Geografie en rivieren van Japan
|
Foto's van Japan |
De eilanden zijn bergachtig. Het grootste deel van de bergen en kammen komt niet boven 2000 m, enkele uitgezonderd, zoals het kristallijne Hidagebergte in Zuid-Honshu (tot 3000 m). Als hoeksteen van de vulkanenreeks van de Fossa Magna, een 200 km lange tektonische slenk, is de 3776 m hoge Fuji-san in Zuidoost-Honshu te beschouwen. Verder zijn er op Honshu nog de Ontake-san (3185 m), de Norikuradake (3166 m), de Tateyama (2936 m) en de Washigadake (2880 m). In het geheel zijn er in Japan meer dan 240 vulkanen, waarvan 37 werkzaam. |
In verband met de tektonische en de vulkanische verhoudingen zijn er in Japan talloze aardbevingen en – in de diepe geosynclinale diepzeetroggen aan de zuidoostzijde – ook vele zeebevingen die geweldige, de kustvlakten teisterende vloedgolven (tsunami) veroorzaken. Per jaar komen gemiddeld meer dan 1000 aardschokken voor; grote aardbevingen treden gemiddeld eens in de vijf jaar op. De drie belangrijkste vulkanische zones liggen in Hokkaido, in Noord- en Midden-Honshu en in Zuid-Kyushu. Het land is bijzonder rijk aan minerale bronnen, o.m. zwavel- en radiumbronnen. De kusten zijn door tektonische breukzones en dalen sterk versneden (ría-kusten). Laagvlakten zijn bijzonder schaars en bovendien klein. Ze liggen veelal langs de kust als alluviale riviervlakten; enkele komen voor in het binnenland. Vlak land (helling kleiner dan 15°) neemt slechts ca. 25% van de totale oppervlakte in. |
Rivieren en geologie |
De rivieren zijn kort en woest en transporteren enorme hoeveelheden gesteenten naar haar mondingsgebied. Ze zijn van groot belang voor irrigatie en opwekking van elektriciteit. De rivierbedding ligt in de vlakte veelal boven het omringende land en wordt door natuurlijke of kunstmatige dijken op haar plaats gehouden. Er zijn weinig meren; het grootste en bekendste is het Biwameer (675 km2) nabij Kyoto. De Japanse eilanden vormen een van de eilandbogen die rond de Grote Oceaan liggen. De geologische geschiedenis van dit gebied is betrekkelijk jong; er komen geen precambrische gesteenten voor. |
![]() |
Natuur Japan. © Beeld Emmanuel Buchot. |
De oudste gesteenten vindt men in een Paleozoïsche geosynclinale, die in het noordwestelijk gedeelte van het tegenwoordige Japan lag. Hierin werden sedimenten en basische, vulkanische gesteenten afgezet tijdens het Siluur, Devoon, Carboon en Perm. Plooiing en metamorfose van deze gesteenten vonden plaats tijdens Perm en Trias. Aan de oceaanzijde van deze geosynclinale ging de sedimentatie door tot in het Krijt, waarna in dat gebied eveneens plooiing en metamorfose optraden. Kenmerkend voor dit laatste verschijnsel is de vorming van gepaarde metamorfe zones, waarbij aan de oceaanzijde een zone met hoge druk/lage temperatuur-metamorfose ontstond, en aan de |
![]() |
Steen van Japan. © Beeld Emmanuel Buchot. |
continentzijde een zone met lage druk/hoge temperatuur-metamorfose. De vele granieten die tijdens het Krijt gevormd werden, liggen vnl. in de laatstgenoemde zone, terwijl de ultrabasische gesteenten hoofdzakelijk tot de eerstgenoemde zone beperkt zijn. Naar alle waarschijnlijkheid is de orogenese in Japan nog steeds aan de gang. Aanvullende informatie op de website Japan guide. © Emmanuel Buchot en Encarta. |
Tilpasset søgning
|