Geschiedenis van Saoedi-Arabië |
| Foto's van Saoedi-Arabië |
28/08/11
|
Toen het Osmaanse Rijk in oktober 1914 aan de zijde van Duitsland en Oostenrijk aan de Eerste Wereldoorlog ging deelnemen, verbraken de onder Brits gezag staande sjeiks en emirs van de vorstendommen langs de Perzische Golf tot aan de aan de Indische Oceaan gelegen kroonkolonie Aden de laatste banden die zij nog onderhielden met de Osmaanse regering. De Turken konden rekenen op de trouw van de leider van de machtige stammenconfederatie van de Sjammar-bedoeïenen, Ibn Rasjid, en van de imam van Jemen, Jahja. |
In het hart van Arabië was sjeik Ibn Sa’oed, politiek leider van de fanatieke en puriteinse islamitische groepering van de Wahhabieten, bezig zijn gezag te consolideren in geheel Nedzjed en in het in 1913 op de Turken veroverde, aan de Perzische Golf gelegen kustgebied Hasa. Engeland wist in ruil voor beloften van Arabische onafhankelijkheid en het zenden van militaire adviseurs (T.E. Lawrence) de Hasjemitische sjarif van Mekka, Hoessein ibn-Ali, te bewegen tot een opstand tegen het Osmaanse gezag (juni 1916). De vredesregeling na de geallieerde overwinning werd door Hoessein – inmiddels koning van Hedzjaz geworden – als een Britse trouwbreuk tegenover de Arabieren gebrandmerkt. Hij verspeelde hierdoor de Britse bescherming. |
Een reeds geruime tijd bestaand grensgeschil tussen Ibn Sa’oed en Hoessein bracht in mei 1919 een gewapende botsing teweeg bij Toeraba, waar Hoesseins troepenmacht, aangevoerd door zijn zoon Abdoellah (de latere koning van Jordanië), een verpletterende nederlaag leed. Onder Britse diplomatieke druk zag Ibn Sa’oed er echter voorlopig van af zijn overwinning uit te buiten. Na een snelle militaire campagne veroverde Ibn Sa’oed in 1921 het grondgebied van de Sjammar-bedoeïenen, dat bij Nedzjed werd gevoegd. In 1922 veroverde hij het gebied van de Roewalla-bedoeïenen. Nadat het nieuwe Turkije van Kemal Atatürk het kalifaat had afgeschaft (maart 1924) proclameerde Hoessein zich tot kalief, hetgeen in het merendeel van de islamitische wereld grote verontwaardiging verwekte. Ibn Sa’oeds fanatieke Wahhabitische krijgsscharen, die in augustus 1924 de Hedzjaz binnenvielen, waren verre superieur aan Hoesseins strijdmacht. In oktober 1924 abdiceerde de sjarif ten behoeve van zijn oudste zoon Ali. Deze wist zich nog tot december 1925 in Jedda te handhaven; toen staakte ook hij de strijd. "Saoedi-Arabië" © Schriftelijke door Emmanuel BUCHOT en Encarta |
![]() |
Hoessein ibn-Ali. |
![]() Tilpasset søgning
|