Griekenland
Geschiedenis van Athene
Beelden Griekenland

Uit archeologische, taalkundige, epigrafische Lineair B (zie Lineair A en B) en godsdiensthistorische gegevens blijkt dat Athene al in de Myceense tijd (ca. 1300 v.C.) een rol speelde. Het werd vrijwel ongemoeid gelaten door de Dorische volksverhuizing (zie Attica); de traditie dat het toevlucht bood aan vele verdreven Ioniërs en een leidende rol speelde bij de kolonisatie van de Klein-Aziatische kust, bezit waarschijnlijk een historische kern. Een invloedrijke positie ca. 1000–800 v.C. blijkt onder meer uit de grote vondsten van geometrisch aardewerk (op de Kerameikos). Weldra werd heel Attica in één polis verenigd onder Theseus. Koningen regeerden tot de 9de eeuw, daarna was het een aristocratische republiek. Het staatsbestel, geheel beheerst door oude stamverbanden ( 'clans', Gr. genè bleef sociaal achter bij omliggende gemeenschappen; economisch werd Athene in de 8ste en 7de eeuw overvleugeld door Korinthe en Aegina. In 621 trad Draco op als eerste wetgever; hij stelde een hof van beroep in voor moord en manslag.

Ernstige sociale misstanden (onder meer schuldslavernij) vergiftigden inmiddels de maatschappij en remden de economische ontwikkeling; Solon (594) bracht hier redding, en hervormde tevens het staatsbestel: de opbrengst van de grond, daarnaast andersoortige welstand, zou kwalificatie voor politieke invloed zijn. Hierdoor en door andere maatregelen werd de economische groei gestimuleerd. Dit ging verder onder de tirannen (561–510; zie Pisistratus; Hippias en Hipparchus); daarnaast was er culturele bloei en kreeg Athene vaste voet aan de Hellespont. Clisthenes (508) doorbrak het oude stamsysteem en grondvestte de democratie; als afweermiddel tegen toekomstige tirannen moest het ostracisme dienen. De Perzische oorlogen (490–479) brachten Athene, door de vlootpolitiek van Themistocles, tot een macht, gelijkwaardig aan die van Sparta; door de Delisch-Attische Zeebond wist het Sparta te overvleugelen in de Pentekontaëtie (ca. 480 – ca. 430).

Nu was Athene, het 'Hellas van Hellas', onder Pericles het centrum van de Griekse cultuur. De democratie werd uitgebouwd, onder meer door het bezoldigen van staatsdiensten. Allen die in kunst of wetenschap iets te betekenen hadden, stroomden te Athene tezamen. Dit ging echter gepaard met een enghartige burgerrechtpolitiek (zie Metoiken) en een steeds toenemende dwingelandij over de bondgenoten: de wrange vruchten werden geplukt in de Peloponnesische Oorlog (431–404), eindigend met nederlaag en ontmanteling. De daarop door Sparta opgelegde oligarchie van de Dertig tirannen was echter slechts kortstondig, en Athene herstelde zich politiek vrij snel, terwijl de culturele bloei voortging (Plato, Praxiteles, de Attische Redenaars). Er kwam zelfs een tweede Zeebond, die overigens geen lang

Griekenland
Griekenland. Beeld Emmanuel Buchot
leven had (zie Bondgenotenoorlog); de oude greep op de Hellespont met de toegangswegen tot de korenrijke Zwarte-Zeekusten bleef bestaan. Nog eenmaal trad Athene als kampioen voor de zelfstandigheid van de Griekse burgergemeenschappen op, tegen het Macedonische imperialisme (zie Demosthenes [geschiedenis]; Philippus II); maar bij Chaeronea moest het (met Thebe) in 338 v.C. het onderspit delven.
Slechts tijdelijk kon Athene in de Diadochentijd een zekere zelfstandigheid bewaren, ook toen Rome Griekenland ging overvleugelen. Het noodlottige bondgenootschap met Mithridates leidde echter tot de plundering door Sulla in 86 v.C. Overigens, en ook later in de Romeinse keizertijd, was het een kunst- en universiteitsstad; als centrum van wijsbegeerte werd het zelfs niet door Alexandrië en Antiochië overvleugeld. Herodes Atticus en keizer Hadrianus verfraaiden de stad met gebouwen; het werd een compleet openluchtmuseum. In 395 n.C. werd Athene door Alarik geplunderd. De sluiting van de filosofenscholen op bevel van Justinianus in 529 maakte aan alle glorie een einde. Emmanuel Buchot en Encarta
Tilpasset søgning