Griekse economie
|
Beelden Griekenland |
|
In Griekenland, vanouds een agrarisch land, hebben de industriële en dienstverlenende sectoren sinds 1965 sterk aan betekenis gewonnen. Het percentage van de beroepsbevolking dat werkzaam is in de landbouw, blijft ondanks een sterke daling (1965: 47%, 2000: 20%) zeer hoog ten opzichte van de rest van de EU-landen). De grotere industrieën (vooral zware industrie) zijn vaak in overheidshanden. Kleinere bedrijven domineren de economie. Ondanks aanzienlijke inkomsten uit de koopvaardij, toerisme en de deviezen die in het buitenland werkende Grieken naar huis overmaken, bleef de betalingsbalans sterk negatief. De toenemende industrialisatie en investeringen in m.n. de exportindustrie hebben hieraan nog niets veranderd. |
In de tweede helft van de jaren negentig was het regeringsbeleid vooral gericht op deelname aan de Economische en Monetaire Unie (EMU). Door omstreden bezuinigingen en privatisering van diverse staatsbedrijven werden het begrotingstekort en de staatsschuld verminderd. De inflatie daalde van 20% in 1990 tot 3% in 2000; het bbp groeide tussen 1997 en 2000 jaarlijks met gemiddeld 3,5%, maar de werkloosheid liep op tot ruim 11% in 2000. Op 1 januari 2001 kon Griekenland alsnog toetreden tot de EMU (naar later bleek op grond van onjuiste data), en per 1 januari 2002 werd de drachme verruild voor de euro. Het begrotingstekort was in 2007 gedaald tot 2,6%. De dalende staatsschuld was echter met 108,5% van het bbp nog wel ruim boven de norm van de Europese Unie. |
In 2006 werden de prijzen van veerdiensten vrijgegeven. Hiermee werd tegemoet gekomen aan de wensen van de Europese Unie om deze markt te liberaliseren. Het bbp per inwoner was in 2007 US$ 23 500. Emmanuel Buchot en Encarta. |
![]() |
Griekse economie. Beeld Emmanuel Buchot |
Tilpasset søgning
|