Berlijn

Geschiedenis van Berlijn

Beelden Berlijn

Berlijn in de 13e eeuw

Berlijn is ontstaan uit twee stadjes – het ene, Kölln, op het Spree-eiland, en het andere, Berlin, ten noorden daarvan op de rechteroever gelegen – die in 1237 en 1244 voor het eerst in oorkonden genoemd worden. In 1432 kwamen beide onder één bestuur. Na onlusten in 1448 moest de stad haar lidmaatschap van de Hanze opgeven en werd aan de stedelijke autonomie vrijwel een einde gemaakt. Sedert die tijd had Berlijn alleen nog maar toekomst als keurvorstelijke residentie. De ‘Grote Keurvorst’ Frederik Willem I (1640–1688) gaf een sterke impuls tot de ontwikkeling van de stad: Berlijn werd met sterke vestingwerken omgeven (1658–1685) en door het Friedrich-Wilhelm-Kanal tussen Oder en Spree werd het doorvoerhaven tussen Breslau en Hamburg


Door het Edict van Potsdam van 29 oktober 1685 kreeg de bevolking een sterke vreemde inslag door de immigratie van Franse ‘refugiés’. Onder de eerste Pruisische koning, Frederik I, zette de bloei van Berlijn zich voort. In 1808 kreeg Berlijn door de gemeentewet van Vom Stein zijn stedelijk zelfbestuur na 360 jaar terug, maar pas in de tweede helft van de 19de eeuw, toen de industrialisatie in een steeds sneller tempo doorgezet werd en immigratie de stad deed groeien tot een miljoenenstad (in 1900: 1 889 000 inw.), werd Berlijn een moderne metropool. Op 9 november 1918 brak revolutie uit (Novemberrevolutie). Een meerderheid van gematigde socialisten had de leiding. In de winter van 1918–1919 braken straatgevechten uit. De oude bourgeoisie, ambtenaren en militairen reorganiseerden zich; er had een ontijdige poging plaats de ‘Vollzugsrat’ van de Duitse arbeiders- en soldatenraden te arresteren en de regering omver te werpen. De regering sloot zich bij de eerste groep aan en gebruikte het leger om de

Frederik I
Frederik I

revolutie te onderdrukken. Tijdens hun vluchtpoging in januari 1919 kwamen Karl Liebknecht en Rosa Luxemburg om het leven.

Berlijn in de 20e eeuw

Op 13 maart 1920 volgde de Kapp-Putsch om de Constitutie van Weimar weer omver te werpen, maar deze mislukte. In 1920 werd Berlijn uit de provincie Brandenburg gelicht en werd zij als Groot-Berlijn een zelfstandige bestuurseenheid. Als gevolg van de benoeming op 30 januari 1933 van Adolf Hitler tot rijkskanselier had een aantal veranderingen van de grootste betekenis plaats. Op 27 februari 1933 gaf de brand in het Rijksdaggebouw (zie Rijksdagbrand) het sein tot een reeks maatregelen ter uitvoering van de oogmerken van de nationaal-socialisten. Het was Hitlers persoonlijke ambitie om van Berlijn de mooiste stad ter wereld te maken.

Hiertoe werden monumentale, maar karakterloze gebouwen opgetrokken volgens een plan dat op den duur het aangezicht van de stad geheel moest veranderen. Belangrijkste bouwer was de architect Albert Speer. In de Tweede Wereldoorlog werd de stad grotendeels in puin gelegd. Op 21 april 1945 bereikten de Russen de buitenwijken en op 25 april werd de ring gesloten waarna de stad op 2 mei de strijd staakte. Berlijn bleef na de capitulatie in zoverre nog hoofdstad van het gevierendeelde rijk, dat het, door de conferentiebepalingen van Potsdam (5 juni 1945) zelf ook weer in een Russische, een Amerikaanse, een Britse en een Franse sector verdeeld, de zetel werd van de geallieerde controleraad, het hoogste bestuurslichaam voor Duitsland.

De toenemende onenigheid tussen de drie westerse machten enerzijds en de Russen anderzijds maakte een gemeenschappelijk stadsbestuur op den duur onmogelijk. Toen de westerse grote drie begin 1948 besloten in hun sectoren de geldsanering door te voeren, leidde dit aan Sovjetzijde tot een heftige reactie. De toevoerwegen naar West-Berlijn werden afgesneden en geblokkeerd. De westerse mogendheden gingen tot de instelling van een luchtbrug over (april 1948) totdat na één jaar de blokkade van Berlijn werd opgeheven. Met de instelling van de Bondsrepubliek Duitsland en de DDR werd een reorganisatie van het Berlijnse stadsbestuur noodzakelijk. Onder Reuter werd West-Berlijn in 1950 tegelijkertijd als een Land van de Bondsrepubliek en als een stad geconstitueerd. Het oostelijk deel van de stad onder burgemeester Ebert jr. kon daarentegen geheel in de DDR worden geïntegreerd en werd formeel en feitelijk haar hoofdstad. De geringe beperkingen van het goederen- en reizigersverkeer maakten de stad in de jaren vijftig een unieke ontmoetingsplaats tussen West en Oost.


Berlin Potsdamer Unified

Talrijke Oost-Duitsers konden via Berlijn naar het Westen uitwijken. De opstand in de DDR in juni 1953 had zijn middelpunt te Oost-Berlijn. Op 13 augustus 1961 richtten Oost-Duitse troepen de Berlijnse muur op, waardoor de communicatie tussen beide delen van de stad geheel werd verbroken en in feite een einde gemaakt werd aan de viermogendhedenstatus van Berlijn. Deze werd hersteld door een akkoord van de ambassadeurs van de bezettende mogendheden (23 augustus 1971). Dit akkoord werd gevolgd door overeenkomsten van de DDR met de West-Duitse regering en de senaat van West-Berlijn (17 en 20 december 1971). Deze verdragen voorzagen o.a. in vrij verkeer van de Bondsrepubliek naar West-Berlijn en mogelijkheden voor West-Berlijners in het oostelijk stadsdeel bezoeken af te leggen. De ontwikkelingen in de landen van het Warschaupact in de zomer van 1989, m.n. die in de Duitse Democratische Republiek leidden op 9 november van dat jaar tot de val van de Muur. In oktober 1990 was, met de eenwording van Duitsland, ook een eind gekomen aan de verdeling van Berlijn; in december 1990 vonden de eerste verkiezingen plaats voor heel Berlijn. In april 1994 kwamen de regeringen van Berlijn en Brandenburg tot een overeenkomst die voorziet in het samengaan van beide deelstaten. Bij een in mei 1996 gehouden referendum over deze kwestie stemde in Berlijn een kleine meerderheid voor, maar Brandenburg stemde tegen; de fusie ging dus niet door. Op 1 april 1999 vergaderde de Bondsdag voor het eerst in de verbouwde Rijksdag. "Berlijn"© Schriftelijke door en Encarta