Israël

Geschiedenis van Israël : De jaren tachtig

Foto's van Israël
16/08/11

In 1977 werden de parlementsverkiezingen niet, zoals gebruikelijk, gewonnen door de Arbeiderspartij maar door de conservatieve Likudpartij onder Menachem Begin. Deze vormde een coalitie met Jigal Jadin van de nieuw opgerichte Democratische Beweging. Belangrijke achtergrond van het verlies van de Arbeiderspartij was de nasleep van de Oktoberoorlog. Weliswaar had Israël zich uiteindelijk militair staande gehouden, maar de mythe van onoverwinnelijkheid was gebroken. De oorlog had bovendien een economische crisis tot gevolg, die leidde tot emigratie, een gevoelig issue in de Israëlische politiek. Voorts waren de verschillende regeringen van de Arbeiderspartij weinig consistent tegenover de kolonisatieacties van het rechtsreligieuze Goesj Emoniem (Blok der Getrouwen) in de bezette gebieden, die Palestijns verzet uitlokten. Bij gemeenteraadsverkiezingen in 1976 stemde de gepolitiseerde Palestijnse bevolking massaal op de PLO, terwijl de Israëlische Palestijnen zich in toenemende mate solidair verklaarden met de Palestijnen in de bezette gebieden.

Eind 1977 was er een vredesinitiatief van president Anwar al-Sadat van Egypte, die in november naar Israël kwam voor een bezoek aan Begin. In 1978 kwam onder bemiddeling van de Amerikaanse president Jimmy Carter te Camp David een ‘raamovereenkomst’ tot stand, die o.m. in een vredesverdrag tussen beide mogendheden en overdracht van de Sinaï door Israël aan Egypte voorzag. Met dit laatste werd in 1979 een begin gemaakt. In maart van dat jaar kwam een vredesverdrag met Egypte tot stand. Dat de regering-Begin haar beleid inzake het stichten van joodse nederzettingen in de bezette gebieden voortzette, veroorzaakte binnenlandse tegenstellingen (Mosje Dajan, minister van Buitenlandse Zaken, trad zelfs af) en belemmerde een verdergaande toenadering tussen Israël en Egypte. Een crisis dreigde toen het parlement in augustus 1980 een wet aannam waarbij Jeruzalem tot de ene en ondeelbare hoofdstad werd verklaard.

Op 7 juni 1981 voerde de Israëlische luchtmacht een aanval uit op een kerncentrale in Irak, waarvan men vermoedde dat zij gebruikt werd voor de ontwikkeling van atoombommen.

De verkiezingen van 30 juni 1981 werden gewonnen door het Likud-blok. Begin vormde zijn tweede kabinet met o.a. generaal Ariel Sharon op Defensie. Naast de intensivering van het nederzettingenbeleid in bezet gebied en de onverzoenlijke houding van de regering-Begin jegens de Arabische wereld leidde de annexatie van de Hoogvlakte van Golan (14 december 1981) tot scherpe internationale kritiek. Door Amerikaanse bemiddeling was in juli 1981 een stilzwijgend bestand met de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO) in Libanon overeengekomen. Sinds 1978 hield Israël in Zuid-Libanon een ‘veiligheidszone’ bezet. Na een aanslag op de Israëlische ambassadeur in Londen trokken Israëlische troepen op 6 juni 1982 andermaal Libanon binnen. Deze operatie ‘Vrede voor Galilea’ mondde echter al snel uit in een grootscheepse invasie en de belegering van Beiroet, waar Israël de aftocht van de PLO-strijders afdwong (zie Midden-Oosten en Libanon). De Libanese oorlog ontmoette intern in Israël veel kritiek, vooral toen Israëls Libanese bondgenoten in de Palestijnse kampen Sabra en Shatila een massamoord aanrichtten (september 1982). Deze Libanese milities hadden vooraf toestemming gekregen van Israëlische troepen om de Palestijnse kampen binnen te trekken.

Jimmy Carter te Camp David
Jimmy Carter te Camp David.
Grote demonstraties leidden tot een onderzoek door de commissie-Kahan, dat resulteerde in het aftreden van minister Sharon. Inmiddels leed het Israëlische leger in Libanon steeds meer verliezen, o.a. door bomaanslagen, en zegde Libanon een akkoord met Israël (17 mei 1983) weer op in maart 1984.

De politieke polarisatie in Israël nam toe. Tegenover de Vrede Nu-beweging stonden joodse nationalistische groeperingen (Goesh Emoniem). Een joodse ondergrondse beweging pleegde terreurdaden tegen Palestijnse leiders in bezet gebied. Ondertussen was ook de economische toestand (inflatie en werkloosheid) zeer zorgwekkend.In augustus 1983 trad premier Begin af en nam zijn minister van Buitenlandse Zaken Jitschak Sjamir de leiding van het kabinet over. Vervroegde verkiezingen in maart 1984 leverden een patstelling op voor het Likud-blok en de Arbeiderspartij, waarop zij een regering van ‘nationale eenheid’ vormden, waarin eerst de socialist Shimon Peres (1984–1986) en vervolgens Likud-leider Sjamir (1986–1988) premier zouden zijn. Deze regering besloot, afgezien van de veiligheidszone, tot een volledige terugtrekking uit Libanon (juni 1985). Met een diep ingrijpend saneringsbeleid wist dit kabinet de economische toestand te verbeteren. In 1984 kwamen via een geheime luchtbrug 10 000 joden uit Ethiopië (Falasha's) naar Israël.

Op de groeiende onrust in de bezette gebieden reageerde Israël met harde strafmaatregelen, deportaties, verschijningsverboden en schoolsluitingen. Naast PLO-aanhangers manifesteerden zich ook steeds meer islamitische fundamentalisten. Op 8 december 1987 brak in de Gazastrook en de Westelijke Jordaanoever de Palestijnse opstand (Intifadah) uit.

Rabin
Rabin.
Ondanks harde maatregelen bleek het leger niet in staat hieraan het hoofd te bieden. Mede door de internationale publiciteit kwam er steeds meer druk op Israël, o.a. uit de Verenigde Staten, om vorderingen te maken in het vredesproces. De groeiende verdeeldheid hierover in Israël zelf kwam tot uiting bij de verkiezingen van 1 november 1988, waarbij zowel het Likud-blok als de Arbeiderspartij zetels verloor aan radicale partijen ter rechter- en linkerzijde. In de daarop door Sjamir gevormde nieuwe regering van ‘nationale eenheid’ (kernkabinet Sjamir, Peres, Arens en Rabin) bleven echter de oude meningsverschillen onverkort bestaan. Hoewel enige malen ernstig op de proef gesteld (Libanon-oorlog, spionageschandalen), bleef de nauwe strategische, politieke en economische samenwerking met de Verenigde Staten bestaan. Met de Sovjet-Unie en de toenmalige andere communistische landen in Oost-Europa werden in de jaren tachtig geleidelijk de banden hersteld, wat tot uiting kwam in o.a. een toenemende immigratie van Russische joden. "Israël" © Schriftelijke door en Encarta
Tilpasset søgning