Italië
Geschiedenis van Italië : Middeleeuwen
Foto's Italië
Italië in de 60

In de oudheid bestonden op het huidige Italiaanse grondgebied tal van staten en volken, die ten slotte alle door de Romeinen werden onderworpen. Zie voor deze periode Italia en Romeinse Rijk. In de loop van de 4de eeuw werd het Romeinse Rijk verdeeld in een oostelijk en westelijk rijksdeel (zie ook Byzantijnse Rijk), waardoor de staatkundige versnippering een feit werd en het politieke centrum verschoof van Rome naar Byzantium. In 1861 werd het koninkrijk Italië geproclameerd en daarmee werd Italië formeel een staatkundige eenheid.

Middeleeuwen

In 493 veroverde Theodorik de Grote, koning der Ostrogoten, Ravenna en kreeg geheel Italië in zijn macht. Zijn opvolgers konden het land niet verdedigen tegen de Byzantijnse keizer Justinianus I, die Italië in 535 opnieuw bezette. In 568 veroverden de Longobarden Noord- en Midden-Italië, doch Rome bleef vrij, terwijl het exarchaat van Ravenna, het noordoosten en het zuiden onder Byzantijns gezag bleven. De Longobarden stichtten het koninkrijk van Pavia en de afhankelijke hertogdommen van Spoleto en Benevento. De streken onder Byzantium werden door duces, regionale gouverneurs van de keizer, bestuurd. In Rome was het bestuur aan de bisschop – d.w.z. de paus – toevertrouwd.

Reeds op het einde van de 5de eeuw had paus Gelasius I aanspraak gemaakt op het primaat van het kerkelijke boven het wereldlijke gezag; zijn opvolgers, m.n. Gregorius de Grote, beklemtoonden dit nog sterker, waardoor militaire steun van Byzantium tegen de Longobarden uitbleef. In de 8ste eeuw zochten de pausen elders steun tegen de dreigende Longobarden, en wel bij de Franken, die omstreeks het midden van de 8ste eeuw voor het eerst naar Italië kwamen, sedertdien hun heerschappij uitbreidden, het pausdom onder hun protectoraat stelden en de grondslagen legden voor de Kerkelijke Staat. Karel de Grote wierp zich op als koning der Longobarden (774) en werd in de kerstnacht van het jaar 800 te Rome door paus Leo III tot keizer gekroond. Het keizerschap van het westen raakte aan het pausdom gebonden.

Italiaanse Historisch Monument
Italiaanse Historisch Monument. © beeld E. Buchot
De pausen zouden twee eeuwen lang de keizerlijke steun behoeven om zich tegen de adellijke geslachten van Rome en andere vijanden in de Kerkelijke Staat en Italië staande te houden. Nadat Karel de Dikke in 887 de heerschappij verloren had, werd de Italiaanse kroon de inzet van een verwoede strijd tussen de vorsten van Noord-Italië. In Zuid-Italië gingen grote gebieden (o.a. Sicilië en Sardinië) in de 8ste eeuw verloren aan de Saracenen. Overigens had dit handelsbetrekkingen tot gevolg tussen kleine stadsrepublieken en het Midden-Oosten.

De kroning van de Duitse koning Otto de Grote tot keizer (962) beschouwt men als het begin van het Heilige Rooms-Duitse Rijk en van de eeuwenlange verstrengeling van de Duitse en de Italiaanse politiek. Tevens verhief Otto daarmee het pausdom uit zijn verval. Door de wijze waarop hij het aan zijn politiek ondergeschikt maakte, legde hij de grondslag voor de latere macht van de kerk. Intussen begon Zuid-Italië een eigen leven te leiden, onder plaatselijke feodale heren als de hertogen van Benevento, Salerno en Spoleto (vertegenwoordigers van het Byzantijnse gezag), bisschoppen en Saracenen. In het begin van de 11de eeuw was bovendien een aantal stadsrepublieken tot grote macht gekomen (o.a. Gaeta, Napels, Amalfi). In 1016 begon de infiltratie van de Normandiërs (zie Noormannen), door lokale machten gebruikt in de strijd tegen de Saracenen; omstreeks het midden van de 11de eeuw leidde deze tot permanente vestiging in Aversa. Toen Robert Guiscard in 1071 Bari veroverde, betekende dit het einde van de Byzantijnse macht in Italië. Vóór 1200 was geheel Zuid-Italië, met uitzondering van Capua, Amalfi en een deel van Benevento, Normandisch gebied en was ook Sicilië op de Saracenen veroverd. In de Investituurstrijd had geheel Italië partij gekozen. Na het Concordaat van Worms (1122) werd de strijd van ideologisch naar zuiver politiek terrein verlegd: medespelers waren de paus, de keizer en de Normandiërs in het zuiden. Dit alles leidde ten slotte tot een grote versterking van de macht van de Noord- en Midden-Italiaanse steden.

Leo III
Leo III

De Hohenstaufen behielden echter in Italië een belangrijk steunpunt door het huwelijk van keizer Hendrik VI met de erfdochter van Sicilië, Constantia d'Altavilla. Het rijk van Sicilië werd hierdoor meer dan ooit een bedreiging voor het pausdom.

De uiterste poging van keizer Frederik II zich aan de pauselijke voogdij te onttrekken, mislukte en na hem was het met het keizerlijk gezag in Italië gedaan. In de steden van het noorden ontstonden nieuwe republikeinse instellingen. In tal van deze verwierven militairen reeds in de 13de eeuw een door ambten gelegaliseerde macht, die weer in vele gevallen door hen zelf of door hun nakomelingen in alleenheerschappij (signoria) werd omgezet. Na de dood van Manfred, bastaardzoon van Frederik II en erfgenaam in Sicilië, kende de paus het rijk toe aan Karel van Anjou (1268): deze trad op als koning van Napels en Sicilië. Toen bleek dat Karel de heerschappij over geheel Italië ambieerde, slaagde de paus erin zijn macht te breken. Na de Siciliaanse Vespers (1282) verloor Karel Sicilië, dat door de paus aan Aragón werd toegewezen. In 1309 begon de ‘Babylonische gevangenschap’. Daarmee was de wereldlijke macht van de paus over haar hoogtepunt heen.

De 15de eeuw werd beheerst door de machtsstrijd tussen Florence, Milaan en Venetië, waarbij Duitse en Franse vorsten en minder machtige republieken partij kozen. In het zuiden werd de strijd tussen Aragón en Anjou in 1442 definitief beslist: Zuid-Italië kwam als koninkrijk Napels aan Alfons V van Aragón, koning van Sicilië. Omstreeks het midden van de 15de eeuw trad voor het eerst een Italiaans evenwicht in. De oorlogen van Florence, Venetië en Milaan tegen Napels en de paus (1478–1480) en van de paus en Venetië tegen Ferrara en Napels (1482–1484) bewezen hoe wankel dit evenwicht was.

Frederik II
Frederik II
Eén was Italië slechts op cultureel gebied. De renaissance ontplooide zich ten volle vanaf de 15de eeuw en beïnvloedde Europa grondig. © Emmanuel Buchot en Encarta.
Tilpasset søgning