Geschiedenis van Florence |
| Beelden Florence | |
Florence, het Romeinse Florentia, volgens de legende gesticht door Catilina, was aanvankelijk minder belangrijk dan het nabijgelegen Faesulae (Fiesole). In de 4de eeuw werd het bisschopszetel, sinds 570 was het de residentie van de Longobardische hertogen van Toscane. In 774 kwam het onder Frankische graven, die later markgraven werden. Deze markgraven, voorts de feodale geslachten van de streek, en de bisschoppen, wier gebied tot de 10de eeuw immuniteit genoot, legden de grondslag voor Florences latere grootheid. |
Ten tijde van markgravin Mathilde koos de stad in de strijd tussen keizer en paus, resp. gesteund door Ghibellijnen en Guelfen, de zijde van de laatste. Sindsdien bleef Florence Guelfisch, in tegenstelling tot de andere belangrijke steden van Toscane, m.n. Pisa en Lucca. Door de woelingen van deze tijd kreeg de burgerij gelegenheid een zekere macht te ontwikkelen. Florence in de 12e eeuw Mathilde begunstigde de stad in ruil voor de politieke steun die zij van haar ontving. Boni homines (= goede mensen), voortgekomen uit de burgerij, kregen aandeel in de rechtspraak. Burgermilities begonnen de strijd tegen de feodale heren in de omgeving van de stad aan te binden, daarmee zowel hun eigen belang als dat van de markgravin dienend. De verovering van het omringende platteland werd na Mathildes dood (1115) stelselmatig voortgezet en voltooid. Toen werd Florence een stad met zelfstandig bestuur, een zgn. libero comune. |
![]() |
|
Oude binnenstad van Florence. Foto E. Buchot |
||
Twee consoli, uit de adellijke families van de stad gekozen, oefenden per ambtstermijn het hoogste gezag uit. De eerste periode van dit regeringssysteem (eerste helft van de 12de eeuw) werd gekenmerkt door een harmonisch samengaan der verschillende bevolkingsgroepen zoals Florence dat later nooit meer gekend heeft. Het terugdringen van de macht van de vertegenwoordiger des keizers in de stad (de vicarius) en de uitbreiding van de stedelijke macht over het omringende gebied gaven de koopliedenstand, die meer en meer naar voren kwam, meer armslag. De bisschoppen juichten deze politiek toe, omdat hun gezagsgebied er steeds groter door werd, met alle voordelen van dien. |
||
Het optreden van Frederik Barbarossa in Italië remde de machtsontplooiing van Florence tijdelijk. In 1197 kwam de stad echter aan het hoofd te staan van een eerder opgerichte antikeizerlijke (Guelfische) liga, waarbij ook Toscaanse feodale adel aangesloten was. Dit betekende het begin van Florences hegemonie in Toscane. Naar buiten toe werd Florences geschiedenis in de eerste helft van de 13de eeuw beheerst door de oorlogen met andere Toscaanse steden, m.n. Pisa, Siena, Arezzo en Pistoia. De rivaliteit met Siena was bijna spreekwoordelijk. "Florence"© Schriftelijke door Emmanuel BUCHOT en Encarta |