Griekse geschiedenis : De Latijnse periode en de Turkse opmars (1204–ca. 1460)
|
Beelden Griekenland |
|
Ten gevolge van de Vierde Kruistocht die in 1204 het Byzantijnse Rijk neersloeg, viel Griekenland op feodale basis territoriaal uiteen. Het Latijnse Keizerrijk van Constantinopel (1204–1261); aan weerszijden van de Propontis (Zee van Marmara), werd in 1261 heroverd door het Griekse keizerrijk Nicea-Byzantium (1204–1453), dat reeds in 1246 op het despotaat Epirus (1204–1336) van de Angeli-Comnenen (1204–1318) het koninkrijk Saloníki (1204–1223, in 1204 toegewezen aan Bonifatius van Montferrat) had teruggewonnen, met uitzondering evenwel van het Thessalische hertogdom Neopatras (1246–1318). Onder de Paleologen van Constantinopel werd (in 1262) de Peloponnesos opnieuw bezet, in 1318 Thessalië, in 1336 het westelijke Epirus dat in 1318 aan het Italiaanse Huis Orsini was toegevallen, maar in 1349 opnieuw voor Byzantium verloren ging, ditmaal aan Servië. |
De Turken staken naar Europa over vanaf 1354, braken de Bulgaarse (1371) en Servische macht (1389) en bezetten in 1393 Thessalië, zodat het Byzantijnse Rijk ca. 1400 buiten zijn hoofdstad Constantinopel nog slechts het gebied van Saloníki en de Peloponnesos bezat. Het hertogdom Athene (1205–1460) van de Bourgondiër Othon de la Roche (1205) werd in 1311 door Catalaanse huurlingen veroverd; in 1388 kwam de Florentijnse bankiersfamilie Acciaiuoli er aan de macht, tot aan de Turkse verovering, 1456–1460. Het Peloponnesische prinsdom Achaia-Moreia (1205–1432) van Geoffroi de Villehardouin (1205) kwam in 1278 in handen van de Anjous van Napels, in 1383 viel het aan Navarra toe, om in 1432 door Byzantium te worden bezet; het moest echter in 1461 aan de Turken worden prijsgegeven, die van toen af Griekenland vrijwel volledig beheersten. |
Wat de Griekse eilanden betreft, een graafschap Cephalonia (1194–1482) kwam tot stand in de Ionische Zee onder de macht van de Orsini die van 1318 tot 1336 zich ook in West-Epirus vastzetten; Cephalonia zelf kwam in 1324 aan de Anjous van Achaia, in 1357 aan het Beneventijnse Huis Tocco, in 1479 aan de Turken, die er echter in 1482 door Venetië werden verjaagd. In de Egeïsche Zee werden de Cycladen (Dodekánesos) als hertogdom Archipelagus (1207–1566) van 1207 tot 1383 door de Venetiaanse familie Sanudo beheerst onder achtereenvolgens Byzantijnse, Achaïsche en Napolitaanse suzereiniteit; in 1383 aan het Lombardische Huis Crispo toegevallen, stond het tot aan de Turkse verovering van 1566–1579 onder Venetiaanse controle. Sedert 1204 beheerste Venetië trouwens door handelsnederzettingen en inplanting van Venetiaanse heersersfamilies de zeeroutes van de Griekse kusten en de Egeïsche eilanden (vooral Peloponnesische kust, Kreta, Euboea; 1204–1797). Sinds 1261 moest het vooral aan de mededinging van Genua het hoofd bieden, dat op zijn beurt insulaire steunpunten (o.a. Thasos, Lemnos, Chios) met eigen prinselijke families bezette (1261–1566), tot het in 1566 van Chios uit door de Turken uit de Egeïsche Zee werd verdreven. Rhodos ten slotte werd, na een eeuw bezetting door Italiaanse gelukzoekers, in 1309 ingenomen door de van Cyprus vertrokken johannieterridders (1309–1522), die het in 1522 aan de Turken verloren. De Frankisch-Italiaanse overheersing in Griekenland kreeg bijna nergens een sterke greep op volk, cultuur en orthodox christendom en liet er alleen haar feodale burchten na. |
![]() |
Geoffroi van Villehardouin |
In 1361 hadden de Turken in Thracië hun nieuwe hoofdstad Adrianopel (Edirne) gevestigd. Zij rukten verder op in zuidwestelijke richting, versloegen in 1371 en 1389 de Serviërs, Bulgaren, Walachen en Albanezen, bereikten de Donau in 1390 en veroverden eind 14de, begin 15de eeuw een voor een de Latijnse brokkelstaten van het Griekse vasteland: Macedonië in 1380 (stad Saloníki 1430), Thessalië en Neopatras in 1393, Epirus in 1449, Athene van 1456 tot 1460, Peloponnesos in 1461. Na de val van de Byzantijnse hoofdstad Constantinopel in 1453 kende Griekenland opnieuw, nu onder de Turken vanuit Sofia, een centralistisch staatsbestel. Het zou nog tot 1566 duren voor en aleer de eilanden in de Egeïsche Zee veroverd waren (Kreta zelfs pas in 1669). Emmanuel Buchot en Encarta. Meer info op encyclopedia.com |
Tilpasset søgning
|