard) en de werkloosheid (in 1995 6,4%, in 2002 10%, onder de Palestijnse Israëli’s oplopend tot 20%). Had men aanvankelijk bewust ernaar gestreefd inkomensverschillen zoveel mogelijk te beperken, vanaf ca. 1955 valt in de overheids- en andere publieke sectoren een toenemende ongelijkheid van inkomens te constateren. |
Dit leidde in de jaren zeventig, tezamen met de sterk gestegen kosten van levensonderhoud tot groeiende sociale onrust, wat o.a. tot uiting kwam in een groot aantal stakingen. In het begin van de jaren tachtig kreeg Israël te maken met een hollende inflatie en een snel stijgende werkloosheid. De in 1980 ingevoerde nieuwe munt (de sjekel) verminderde zo snel in waarde dat zij in 1986 moest worden vervangen door een nieuwe sjekel, die duizendmaal de waarde van de oude had. Krachtige bezuinigingen op overheidsuitgaven (defensie, beperking subsidies op voedsel, transport en energie, privatisering), ingrijpende devaluaties, belastingverhogingen en omvangrijke financiële bijstand van de Verenigde Staten zorgden sinds 1985 voor een snel economisch herstel. |
![]() |
Israëlische economie. |
In 1988 en 1989 kwamen er echter nieuwe economische tegenslagen ten gevolge van de Intifadah (verhoging defensielasten, verlies van afzet, tekort aan Palestijnse arbeid, teruggang van toerisme). Sinds het begin van de jaren negentig gaat de ontwikkeling weer opwaarts. De werkloosheid daalde van 11% in 1992 tot 6,5% in 1996, terwijl het bbp jaarlijks met 6 a 7% steeg, vooral dankzij de bouwsector. Deze gunstige economische cijfers zetten zich voort tot het uitbreken van de tweede Intifadah in september 2000. Daarna tekende de contouren zich af van een zware economische crisis. De hoge defensielasten, en de terugvallende inkomsten uit de toeristenindustrie drukten zwaar op de Israëlische begroting. |
![]() |
Bank. |
Daarbij kreeg Israël, als hightech economie te maken met de internationale ineenstorting van de informatie-economie. De economische groei werd gestuit en in 2002 kromp de economie met een procent. De import nam af met bijna 18% en de export met ruim 14%; de investeringen zakten ruim 21%. De economische crisis bracht een aantal problemen aan het licht. Ten eerste de gapende kloof tussen rijk en arm, waarbij een kwart van de Israëlische kinderen beneden de armoedegrens van 20 dollar per dag leeft. Ten tweede de financiële steun aan de nederzettingen die ten koste gaat van de ontwikkelingssteden in Israël. Het saneren van de Israëlische economie betekende een scherpe aanval op de welvaartsstaat. In 2006 en 2007 ging het goed met de economie. De werkloosheid daalde tot 7,7%, een laagterecord sinds 1997. Vooral de hightechindustrie, de vrije beroepen en de handel trokken aan. In 2005 groeide het bbp met 5,2% en in 2006 met 5,1%. Desondanks leefde een vijfde van de bevolking en 35% van alle kinderen onder de armoedegrens. Israël," © Schriftelijke door Emmanuel BUCHOT en Encarta |
![]() Tilpasset søgning
|