Geschiedenis van Finland : Tot 1917 |
| Foto's van Nederland |
24/07/11
|
Finnen drongen in de eerste eeuwen van onze jaartelling vanuit het gebied ten zuiden van de Finse Golf hun huidige woongebied binnen. In de 8ste eeuw vormden zich drie stamstaatjes: Suomi, Tavastenland en Karelië. Aan de wederzijdse plundertochten tussen Finnen en Zweden (die Finnen als slaven plachten weg te voeren) kwam een eind door drie kruistochten van de Zweden tussen ca. 1150 en 1300, waarna vestingen werden gebouwd, de bevolking gekerstend en vooral de oostkust van de Botnische Golf werd gekoloniseerd. Het gebied werd een Zweeds hertogdom, later grootvorstendom. Zweden behandelde Finland niet als een veroverd land, maar als een Zweedse provincie. Veel heeft het land met zijn open oostgrens te lijden gehad van de aanvallen der Russen sedert Ivan III (1440–1505), vooral in Karelië met Vyborg (Viipuri). |
Pas ca. 1750 ontstond er verzet tegen de Zweedse overheersing, dat tijdens de Russisch-Zweedse oorlog (1788–1790) in een mislukte samenzwering van officieren onder Sprengtporten de hulp van de Russische erfvijand niet versmaadde. Een nieuwe oorlog (1808–1809) eindigde met de inlijving van Finland door de Russen bij de vrede van Frederikshamn. Reeds tevoren had tsaar Alexander I de bijeengeroepen Finse Landdag beloofd de godsdienst, eigen wetten en rechten te eerbiedigen: het land werd een afzonderlijk, constitutioneel geregeerd grootvorstendom, waarin een gouverneur-generaal de tsaar-grootvorst vertegenwoordigde. In 1811 werd zelfs het door Peter de Grote in 1721 veroverde Karelië weer bij het grootvorstendom gevoegd. In 1812 werd Helsinki in plaats van Åbo (Turku) hoofdstad. |
De beweging tot emancipatie van het Fins (zie Fennomanen) boekte een groot succes, toen in 1863 deze taal naast het Zweeds in bestuur en rechtspraak werd toegelaten. In datzelfde jaar werd ook weer voor het eerst sedert 1809 de Finse Landdag bijeengeroepen, hetgeen in de toekomst tenminste iedere vijf jaar zou gebeuren. Dit was overigens nog een standen-Landdag (adel, priesters, burgers en boeren). In 1882 kreeg de Landdag initiatiefrecht voor wat betreft gewone wetsvoorstellen. De grootvorst behield het initiatief waar het ging om de grondwet. Ondanks deze successen voor het zelfstandigheidsstreven bleef er een Russische dreiging bestaan. De pan-Russische beweging, weer opgebloeid onder Alexander III (1881–1894), bewerkstelligde dat de Finse posterijen bij die van Rusland werden ingelijfd (1890). Een poging tot inlijving van het Finse leger (1899) strandde op een weigering van de Landdag. Als tegenmaatregel reduceerde de grootvorst de Landdag tot adviesorgaan in zaken die (naar zijn oordeel) ook Rusland aangingen. Onder gouverneur-generaal Bobrikov werd de inlijving van het leger in 1901 toch een feit. Ook werd het Russisch de officiële taal. De Russische nederlaag in de oorlog tegen Japan (1904–1905; zie Russisch- Japanse Oorlog) en de daaropvolgende binnenlandse onrust in Rusland deden de druk op Finland verminderen. Een algemene staking leidde tot de instelling van een moderne éénkamer-Rijksdag (1906), met algemeen en gelijk kiesrecht voor zowel mannen als vrouwen (dit betekende nog niet de introductie van een parlementair stelsel). |
![]() |
Ivan III |
Een nieuwe golf van russificatie volgde echter in de jaren 1908–1910. Was in de tweede helft van de 19de eeuw het belangrijkste conflict dat tussen de nationalistische krachten en het staatshoofd geweest, rond 1900 kwam daar het conflict bourgeoisie-arbeidersbeweging bij. Vanaf ca. 1880 traden de arbeiders steeds meer naar voren als klasse. De in het defensief gedrongen burgerlijke partijen hadden de steun van de grootvorst en konden zo sociale hervormingen vertragen of tegenhouden. De aanhang van de Arbeiderspartij groeide snel, en in 1916 werd de meerderheid in de Rijksdag veroverd (103 van de 200 zetels). "Finland," © Schriftelijke door Emmanuel BUCHOT en Encarta |
Tilpasset søgning
|