Libië

Geschiedenis van Libië

Foto's van Libië
22/08/11

Libië (Gr.: Libuè, Lat.: Libya) was in de oudheid de benaming voor geheel (noordelijk) Afrika, in engere zin ook voor het gebied ten westen van Egypte. Omstreeks 800 v.C. stichtten Fenicische zeevaarders enkele handelsposten aan de Libische kust, waar zich echter pas in het begin van de 5de eeuw v.C. Fenicische kolonisten blijvend vestigden (zie ook Fenicië). Het gedeelte van het land waar zich de voornaamste drie steden, Oea, Sabratha en Leptis bevonden, werd door de Grieken Tripolitanië genoemd. Een belangrijk contactpunt tussen de Griekse, de Egyptische en de Fenicische cultuur vormde het orakel van Zeus-Ammon in de oase van Siwa, o.m. bezocht door Alexander de Grote.

Tot 201 v.C. behoorde Libië aan Carthago, daarna tot 146 v.C. tot het Numidische Rijk (zie Numidië), waarna het een deel werd van de Romeinse provincie Africa. Onder Diocletianus (284–305) werd Libië in een oostelijk en een westelijk deel verdeeld; resp. Libya inferior of Marmarica en het meer ontwikkelde Libya superior of Cyrenaica. In 644 werd Libië door islamitische troepen veroverd. Het land behoorde van 801 tot 909 tot de Noord-Afrikaanse staat der Aghlabiden, daarna tot ca. 1000 tot het sjiitische rijk der Fatimiden. Hierna maakte Libië bijna drie eeuwen lang deel uit van de Berberse rijken der Almoraviden en Almohaden. Na 1269 behoorde het westelijk deel, Cyrenaica met Tripolitanië, tot het Tunesische rijk der Hafsiden, terwijl Marmarica achtereenvolgens onder de suzereiniteit der Ajjoebiden en Mamelukken stond en geleidelijk in Egypte geïntegreerd werd.

In de 16de eeuw had het land veel van aanvallen van Europeanen te lijden: van 1530 tot 1551 was de stad Tripoli in handen van de Maltezer ridders (zie johannieterorde). Daarna werd Libië door de legers van de Osmaanse sultans veroverd.

Na verloop van tijd moesten de Turken de werkelijke macht afstaan aan de inheemse gezaghebbers, de ‘deis’, die gedurende de 17de en 18de eeuw van hun zeesteden ware roofnesten maakten voor de Barbarijse zeerovers. Als gevolg daarvan werd de hoofdstad Tripoli in 1665 en 1728 door Franse strafexpedities volledig verwoest. Nadat Algerije Frans was geworden (1830) sloot Tripolitanië zich dichter bij het Osmaanse Rijk aan. In 1835 zette de sultan de familie Karamanli, die sedert 1714 regeerde, als deis van Tripoli af en organiseerde het land zo goed mogelijk als Turkse provincie.

Nadat de Italianen in 1902 van de Fransen een verklaring hadden weten te verkrijgen dat dezen hun de vrije hand lieten in Tripolitanië (in ruil voor een soortgelijke verklaring hunnerzijds ten aanzien van Marokko) en Marokko in de zomer van 1911 inderdaad een Frans protectoraat geworden was, verklaarde Italië op 25 september van dat jaar de Turkse sultan de oorlog. Italiaanse legers landden in oktober te Tripoli, Benghazi en Homs en lijfden op 5 november het gebied in.

Alexander de Grote
Alexander de Grote.
Krachtens de Vrede van Lausanne (1912) vestigde Italië zijn gezag over Cyrenaica, Tripolitanië en Fezzan. De drie gebieden, tussen welker bevolkingen weinig affiniteit bestond, werden tot één Italiaanse kolonie Libië verenigd. Het verzet tegen het Italiaanse bewind kwam vnl. van de mystieke orde der Senoessijja, die haar bolwerk in Cyrenaica had. Pas in de jaren dertig gelukte het maarschalk Graziani om Cyrenaica te pacificeren. In 1942 bezetten Britse troepen Cyrenaica en Tripolitanië, terwijl Vrije Franse eenheden zich in Fezzan legerden. Na afloop van de Tweede Wereldoorlog kwam Libië onder voogdij van de Verenigde Naties.

"Libië" © Schriftelijke door en Encarta

Tilpasset søgning