China
Geografie van China : Geologische bouw
Foto's van China

Een groot deel van China bestaat uit een precambrisch schild, het Chinees-Koreaanse schild, dat echter op vele plaatsen door jongere gesteenten bedekt is. In Noord-China en Mantsjoerije zijn metamorfe gesteenten ontsloten in dit precambrische schild, waarin twee belangrijke orogenen zijn te onderscheiden. De oudste, die meer dan 1000 miljoen jaar geleden gevormd werd, bevat micaschisten, kwartsieten en amfibolieten. De jongere, ongeveer 800 miljoen jaar oud, heeft veel grafietmarmers, kwartsieten, gneisen en intrusieve granieten. Beide groepen worden door een belangrijke discordantie gescheiden. Deze oude kern wordt op vele plaatsen discordant bedekt door het Sinien, een infracambrische formatie bestaande uit niet-metamorfe gesteenten, zoals conglomeraat, zandsteen, tilliet en vulkanische gesteenten.

Het Sinien wordt gevolgd door het Paleozoïcum, waarvan de afzettingen grotendeels van mariene herkomst zijn, en door het Mesozoïcum en Kaenozoïcum met sedimenten in continentale faciës. In Centraal- en Zuid-China is deze jongere bedekking tijdens verschillende orogenesen geplooid, nl. tijdens de Caledonische plooiing in Jinan, tijdens de Variscische plooiing van de gebergtes Nan Shan, Kunlun Shan en Qin Ling en tijdens de alpine plooiing in Tibet en de Himalaja. In Zuidoost-China, langs de Grote Oceaan, vindt men zeer vele vulkanische en granietische gesteenten van Mesozoïsche ouderdom, die waarschijnlijk met de alpine plooiing in verband staan. Tijdens het Jong-Tertiair en Kwartair vond een belangrijke bodemdaling plaats in Noord-China en Mantsjoerije, welke aanleiding gaf tot de vorming van grote gebieden met tertiaire en kwartaire gesteenten.

Opheffing vond in die tijd plaats in Tibet en de Himalaja, waardoor hoge gebergten ontstonden.
Afwatering

De twee grootste rivieren van China zijn de Huang He (4845 km) en de Yangzi Jiang (5200 km); de Huang He is berucht om zijn overstromingen, die worden bevorderd door de ruïneuze ontbossing in het binnenland, waardoor alle beheersing van de waterhuishouding ontbreekt. Door grote slibafzetting heeft de rivier haar bedding zodanig verhoogd, dat zij op verschillende plaatsen boven het omringende land is komen te liggen. In de loop van enkele tientallen jaren verlegde deze rivier herhaaldelijk haar benedenloop. Zij voert enorme hoeveelheden vruchtbare grond mee naar zee, vandaar de naam 'Gele Rivier'. De Yangzi Jiang heeft een veel geregelder waterregime en minder slibafvoer. Hierdoor is deze rivier met haar wijdvertakt stelsel van zijrivieren van veel groter betekenis voor de scheepvaart.

Geografie van China
Landschap van China. © Beeld Emmanuel Buchot.

In de zomer van 1998 beleefde China de ernstigste overstroming van de rivier Yangzi Jiang sinds 1954. Naar schatting 240 miljoen mensen werden hierdoor getroffen. Miljoenen mensen moesten hun woning ontvluchten en minstens 2000 mensen – mogelijk veel meer – kwamen om.

Grote rivieren in het noorden zijn de Songhua Jiang, de Heilong Jiang of Amoer (grensrivier met de Sovjet-Unie), de Yalu Jiang (met Korea) en de Xiliao He. In het zuiden is de Xi Jiang (1600 km) met zijn zijrivieren van regionale betekenis. Het oosten van China telt een groot aantal meren, waarvan vooral het Poyangmeer (2800 km2) en het Dongtingmeer (4800 km2) als grootste moeten worden genoemd.

Chinees landschap
Chinees landschap. © Beeld Emmanuel Buchot.

De meren in het westen van het land hebben een geheel ander karakter; het zijn meestal waterverzamelplaatsen in afvoerloze gebieden, met een sterk wisselende waterstand en een hoog zoutgehalte. Het grootste is Qing Hai (Chöch nuur, 4800 km2). © Schriftelijke door en Encarta

Tilpasset søgning