Geschiedenis van Amsterdam |
| Beelden Nederland | |
Amsterdam ontleent zijn naam aan de dam met sluizen, vermoedelijk ca. 1270 in de Amstel gelegd ter beveiliging van Amstelland tegen het opdringende IJ-water. De mond van de Amstel werd daardoor een natuurlijke haven die, samen met het in 1275 door graaf Floris V aan ‘de lieden wonende te Aemstelledamme’ verleende privilege van tolvrijheid door Holland, de eerste ontwikkeling van de handel in de hand gewerkt heeft. Het is aan te nemen dat de beide rivieroevers bij de dam tegelijkertijd zijn bebouwd, want de nu misleidende namen Oude en Nieuwe Zijde zijn pas na het midden van de 15de eeuw ontstaan en ontleend aan de Oude, resp. Nieuwe Kerk. |
Met de verkrijging, ca. 1300, van stadsrecht begon de opkomst van Amsterdam. De vestiging aldaar in of vóór 1323 van de tol voor de invoer van het Hamburgse bier in Holland is oorzaak geweest van de Amsterdamse vrachtvaart op Hamburg. Langzamerhand werd deze met enige eigen handel verbonden als |
![]() |
||
Mirakel van Amsterdam. Beeld historiek.net |
|||
tussenhandel in het verkeer van het Oostzeegebied met Vlaanderen. Dit leidde ertoe dat de Amsterdammers o.a. het ‘Oosterse’ graan ook naar hun eigen stad aanvoerden en daar opsloegen. Zo werd Amsterdam reeds in de 15de eeuw de korenschuur voor de Noordelijke Nederlanden en de grootste koopstad van Holland. Voor de oudere handelssteden aan de Zuiderzee werd Amsterdam een zware concurrent. Uitvloeisel daarvan waren de twisten met Deventer over de Katertol, die op de IJssel werd geheven. Deze conflicten bewijzen het grote belang dat Amsterdam ook had bij de handel via de genoemde rivier met het Rijnland. In de lijn van de opkomst van Amsterdam als handelsstad valt de befaamde gebeurtenis van 1345, het Mirakel van Amsterdam geheten. In 1347 werd ter plaatse in de Kalverstraat waar het wonder van de in het vuur geworpen maar niet verbrande H. Hostie was geschied, de kapel Terheylighen Stede gesticht. Na een bedevaart naar deze kapel genas de Rooms-koning, later keizer, Maximiliaan van een ziekte. Uit dankbaarheid schonk hij in 1489 aan de stad het recht de keizerskroon boven het wapenschild te plaatsen. |
|||
Door het beroemde handvest van graaf Albrecht van 1400 heeft zich in steeds sterkere mate de aristocratisch-oligarchische regeringsvorm van Amsterdam ontwikkeld, die de grote oppermacht van de vier burgemeesters verklaart welke in de tijd van de Republiek het Amsterdamse regeringsstelsel karakteriseerde. Door het raadplegen in belangrijke aangelegenheden van de aanzienlijkste burgers ontstond, waarschijnlijk al vóór 1416 (het jaar waarin voor het eerst in de stukken sprake is van de ‘vroetscippe’) de Vroedschap, welk college in 1477 van Maria van Bourgondië het recht verkreeg om jaarlijks de nominatie op te maken waaruit door de stadhouder de schepenen, die de rechtspraak uitoefenden, werden benoemd. Om de stedelijke administratieve bezigheden te huisvesten, werd ca. 1395 op de Dam een raadhuisje gebouwd, dat in 1652 is vervangen door de nog bestaande creatie van Jacob van Campen (thans Koninklijk Paleis). "Amsterdam" © Schriftelijke door Emmanuel BUCHOT en Encarta |